Pianiste Yulianna Avdeeva is uitstekend pleitbezorgster voor Rachmaninoff

Vriendenloterij Zomerconcerten. Radio Filharmonisch Orkest o.l.v Tianyi Lu, m.m.v. Yulianna Avdeeva, piano. Werken van Habibi: Zhiân, Rachmaninoff: Rapsodie op een thema van Paganini en Rimski-Korsakov: Sheherazade. Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 24 augustus 2026
Door Willem Boone
Zhiân van Iman Habibi is geschreven om sympathie te betuigen aan degenen die demonstreerden tegen het Iraanse regime in 2022. ‘Ik draag het op aan het dappere volk van Iran, in de hoop op betere tijden.’ Voor aanvang van het concert had dirigente Lu in een korte inleiding het publiek er ook al aan herinnerd dat het ‘belangrijkste is om de menselijkheid in ieder van ons te herkennen.’

Het begin van deze compositie deed denken aan naderend onweer, waarbij er een constante doem boven de muziek hing. Deze vertelde een onheilspellend verhaal. Hoewel het stuk op zich niet als heel coherent overkwam, bevatte het spannende momenten en was het als geheel effectief gecomponeerd. Het Radio Filharmonisch Orkest dook met overgave in de materie, daarbij aangevuurd door Lu. Bij haar soms erg triomfantelijke gebaren, zoals gebalde vuisten of zwaaiende armen, moest ik meermaals aan iemand denken die kungfu beoefende. Tot mijn verrassing vertelde ze bij de nazit dat ze deze gevechtsport, naast ballet, inderdaad beoefent!

Rachmaninoff
Lu herinnerde er in haar inleiding ook aan dat deze avond er een van ‘verhalen vertellen’ zou worden. Dat was zeker van toepassing op de Rapsodie op een thema van Paganini voor piano en orkest van Rachmaninoff. Een en ander krijgt hier gestalte in de vorm van een constant wisselende, flitsende dialoog waarbij solist, orkest en dirigent elkaar het vuur na aan de schenen leggen. De inzet van pianiste Yulianna Avdeeva, die met dit concert haar debuut in de Grote Zaal maakte, was direct vanaf de eerste noten genuanceerd. Zelfs wanneer zij enkele noten speelde, liet zij qua frasering en dynamiek al subtiele verschillen horen. Haar spel was helder en overal in de zaal goed te horen. Daarnaast deed ze alle recht aan het flitsende karakter van de muziek. Wanneer nodig kon zij wel degelijk als een tijgerin in de toetsen grijpen. Zij toonde zich een uitstekend pleitbezorgster voor de muziek van Rachmaninoff die nogal eens wil veranderen in een vehikel voor te opzichtige virtuositeit met smachtende rubati. Daarvan was nu geen sprake, doordat zij met gevoel speelde, maar daarbij steeds a-sentimenteel bleef. Haar interpretatie was onnadrukkelijk op de goede manier, eigenlijk zoals de componist, op een gelukkig bewaard gebleven opname van deze Rapsodie zelf te werk ging. Avdeeva wist ook op intuïtieve wijze wanneer ze terug moest nemen. Dat deed ze heel overtuigend in de beroemde Achttiende variatie. Die bracht ze mooi, maar zonder vals pathos, ‘understated’ zoals de Engelsen zeggen. Het was zoals het Engelse muziekblad ‘Gramophone’ over haar schreef: ‘Never too personal.’ Zeker in de genoemde variatie bloeide ook het orkest op. De soliste bouwde na dit moment van rust op naar een climax om op briljante wijze af te sluiten. Na afloop toonde zij zich zeer tevreden over de samenwerking met dirigente en orkest. Als toegift speelde zij de Prelude opus 23 nr 10 van Rachmaninoff. Zij toonde daarbij nogmaals haar sterke kanten: noblesse, soberheid, de muziek zo overtuigend mogelijk brengen, zonder daar een te persoonlijk stempel op te drukken.

