Pianist Alexander Malofeev is een van de allergrootsten van dit moment

 

Grote Pianisten in het Concertgebouw. Alexander Malofeev, piano. Schubert: Klavierstücke D 946, Grieg: Holberg Suite, Sibelius: 5 stukken opus 75, Scriabin: Wals in as opus 38, Lourié: 5 préludes fragiles opus 1, Rachmaninoff: Sonate nr 2 in bes opus 36. Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, Grote Zaal, 10 mei 2026

Door Willem Boone

 

Soeverein

Eerder deze dag hoorde ik in Amersfoort de inmiddels 77-jarige violist Pinchas Zuckerman die imponeerde door zijn technisch nog steeds ijzersterke spel, mooie toon en het ogenschijnlijke gemak waarmee hij speelde. Kan je dat bij hem toeschrijven aan een decennialange ervaring, bij de 24-jarige Russische pianist Alexander Malofeev zou dat toch anders moeten liggen. Kennelijk is het echter iets van alle generaties, want hij maakte om precies dezelfde redenen grote indruk met zijn debuutrecital in de Grote Zaal. Ik hoorde hem in de afgelopen jaren in recitals en met orkest en vond hem toen al zeer getalenteerd. Het lijkt erop alsof hij de laatste paar jaar daarbovenop een nog grotere ‘rijpheid’ ontwikkeld heeft. De manier waarop hij gisteravond speelde, kan je alleen maar als ‘soeverein’ kwalificeren. Hij kwam op, installeerde zich aan de vleugel, waarbij hij opvallend laag zat, maar blijkbaar werkt dat voor hem. Hij speelde de eerste maten van Schuberts Klavierstücke D 946…en direct was alles er. Zijn spel had urgentie en hij heeft de gave om muzikaal meteen ter zake te komen. Daarbij neemt hij niet zijn toevlucht tot kunstgrepen of manierismen, maar hij laat de muziek voor zich spreken. Dat is bij Schubert al moeilijk genoeg: zijn muziek is verraderlijk. Ze lijkt weliswaar vaak ‘idyllisch’, ‘lyrisch’ of ‘argeloos’, maar om net als bij Mozart de gesublimeerde eenvoud van zijn muziek recht te doen is een opgave. Dat alles ging Malofeev uitstekend af.

 

 

Holbergsuite

In het Tweede Klavierstück was zijn tempo een echt ‘allegretto’, waarbij het er in het snellere gedeelte op leek alsof er een briesje opstak. Ook verstaat hij de kunst van het muzikale understatement, door de muziek voor zich te laten spreken in haar tedere eenvoud. In het Derde Klavierstück was de eerdergenoemde urgentie er opnieuw en hij wist weer diep te peilen. De pianist ging tussendoor niet af om te vervolgen met de Holbergsuite van Grieg. Deze is bekender in de versie voor strijkorkest, maar het bleek hier om het origineel te gaan, dat het overigens prima op piano deed. Het klonk zelfs alsof de muziek afgestoft was en er een nieuwe dimensie bij gekregen had. Ook hier was zijn interpretatie natuurlijk en levendig. Wat zijn spel mede de natuurlijke uitstraling geeft, is zijn vermogen om moeiteloos van pianissimo naar forte of fortissimo te schakelen. Dit kost hem ogenschijnlijk geen moeite en de klank vergrooft bij hem nooit. Net als bij Zuckerman lijkt spelen voor hem ‘makkelijk’, terwijl uiteraard niets minder waar is. Zijn virtuositeit is ongekend, maar blijft altijd beheerst.

