Levende legende Martha Argerich danst al 70 jaar op de rand van de vulkaan

Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani, m.m.v. Martha Argerich, piano. Werken van Wagenaar, Schumann en Brahms. Gehoord: 27 november 2025, De Doelen, Rotterdam. Onderdeel Europese tournee, volgende concerten: 30 nov. Parijs, 2 dec. Berlijn, 4 dec. München, 10 dec. Wenen.
Door Wenneke Savenije
Verliefd op de piano
Volgend jaar wordt ze 85 jaar, haar wereldcarriëre omspant 70 jaar en je zou haar kunnen omschrijven als de vrouwelijke Icarus onder de grootste pianisten: Martha Argerich, de unieke vuurvogel aan de vleugel, die de muziek niet speelt maar laat branden. Ze wil vrij zijn, neemt grote risico’s, is overmoedig, heeft een hekel aan regels en conventies. Ze wil vliegen en wat haar betreft op de vleugels van de muzikale inspiratie regelrecht naar de zon. Ze is niet bang en ze stort niet neer, want instinctief voelt ze aan wanneer ze moet inbinden, een heel klein beetje maar. Argerich in haar schaarse uitspraken: ‘Veilig spelen is hetzelfde als niet spelen. Ik speel altijd op het randje. Dat is de enige plek waar het leeft. Spelen is niet denken, het is ademen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik speel zoals andere mensen praten. Het enige dat telt is warmte, de rest is lawaai. Techniek is geen doel, het is alleen maar vrijheid. Op het podium wil ik leven, niet functioneren. Ik denk niet na als ik speel, ik luister en reageer. Ik wil dat het gevaarlijk is. Als alles zeker is, is het niet interessant. Ik ben niet gedisciplineerd. Ik ben alleen verliefd op de piano.’

Muzikale oerkracht
Al 70 jaar danst de onnavolgbare Argerich over de rand van de vulkaan zonder ooit te smelten of naar beneden te storten. Haar techniek is ongeevenaard, haar temperament is onstuitbaar en haar vitaliteit is ook op haar 84e nog alsof ze een supertalent van 24 is. Haar pianospel is niet alleen explosief, verbluffend virtuoos en intens, maar ook altijd weer verrassend, persoonlijk en emotioneel. Om haar heen veroorzaakt ze vaak chaos: ze zegt ineens af omdat haar handen ‘niet in de stemming zijn’, raakt de weg kwijt in haar hotel, komt te laat op repetities omdat ze haar schoenen kwijt is of omdat ze op weg naar de zaal zo’n leuke groentemarkt had ontdekt, loopt al na 1 minuut weg bij een van haar schaarse interviews, sleept zieke dieren van de straat, springt in de bres voor jonge musici, verandert haar kleedkamers in wanorde die ze uit haar tassen om zich heen strooit, eet chocola en taartjes en knuffelt wie ze lief vindt. Maar niemand neemt het haar kwalijk, want de charmante en rebelse Argerich is nu eenmaal zo. Een briljante en unieke ‘gypsy’ aan de vleugel, een muzikale oerkracht waar de vonken vanaf spatten.

Géén solo aub…
Wat een geluk voor het Rotterdams Philharmonisch (RPHO) dat chef-dirigent Lahav Shani, die het Rotterdams Philharmonisch Orkest in 2026 helaas gaat verruilen voor de Münchner Philharmoniker maar hopelijk nog vaak zal terugkeren als gastdirgent, zo goed bevriend is met Argerich, met wie hij regelmatig pianoduo speelt en die hij sinds zijn aantreden bij het RPHO in 2018 meerdere malen wist te verleiden tot optredens in De Doelen. Hetzij samen met het RPHO of in kamermuziekformaties, want als Argerich een ding haat, dan is dat solorecitals geven: ‘Alleen spelen maakt me ongelukkig. Met andere musici vind ik mezelf terug. Kamermuziek is praten met vrienden zonder woorden.’ Bekend is het verhaal dat ze zich bij een van haar schaarse solo-optredens voor aanvang van het concert verstopte achter de vleugel: ‘Ik hoopte dat niemand me hier zou vinden.’

