DNO: Mooie beelden in statische Boccanegra, maar waar is de emotie?

Giuseppe Verdi – Simon Boccanegra. Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Fabio Luisi. Met: George Petean (Simon Boccanegra), Federica Lombardi (Amelia Grimaldi), Georg Zeppenfeld (Jacopo Fiesco), Riccardo Massi (Gabriele Adorno), Germán Olvera (Paolo Albiani). Regie: Jetske Mijnssen
Gehoord: 4 juni 2026, De Nationale opera, Muziektheater, Amsterdam
Door Peter Schlamilch
Verdi plaatste het persoonlijke drama van zijn protagonisten graag tegen grote massieve achtergronden, zoals paleizen, feesten, piramides of natuurlandschappen, om het contrast met het menselijke leed nog schrijnender te maken: Filips II eenzaam, verraden, bedreigd en verbitterd in zijn enorme paleis en zijn nog enormere wereldrijk, Otello op het toppunt van zijn macht in het imposante Ventië, Aida tegen de achtergrond van oorlog en piramides, en Violetta, de Traviata, loopt meestentijds maar eenzaam rond op feesten en partijen – de enige keer dat ze waarlijk gelukkig is, bevindt ze zich in een bescheiden en idyllisch onderkomen op het platteland, compleet met burgerlijkheden als een ‘schoorsteenmantel met daarop een spiegel en een klok, stoelen, tafeltjes, enkele boeken en schrijfgerei.’

Gewapper
Regisseur Jetske Mijnssen begrijpt die verhoudingen maar al te goed, en ook zij plaatst haar innerlijk verscheurde protagonisten graag in enorme ruimten met vaak net zo grote deuren, en ook een eettafel is nooit ver weg, als beeld van de plek waar alles samenkomt. Maar de grote balzaal is geen weids strand, een kerkinterieur geen rouwkamer en een schoollokaal geen kerker. Waar zijn we in hemelsnaam? In ieder geval niet in Genua, gezien het nogal hel-grijze licht dat de voorstelling niet-aflatend overgiet, want wie er vaak geweest is kent de duizenden kleuren zonlicht die er heersen. We zijn zeker ook niet in de 14e eeuw, maar eerder in het Wenen van Die Fledermaus, gezien het potsierlijke operetteuniform dat Boccanegra draagt, en de malle soldaten met idiote petten, die zo uit Tosca zouden kunnen zijn weggelopen. Gezien het vele gewapper met de Italiaanse vlag (pas ontwikkeld rond 1800) zitten we dus na de eenwording van Italië, waar Genua weliswaar een cruciale rol is speelde, maar… hoezo bevechten Genua en Venetië elkaar dan nog steeds op leven en dood? Die oorlogen waren toch al na de Oorlog van Chioggia in 1381 beëindigd, en was er in de 19e eeuw geen spoor van buitengewone rivaliteit meer te bekennen? Of maakt in onze huidige nihilistische cultuur eigenlijk niets nog uit, en gaan we ervan uit dat het moderne publiek toch niets weet en ook niets opzoekt?

Ontvoering en gevangenschap
Al die 19e-eeuwse symboliek kan niet verhullen dat de zangers er verloren bij staan en bar weinig chemie vertonen in deze productie van Verdi’s Simon Boccanegra – misschien zijn meest politieke opera, die zijn hoogtepunt vindt in een grote raadsvergadering waarin gekte, hysterie, wraak, verraad en machtswellust centraal staan. Oh ja, en natuurlijk broederschap, vergeving en liefde die alles zouden moeten overwinnen, maar door de onwaarschijnlijke regie van Jetske Mijnssen compleet naar de achtergrond verdwijnen. En natuurlijk ‘kroont’ Amelia uiteindelijk zichzelf tot doge (tegen de tekst in), om het geheel nog even een obligaat feministisch tintje te geven – wat een zwaktebod, net als het huwelijksfeest waarop Amelia haar vader kennelijk is vergeten uit te nodigen: regievondsten die de voorstelling bepaald niet overtuigender maken. Want zou het werkelijk mogelijk zijn om Simon, de oppermachtige en gevreesde Doge, even een pistool op de slaap te zetten om na een half minuutje te gebaren dat je je vergist hebt en ongestraft te blijven? Een uiterst onwaarschijnlijk en onnodig detail, net als dat zijn dochter, een adellijke jonge dame van 25, op de tafel (daar is hij weer) springt om te vertellen hoe ze zojuist aan ontvoering en gevangenschap is ontsnapt? Wie doet dat in het echte leven, behalve misschien een politicus in overwinningsroes?

Paars officierspak
Maar al deze details zouden door de vingers gezien kunnen worden als de protagonisten tenminste contact met elkaar zouden maken, en in hun liefdesverklaringen niet gehaast de schoolklas zouden gaan opruimen, maar elkaar zouden omhelzen, of als vader en dochter, elkaar na 25 jaar weer hervindend, elkaar tenminste zouden aankijken, als ze elkaar al niet in de armen vliegen. Natuurlijk, ik weet heel goed dat een regisseur voor alles een reden heeft (‘Houden de geliefden wel écht van elkaar?’ ‘Is de dochter niet eigenlijk woedend op de vader?’), maar het staat allemaal zó ver van de originele tekst en handeling af, dat je naar een abstract idee zit te kijken, en niet naar een drama van vlees en bloed. Je kunt best over een zwaard zingen en dan een pistool trekken, maar het is lastiger om te zeggen dat het pikdonker is terwijl het zonlicht door de ramen klotst. Op enkele momenten maakte zich zelfs een meewarig gegniffel meester van het publiek, zeker bij de mallotige hereniging tussen vader en dochter, waarbij de vader was gehuld in een paars officierspak dat in een operette niet zou misstaan en zijn dochter volledig stoïcijns reageerde op haar hervonden vader.

