Hadelich en Stutzmann voelen elkaar uitstekend aan

Koninklijk Concertgebouworkesto.l.v. Nathalie Stutzmannm.m.v. Augustin Hadelich, viool. Tsjaikovksi: Vioolconcert in D, op. 35, Brahms: Vierde symfonie in e, op. 98. Gehoord 7 & 10 mei2026, Concertgebouw Amsterdam.
Door Wenneke Savenije
Inspirerend debuut Stuzmann bij KCO
Het debuut van Nathalie Stuzmann bij het Concertgebouworkest, dat ze dirigeerde in werken van Brahms en Tsjaikovski, lijkt onopgemerkt aan de Nederlandse pers voorbij te zijn gegaan. En dat is jammer, want met deze voormalige Franse altzangeres, die in haar vorige leven als beroemde mezzo-sopraan zeker 80 prachtige opnames maakte, sinds 2022 chef-dirigent is van het Atlanta Symphony Orchestra, en van 2021- 2024 Principal Guest Conductor was van het Philadelphia Orchestra, weet je al van tevoren dat het een avond vol liefde, warmte en waarachtigheid gaat worden. Stutzmann, die directielessen volgde bij de Finse legende Jorna Panula en nu minstens zo inspirerend dirigeert als ze voorheen zong en die van origine bovendien ook nog piano, fagot en cello speelt, werd in 2023 bejubeld om haar spectaculaire debuut tijdens het Bayreuth Festival in Wagners Tannhäuser, waar ze door de internationale pers werd omschreven als ‘a revelation’, ‘a wonder’. Datzelfde jaar werd haar spectaculaire debuut bij de Metropolitan Opera in NewYork uitgeroepen tot ‘the coup of the year.’ In december van datzelfde jaar dirigeerde ze het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Concertgebouw, waarbij ze haar prille maar uitzonderlijke dirigeerkwaliteiten ondermeer inzette om de Ouverture uit Verdi’s La Forza del destino theatraal en met Italiaanse allure door de zaal te laten stromen. Verder klonken er werken van Mendelssohn, Rachmaninoff, Wagner, Mahler en R. Strauss en ik herinner me die hele avond als een feest. Dat had niet zozeer te maken met haar technische kwaliteiten als dirigente, waarop nog wel eens gemopperd wordt, omdat ze volgens sommigen niet in staat zou zijn om netjes de maat te slaan en het orkest met strakke hand bij elkaar te houden, maar alles met haar muzikale inzichten en warme uitstraling. Stutzmann beleeft de muziek vanuit het diepste van haar ziel, duikt met een opmerkelijke empathische gave voor de spirituele betekenis van elke afzonderlijke noot in de partituur, koestert de noten zoals een moeder haar kinderen, rijgt ze aaneen tot glanzende reeksen en beweeglijke frases en laat de muziek op expressieve wijze voor zich spreken. Dat leidt misschien bij minder goede orkesten wel eens tot ogenschijnlijke chaos, maar met een geweldig orkest als het Concertgebouworkest als ‘materiaal’ gebeuren er prachtige dingen.

Lyrische Tsjaikovski
Van nature bleken Stutzmann en de Italiaanse topviolist Augustin Hadelich elkaar goed aan te voelen. Beiden opteerden voor een sensitieve en overwegend lyrische benadering van Tsjaikovski’s Vioolconcert, nog altijd een onstuimig war horse voor vioolvirtuozen, maar voor Hadelich en Stutzmann eerder een intiem muzikaal dagboek waarin het hele scala aan menselijke emoties de revue passeert in een schitterend ‘muziekverhaal’, dat in verfijnde en doorleefde dialogen tussen solist, orkest en solostemmen uit het orkest werd voorgedragen met ingetogen souplesse en tedere waarachtigheid. Wat een violist is Hadelich! Hij houdt zich verre houdt van uiterlijk vertoon, zijn viool ervaart hij hoorbaar als zijn soulmate, waarmee hij op reis gaat door de wonderbaarlijke wereld van de muzikale verbeeldingskracht en focust op vloeiende overgangen, sierlijke bewegingen, harmonie, balans en de schoonheid van de klank. Vanuit zijn introverte benadering laat Hadelich, die zijn instrument feilloos beheerst, de muziek puur, integer en vooral teder opbloeien in loepzuivere en glasheldere fraseringen, die zich zachtjes en bescheiden trillend manifesteren in een fascinerene rijkdom aan subtiele kleurschakeringen. Stutzmann volgde het spel van Hadelich, dat soms deed denken aan het gezang van een merel, tot in de kleinste details op de voet en omringde zijn wonderschone noten met beweeglijke structuren, waarbij ze met ronde gebaren niet zozeer de maat en het ritme van het concert benadrukte, maar meer de warme orkestrale golfstromen waarmee ze de solopartij van de violist omarmde, waarbij ze de solostemen uit het orkest moederlijk aanmoedigde om vrijuit in dialoog met Hadelich te gaan. Het resultaat was prachtig.

Vierde van Brahms
‘Dirigeren draait om het overbrengen van energie’, verklaarde Stutzmann bij gelegenheid: ‘Muziek is adem, trilling, emotie.’ Volgens haar gaat autoriteit niet over dominantie, maar over het aangeven en blootleggen van de archtitectonische en dramatische betekenis van de muziek. Daar slaagde ze uitstekend in met haar meeslepende en bewogen lezing van Brahms Vierde symfonie uit 1884-1885, een doorwrocht meesterwerk waarin de schijnbare tegenstelling tussen hoofd en hart volledig lijkt te worden opgeheven. Verwijzend naar Bach en de oude muziek, creëerde Brahms er er na Haydn en Beethoven een romantisch culminatiepunt mee in de muziekgeschiedenis. Stuzmann liet de Vierde van Brahms in allevier de delen organisch betogen, ademen en ‘zingen’ en het orkest leek haar daar goed in te kunnen volgen. Soms zoemde Stutzmann zo vol overgave in op de details, dat de muziek een beetje stil dreigde te gaan staan. Maar dat werd dan al snel weer gecompenseerd door de zwierige elegantie waarmee ze het overrompelende betoog van Brahms weer aanzwengelde. Hugo Wolf constateerde destijds dat Brahms erin geslaagd was met zijn symfonie ‘iets uit het niets’ te maken. Stuzmann en het Concertgebouworkest deden hetzelfde, niet vanuit het ‘niets’, maar vauit de partituur die in al zijn complexiteit van stemmen en tegen stemmen, nu weer droevig en dan weer volijk of uitbundig, overweldigend van kleur en meesterlijk uitgebalanceerd van samenklank, nog altijd direct tot het hart spreekt.
Wenneke Savenije

Info:
www.concertgebouworkest.nl
www.concertgebouw.nl