 

 

Onbekende pianomuziek

Het aardige van dit programma was dat het diverse onbekende stukken bevatte: van onbekende componisten, soms van anderen die niet meteen bekend zijn geworden door hun pianomuziek. Dat gold zeker voor Sibelius, die zo’n honderd stukken voor piano schreef, terwijl hij zei niet van het instrument te houden, ‘omdat het niet zingt.’ Zijn vijf stukken opus 75 ‘De bomen’ waren niettemin sfeervolle, ietwat atypische miniaturen. De stukken leken onderling op elkaar, maar het belette Malofeev niet om ze met veel raffinement te spelen. Soms deden ze vaag aan de stijl van Janacek denken. De pianist speelde zonder onderbreking de daaropvolgende Wals in as opus 38 van Scriabin. Het begin hiervan paste goed bij de laatste noten van Sibelius. Ook dit speelde de pianist zeer verfijnd met natuurlijk verlopende tempo-overgangen. Scriabin ging weer naadloos over in de cinq préludes fragiles opus 1 van Lourié. Het idioom deed laatromantisch aan en leek voort te borduren op de pianistiek van Scriabin. Het toucher was glashelder, zijdezacht, ontroerend in zijn puurheid. In de vierde prélude klonk de piano meermaals als een harp.

 

 

Rachmaninoff

De overgang tussen de laatste Prélude van Lourié en de Tweede sonate van Rachmaninoff was echter nogal heftig, want laatstgenoemd stuk begint met een fortissimo-akkoord. Deze sonate behoort niet tot mijn meest favoriete stuk van deze componist, wiens Eerste sonate me meer aanspreekt en altijd aan een meeslepend epos herinnert. Hopelijk gaat Malofeev die ook in Amsterdam spelen! De componist leek zelf niet geheel tevreden over zijn tweede sonatedoordat er meerdere versies van bestaan. Hij liet daarnaast de bevriende pianist Horowitz diens eigen versie samenstellen. Het ontaardt snel in een eindeloze stroom van massieve klankblokken, zonder dat er veel structuur in te ontdekken lijkt. Het verbaast me zeker in de hoekdelen hoe pianisten erin slagen deze muziek te memoriseren. Maar wat je er ook tegen zou kunnen hebben, Malofeev komt de verdienste toe het te spelen zonder dat de klank ook maar een moment massief wordt. Het knappe was dat hij niet terugschrok voor uit graniet gehouwen fortissimo’s, maar deze bleven nobel. Hier was wederom sprake van een pianist die de muziek afstofte met het best denkbare resultaat. Het komt niet vaak voor dat Rachmaninoff ‘subtiel’ of bijna ‘fragiel’ klinkt, maar hier gebeurde het, zonder dat het afbreuk deed aan de muziek. Het tweede deel, non allegro, was bijna kwetsbaar van karakter. Heel bijzonder was het pedaaleffect aan het eind van dit deel. Al luisterend drong zich het gevoel op dat deze pianist een oude ziel is. Het laatste deel, allegro molto, was als te verwachten overrompelend, maar werd nergens ontsierd door effectbejag. De virtuositeit bleef wederom beheerst.

 

 

 

Toegiften

De ovatie aan het eind was alleszins verdiend en op de een of andere manier voelde je dat het enthousiasme unaniem was. Als eerste toegift speelde hij een barok aandoend stuk van Vivaldi of Albinoni. Het was puur in zijn eenvoud. De volgende toegift was een deel uit Tchaikofsky’s Zwanenmeer in de bewerking van Mikhail Pletnev, zowel ontroerend als meeslepend. Van de laatste toegift wist ik niet van wie het was. Malofeev had net als Sokolov nog een hele tijd door mogen gaan. Wat mij betreft was dit recital het hoogtepunt van het seizoen 2025-2026!

 

 

 

Terzijde: Wat ik vreemd vond: drie dagen eerder was ik bij het concert van The Academy of St Martin in the Fields met de broers Jussen. De cd-winkel was open met vrijwel alle opnames van dit duo en diverse cd’s van het KCO. Malofeev heeft recent bij Sony een alom bejubelde cd uitgebracht die zeker aftrek gevonden zou hebben (eventueel gekoppeld aan een signeersessie), maar de winkel was gesloten. Een gemiste kans wat mij betreft!

Willem Boone

 

Info:

www.concertgebouw.nl

You May Also Like

Componiste Martines verliest duidelijk van Moore

Nadja en Sara plusplus zetten het Muziekgebouw op zijn kop

The Academy of St Martin in the Fields en broers Jussen maken indruk met hecht samenspel

Rietveld Ensemble laat het publiek kamermuziek echt beleven