Ideeëndwang
En ja, natuurlijk weet ik dat er heus wel onderzoek zal zijn gedaan naar de kostuums uit 1881, maar elke vezel van deze opera, elk woord en elke maat ademt het Genua van de 14e eeuw, met zijn stranden en weidse uitzichten (beide niet aanwezig), zijn duistere kerkers (niet aanwezig) en raadszalen vol venijn en oproer. Niets van dat alles in het decor van Étienne Pluss, dat drie uur lang onveranderd bleef, en de in het libretto beschreven sferen gewoon niet kon oproepen, hoe fraai het ook was. En natuurlijk is het een prachtidee om Simon op dezelfde katafalk te laten eindigen als zijn grote liefde, maar als het effect is dat een fantastisch presterende zanger er onhandig en ongemakkelijk op moet klauteren en en volledig profil in het licht wordt gezet, kun je beter weer afstand doen van een idee en een ander verzinnen, hoe jammer ook – anders regeert de ideeëndwang je regie, en niet het uiteindelijke effect.

Ontrouw
Het Concertgebouworkest speelde natuurlijk uitstekend, maar het volgde dirigent Fabio Luisi zó loyaal dat zijn oersaaie tempi en gebrek aan drama en lyriek de zangers eerder remden dan stimuleerden: zelden heb ik een dirigent zoveel maatstrepen horen dirigeren en zo weinig drama horen produceren – alles was welluidend, maar voorspelbaar, schools en braaf. Ook de zangers raakten, ondanks premièreavond, meegezogen in Luisi’s wat academische aanpak: er werd bij vlagen best gloedvol gezongen, maar vooral de rijzige Italiaanse sopraan Federica Lombardi leek met haar Amelia geen raad te weten – een prachtige, soms in de hoogte wat geforceerde stem, maar ze was helaas in een enorme, afzichtelijke blauwe jurk gehesen waarmee ze regelmatig decorstukken omver gooide (niet haar schuld). Bovendien was ze niet de naar liefde en haar identiteit zoekende dochter en geliefde, maar een schooljuf die zich constant met enkele kinderen moest bezig houden en uiteindelijk met een enorme witte emmer in handen op het toneel stond te beweren dat ze haar vriendje nooit ontrouw was geweest – eerder koddig dan aangrijpend, net als de malle dansjes die ze samen moesten maken… waarom eigenlijk?

Geheime romantische ontmoeting
Dat vriendje, Gabriele Adorno, werd overigens vertolkt door de Italiaanse tenor Riccardo Massi, die net als twee jaar geleden in Catalani’s Loreley ijzersterk zong maar zo weinig mentaal contact maakt met zijn innig geliefde Amelia dat je zijn liefde nauwelijks kunt geloven, maar ook hier speelde de regie parten: een geheime romantische ontmoeting loopt ook niet zo lekker in de drukke lagere school van Genua, of Wenen, of waar we dan ook mogen zijn. De Duitse bas Georg Zeppenfeld (Jacopo Fiesco) is een superster die ik al vele malen hoorde, vooral in grote Wagner- en Strauss-opera’s, waar hij onverstoorbaar en vooral onvermoeibaar vele uren lang de hoogste vocale kwaliteit levert, en dat soms meerdere malen in één week. Hij houdt ook veel van het Italiaanse repertoire, maar ook supersterren hebben helaas niet altijd de keuze, als ze eenmaal gespecialiseerd zijn (of in een hokje worden geduwd). Hij zong als altijd sterk en overtuigend, met een mooi verzorgd Italiaans.

Stem en persoonlijkheid
De Mexicaanse bariton Germán Olvera zong een gemene, goed klinkende en dragende Paolo, maar de absolute ster van de avond was de Roemeense bariton George Petean, twee jaar geleden nog schitterend in La Traviata bij DNO, nu een imperatieve en geweldig klinkende Boccanegra, met een eikenhouten stem die dondert en dreunt. Misschien heeft hij in de verte iets van een lage tenor, waardoor de hoge noten hem zó makkelijk af lijken te gaan dat het niet meer ‘uit zijn tenen’ komt en iets aan dramatiek mist, maar allemensen… wát een stem en persoonlijkheid. Zijn Plebe! Patrizi! Popolo was ronduit fenomenaal, puntgaaf en diep ontroerend, ook omdat de regie daar eindelijk een beetje sfeer probeerde te maken (na de genoemde misser met het pistool). Ook het koor was daar erg goed, homogeen en knallend, en het naar goede traditie gesiste (dat staat helemaal niet in de partituur) Sia maledetto!! (Wees vervloekt!!) was huiveringwekkend. Alleen dat al is een reden om Verdi’s Simon Boccanegra te gaan beluisteren, en te genieten van deze onbekende, maar een van diens beste opera’s.
Peter Schlamilch

Meer info: DNO
De voorstelling wordt op 19 juli in Park Frankendael vertoond als ‘Opera in het park’:
https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2025-2026/opera-het-park-simon-boccanegra
Op 27 juni wordt de voorstelling uitgezonden op NPO Klassiek in het programma ‘Opera Live’