Rimski-Korsakov
Na de pauze brachten orkest en dirigente een van de bekendste orkestwerken van Rimski-Korsakov: diens Sheherazade, symfonische suite naar ‘Duizend-en-een-nacht.’ Dit is natuurlijk muziek met een sterk verhalend karakter en zo werd ze ook uitgevoerd. De solovioliste (wier naam vreemd genoeg niet in het programma vermeld stond, terwijl zij in de gehele suite een belangrijke, steeds terugkerende solo had) speelde haar partij heel overtuigend. Na afloop vertelde Lu dat dit voor haar de eerste keer was. Ook bleek maar weer eens hoe sterk de blazers van dit orkest zijn met diverse mooie soli van onder meer fluit, hobo en hoorn. Ik moest een paar keer aan het boek ‘Violist’ van Marc-Daniel van Biemen, violist uit het Koninklijk Concertgebouworkest, denken. Daarin laat hij zich meermaals openhartig uit over de samenwerking met diverse dirigenten. Over sopraan/dirigente Barbara Hannigan schreef hij dat het orkest weinig uit haar slag kon afleiden, omdat deze zo onduidelijk was. Ik vroeg me af of dat deze avond met Lu heel veel anders lag. Zoals eerder gezegd, deden haar frenetieke gebaren soms meer aan vechtsport denken en leken deze in heftigheid toe te nemen, naarmate de muziek intenser werd. Daarmee pompte zij weliswaar veel energie in het orkest, maar of daarmee haar intenties en opvattingen altijd even duidelijk uit haar slag met vaak hoekige gebaren af te leiden waren, was de vraag. Dat neemt niet weg dat het orkest het golvende karakter in het eerste deel, De zee en het schip van Sindbad, goed weergaf. In het tweede deel, Het verhaal van prins Kalender, begon met een mooie fagotsolo. Het verhalende karakter van de muziek kwam goed naar voren. Het had zelfs bijna een ballet kunnen zijn, met brutale, kwetterende blazers. Het derde deel, De jonge prins en de jonge prinses, straalde kamermuzikale rust uit. Het laatste deel, Feest in Bagdad- De zee- Het schip slaat te pletter tegen een rots- besluit, was opzwepend en toonde nog eens Rimski-Korsakovs talent voor orkestratie, zij het soms wel met het nodige uiterlijk vertoon. Het orkest speelde briljant en aan het eind keerde de vioolsolo terug, waarmee de cirkel rond was. De eerste violiste was indrukwekkend in de manier waarop zij de hoge noten lang aanhield.
Meet & greet
Bij de nazit met Lu en Avdeeva, was ook de componist Habibi aanwezig. Hij vertelde dat bij dit concert zijn stuk Zhiân voor het eerst in een gereviseerde versie geklonken had en noemde het ‘work in progress.’ Desgevraagd vertelde Avdeeva dat Rachmaninoff wat haar betreft de grootste pianist aller tijden was. Interessant was ook dat zij in Montana een aantal opnames gemaakt heeft op een van de vleugels van wijlen Vladimir Horowitz. Het ging daarbij om het instrument dat hij zelf ook voor opnames gebruikte, in tegenstelling tot de vleugel in zijn appartement in New York. Die had een uiterst lichte aanslag, maar het instrument in Montana had dat niet. Het had wel het vermogen om tonen uitzonderlijk lang te laten klinken. Lu zei over de Paganini-rapsodie dat Avdeeva deze als ‘kamermuziek met orkest’ speelde en dat het niet alleen voor de piano maar ook voor het orkest een lastig stuk was. De dirigente bleek inderdaad aan kungfu, ballet en yoga te doen. Ze benadrukte dat dirigeren niet alleen een kwestie van geven, maar vooral ook ontvangen was. Interessant genoeg had ze het orkest pas de zaterdag ervoor voor de eerste keer ontmoet. Gevraagd naar wat zij deed om af en toe los te komen van klassieke muziek antwoordde Avdeeva dat zij soms naar metallic rock en popmuziek luisterde!
Willem Boone

Info: www.concertgebouw.nl