Brahms op zijn best met het Royal Danish Orchestra

Royal Danish Orchestra o.l.v. Marie Jacquot. Solist: Nikolaj Szeps-Znaider, viool. Programma: Abrahamsen, ThreePieces for Orchestra, Brahms, Vioolconcert op 77, Prokofjev, delen uit Romeo en Julia. Gezien: 21.8.2026, Concertgebouw Amsterdam.

Door Michael Klier

 

Het oudste symfonieorkest (opgericht in 1448) van de wereld speelde afgelopen zaterdag in Amsterdam samen met de jongste winnaar ooit van het Carl Nielsen International Competition. Maar alsof dat nog niet genoeg was: het Royal Danish Orchestra met als solist Nikolaj Szeps-Znaider begon het programma in Amsterdam bovendien met een werk van Hans Abrahamsen, eveneens uit Denemarken. Maar nog veel belangrijker is het feit dat deze concertavond naast een sterk Europees visitekaartje, ook een bijzonder muzikale belevenis was.

 

Hans Abrahamsen, componist

Wat goed dat ze dit doen, hoorde ik na afloop mijn buurvrouw tegen haar man zeggen. Ze bedoelde het uitvoeren van hedendaagse composities, die in de zomermaanden in het Concertgebouw nog zeldzamer zijn dan normaal. Hans Abrahamsen bewerkte voor zijn Three Pieces for Orchestra, drie stukken uit zijn pianowerk Ten studies voor groot orkest. Hij droeg ze op aan Sir Simon Rattle voor diens afscheidstournee in 2018 als chef-dirigent van de Berliner Philharmoniker. In deze drie korte stukken zet Abrahamsen drie totaal van elkaar verschillende klankwerelden neer.

 

 

Three Pieces

Het zijn rusteloos herhaalde loopjes die het Royal Danish Orchestra steeds weer van beneden naar boven afspoelt. Op dit ene idee berust het hele stuk, dat daardoor ietwat houterig overkomt. Het tweede stuk begint met piano en 2 piccolofluiten. Abrahamsen laat daarmee een iele toonvlakte ontstaan die je na korte tijd eveneens ongemakkelijk laat voelen. In het laatste deel zetten vijf slagwerkers de sfeer woestijnachtig in. Na zuchtende bassen en zingende houtblazers hebben de altviolen het laatste fijnbesnaarde woord.

 

 

Nicolaj Szeps-Znaider, violist

Brahms vioolconcert op 77 is een van de monumenten van het virtuoze vioolrepertoire. En Szeps-Znaider liet al in de vierstemmige openingsakkoorden horen dat hij helemaal thuis is in Brahms diepzinnige meesterwerk. Het eerste deel speelde hij in vlagen soms haast te perfect. Pas in de weinig gespeelde en extreem virtuoze cadens van Jascha Heifetz kwam Szeps-Znaider echt los. Znaider: ‘Eerst speelde ik vijftien jaar lang de veel bekendere Joachim cadens, maar op een gegeven moment kreeg ik zin in iets anders. Het is prachtig, de manier waarop Heifetz de motieven combineert.’  Znaider is het soort violist die ogenschijnlijk alles kan spelen. Daarnaast heeft hij een uitmuntend gevoel voor timing waarmee hij zijn publiek ademloos aan zijn strijkstok laat hangen. Er gaat een hypnotiserende werking uit van zijn spel, waardoor je hoopt dat hij nooit meer stopt met spelen. Met een kleine 40 minuten duurt deze Brahms gelukkig iets langer dan het gemiddelde vioolconcert.

 

 

Marie Jacqot, dirigente

Szeps-Znaider is naast zijn solistenbestaan ook al meer dan tien jaar dirigent. In de jonge dirigente Marie Jacqot had hij een zeer fijnzinnige begeleider. Zij is niet alleen chef-dirigente in Kopenhagen, maar sinds dit seizoen ook bij het WDR Symfonieorkest in Keulen. Men kon zien en horen dat het klikte tussen de twee gedurende alle drie delen van het vioolconcert. Deze klik werd nog duidelijker toen ze met elkaar na afloop op de podiumtrap kort overlegden over de toegift, die natuurlijk al lang was afgesproken.

 

 

Het werd Estrellita (1912) van Manuel Ponce in de bewerking van Heifetz. De Mexicaan Ponce schreef het lied oorspronkelijk voor zang en piano als onderdeel van een reeks romantische liederen. De melodie is een soort Mexicaanse volksmuziek met Europese romantische harmonieën. Jascha Heifetz arrangeerde het stuk in de jaren 40 voor viool en piano en later ook voor orkest. In een kleine toespraak vertelde Szeps-Znaider over de lange geschiedenis die hij met het orkest heeft en grapte: we zijn niet meer zo jong als we er uitzien. Het publiek had maar al te graag naar nog meer aanstekelijke toegiften willen luisteren.

 

 

Romeo en Julia

Toen het Bolshoi-ballet en het Kirov-ballet zijn partituur in 1935-1936 afwezen, zat Prokofiev met een voltooid werk dat niet uitgevoerd kon worden. Om de muziek toch onder de aandacht te brengen, arrangeerde hij in 1936 de eerste twee suites (Op.  64bis en Op. 64ter). Dit was een strategische zet: door succesvolle concertuitvoeringen hoopte hij de dansgezelschappen alsnog over de streep te trekken, wat uiteindelijk ook lukte. Tien jaar later schreef hij ter gelegenheid van een nieuwe productie zijn derde suite (Op. 101). Jacqot dirigeerde een selectie  met de bekendste stukken uit alle 3 suites.

 

 

Royal Danish Orchestra

Er leek na de pauze een heel ander orkest op het podium te zitten. Levendiger.  Ook Jacqot toonde een andere lichaamshouding. Ze dirigeerde met grote gestes, daarbij de ritmische accenten benadrukkend. Op deze manier daagde ze haar musici uit en kwam de schitterende muziek van Prokofjev sprankelend tot leven. Onder de vele uitstekende orkestsolisten viel de saxofoniste op met haar gulzig meeslepende toon. Het lukte Jacqot uiteindelijk niet om de spanning gedurende de gehele suite van elf delen even hoog te houden.
Dat neemt niet weg dat deze Deense uitvoering zeker memorabel was.

Michael Klier

 

Foto’s: Lars Gunderson, Cai Leilei, Camilla Winther, Lars Skaaning, Wenneke Savenije

De recensie verschijnt ook op https://musicwork.shop/blog/

You May Also Like

Eric Lu: begaafd pianist met niet altijd even fraaie fortes

Kings Return: a-cappella swing van Schubert tot Sade

Nationaltheater Mannheim: een Così om van te smullen

Daniel Lozakovich dringt door tot in de diepste vezels van Sibelius’ Vioolconcert