Met Argerich op tournee
Dat het Rotterdams Philharmonisch nu de eer te beurt valt om met Argerich op Europese tournee te gaan, is dan ook te danken aan haar vriendschap met Shani. Het daverende startschot van de tournee werd afgelopen donderdag gegeven in de uitverkochte De Doelen. Want ook al regende het nog zo hard, wie oprecht van muziek houdt wil de sporadische optredens van de legendarische pianiste, die op haar 16e vanuit Argentinië naar Europa vertrok en een wereldster werd nadat ze in 1965 o.a. het Chopin Concours in Warschau had gewonnen, niet missen. Terecht, zo bleek ook nu weer, al leek er in het begin even iets vreemds te gebeuren na de robuuste openingsakkoorden van de piano in Schumanns Pianoconcert (1841-1845), een van haar lievelingsconcerten. Argerich was aan de arm van Shani met voorzichtige stapjes het podium opgelopen, zette zich achter de vleugel en veranderde als bij toverslag in een leeftijdsloze pianotijger die feilloos op haar ‘prooi’ afging’: Ba ba-am, ba bam, ba bam… Maar even later begon ze met haar hoofd te schudden, terwijl ze doorgaans rustig en sereen achter de vleugel zit om haar vuurwerk te lanceren. Mogelijk was er iets met de vleugel, of was ze het niet helemaal eens met het tempo. Na het eerste deel zag je haar even wat uitwisselen met Shani, die relativerend en geruststellend zijn schouders op haalde. Toen ging het feest weer door.

Koningin van de muzikale verrassing
Wat het ook was, Schumanns ontwapenende liefdesverklaring aan Clara stroomde spontaan voort uit Argerichs hart en klonk vanaf de eerste tot de laatste noot verbluffend virtuoos, overdonderend, ontroerend en ontwapenend, waarbij duidelijk was hoe goed Argerich en Shani elkaar muzikaal kunnen volgen en aanvoelen. Dat inspireerde de orkestleden van het RPHO om op het scherp van de snede te musiceren, zodat er als het ware een gouden driehoek ontstond waarbinnen Schumanns muziek glashelder en uitgebalanceerd maar ook boordevol energie, stuwkracht en kleurrijke hartstochten tot leven kwam. Argerich manifesteerde zich als de koningin van de muzikale verrassing, geen noot is bij haar voorspelbaar, elke spontane frase is een verrassing, bijna alsof je in een magische achtbaan zit die de tijd overstijgt en een uniek universum doorkruist. Argerich speelt geen piano, ze is de piano en de piano is haar, terwijl ze samen instinctief en vol hartstocht de liefde aan Schumann verklaren, liefdevol ondersteund en gedragen door de vertrouwingwekkende en empathische begeleiding van Shani en het RPHO. Heel soms vloog er wel eens een nootje uit de bocht, maar dat maakte in deze bijzondere setting helemaal niets uit. Het enerverende openingsdeel klonk onstuimig, impulsief en hartstochtelijk, het langzame deel met zijn fraai gespeelde hobosolo intiem en poëtisch, het slotdeel dansend en vol vuur. Het was prachtig. Shani besloot alle eer aan Argerich te geven, door haar alleen terug te laten schuifelen naar het podium om het ovationele applaus in ontvangst te nemen. Dat beloonde Argerich uiteindelijk met een ragfijne en tedere vertolking van het openingsdeel uit Schumanns Kinderszene bij wijze van toegift.

Wagenaar en Brahms
Aan Schuman vooraf ging een spannende ‘avonturenroman in klank’ in de vorm van Johan Wagenaars Ouverture Cyrano de Bergerac, op. 23 uit 1905, waar Shani en het RPHO met theatrale grandeur alle stoffigheid vanaf veegden, zodat duidelijk werd dat het stuk nog altijd meer dan de moeite waard is. Na Schumann excelleerden Shani en het orkest in de pastorale maar ook arhitecturale Tweede symfonie in D (1877) van Brahms, waarin ze met de blijmoedigheid diede componist overviel toen hij het werk schreef in zijn geliefde vakantieoord Pörtschach aan de Wörtersee – waar volgens hem muziek in de lucht hing zodat je moest uitkijken ‘om niet over de melodieën te struikelen’ – de zon lieten schijnen. Brahms zelf grapte over het stuk: ‘Het is zo treurig dat je je onder je bed moet verstoppen’, terwijl het in werkelijkheid een van zijn meest vrolijke en stralende werken betreft. Shani en het RPHO speelden de symfonie in lichte orkestrale kleurschakeringen, elegant, soms even emotioneel en met kamermuzikale verfijning.
Wenneke Savenije

Info:
www.rotterdamsphilharmonisch.nl