Antwerp Symphony Orchestra laat Vredenburg in klankpracht baden

AvroTros Vrijdagavondconcert met werken van Liszt en Bruckner. Lise de la Salle, piano; Antwerp Symphony Orchestra olv Eliahu Inbal. Gehoord: 4 december 2025, Tivoli Vredenburg Grote zaal
Door Harry-Imre Dijkstra
Omdat het eerste Vrijdagavondconcert in de AvroTros serie in december op de Sinterklaasavond zou vallen, was het concert met het Antwerpse orkest, de begaafde soliste Lise de la Salle en de illustere, ondertussen 89-jarige dirigent Eliahu Inbal een dag naar voren gehaald. Zoals verwacht was de akoestiek van de Grote zaal in Vredenburg perfect voor de verzamelde orkesttroepen en kon elk geproduceerd volume, natuurlijk met name in de Vierde Symfonie van Anton Bruckner, heerlijk genoten worden door een talrijk publiek. Ook de lichtvoetige, bijna Chopineske wijze waarop de pianiste het Eerste Pianoconcert van Franz Liszt bracht, parelde door de ruimte. Lise de la Salle, die met negen jaar al haar radiodebuut maakte en als tiener een internationale carrière startte, bleek een uiterst ervaren soliste. Ze liet geen moment de spanning van haar betoog verslappen en trakteerde het publiek op een zeldzaam luchtige interpretatie, die onmiddelijk de vraag deed rijzen, waarom er doorgaans door pianisten zo gezwoegd wordt op dit werk. De la Salle’s opvatting getuigde van een diepe partituurkennis; talrijke momenten nam zij een meer ondersteunende rol in en liet begeleidingen en versieringen die niet op de voorgrond hoeven te treden geheel opgaan in het klanktotaal. Ze onderstreepte daarmee precies de bedoeling van de componist: een samenwerking tussen solist en orkest, twee partijen die elkaar juist versterken in plaats van elkaar bestrijden. Dirigent Eliahu Inbal gaf het orkest best veel ruimte, dus er werd ruimhartig en tegelijk precies gemusiceerd, waarbij de bijdragen van met name de eerste fluitist en paukenist subliem waren. Opmerkelijk dat de bijzondere triangelpartij in de finale deze keer niet helder naar voren kwam. De La Salle wenste als toegift na deze oorstrelende meesterproeve een toegift te spelen die als een gebed voor betere, vreedzame tijden diende: An die Musik van Franz Schubert, een befaamd lied in een bekend arrangement, van Liszt natuurlijk. De verstilling die zij hiermee bewerkstelligde was magisch, en oh die tien seconden stilte na afloop maakten het nog veel mooier….
Na de pauze was de orkestbezetting flink groter. Opnieuw beperkte Inbal zich tot het controleren van de tempi en het aangeven van een aantal belangwekkende inzetten. Die relatief vrije wijze van leidinggeven had naast veel schitterende klankpracht ook een keerzijde: menige voorbereiding op een orkestraal hoogtepunt met fortissimo werd niet strak uitgewerkt waardoor de climaxen niet optimaal konden uitbarsten. Verder zong hij menigmaal hoorbaar mee met de hoofdlijnen en voor het overige vertrouwde hij volledig op de solide muzikanten van dit op hoog niveau acterende ensemble. Inbal kent het stuk als zijn broekzak, hij nam in de jaren ’80 immers als eerste alle Brucknersymfonieën in de oerversies op. Voor vanavond had hij de tweede versie van 1878/80 op de lessenaar, omdat hij die ook goed vindt; het is mede dankzij het volkomen nieuwe Scherzo en de veranderde Finale een behoorlijk ander werk dan de eerste versie. Wie Inbal hierover én over de moderniteit van Bruckners muziek wil horen spreken, moet mede daarom zeker de uitzending van het concert op 5 december jongstleden via NPO Klassiek terugluisteren.
De altviolengroep manifesteerde zich met name in de hoekdelen als de meest ruige en onbevangen spelers, waar de violen, celli en contrabassen weliswaar eensgezind maar toch wat beschaafd overkwamen. De voor hoornisten beruchte eerste inzet in het openingsdeel voorspelde een zware avond voor de dame op de eerste stoel. Zij zette mooi in, maar deed zo min mogelijk extra en gaf geen kleuring die paste bij het mysterieuze tremolo-bed dat de strijkers voor haar hadden uitgelegd.
De rustige, maar continuë puls van het eerste deel werkte heel aangenaam en deed volledig recht aan Bruckners intentie: Bewegt, nicht zu schnell.
Het tweede deel bood opnieuw rust en veel ruimte voor alle blazerssoli, met naast de wat bleke hoorngeluiden opnieuw prachtige soli van de fluit, de hobo en de fagot. Ongetwijfeld was met een iets hoger voltage het parcours mogelijk opwindender, maar die opwinding werd natuurlijk bewaard voor het dravende Scherzo! Hier mocht het orkest zich te buiten gaan in snelheid en volume en kon het bovendien bewijzen de vele motivische details in het fijnmazige geheel uiterst precies en expressief te plaatsen.
In de Finale werd iets gas teruggenomen; Inbal, na een uurtje Bruckner nog heel vief ogend, loodste het orkest beheerst naar de eindstreep, in mooie kleuring en balans. Niet alleen voor het publiek, maar zeker ook voor de musici moet het een heel fijne avond geweest zijn.
Harry-Imre Dijkstra