Arena di Verona: Magische Aida in moordende hitte

Giuseppe Verdi – Aida
Orchestra di Fondazione Arena di Verona o.l.v. Francesco Ommassini. Abramo Rosalen (Koning), Clémentine Margaine (Amneris), Aleksandra Kurzak (Aida), SeokJong Baek (Radamès), Youngjun Park (Amonasro), Alexander Vinogradov (Ramfis), Carlo Bosi (Boodschapper), Francesca Maionchi (Priesteres). Regie: Franco Zeffirelli. Gehoord: 30 juli 2026, Arena, Verona
Door Peter Schlamilch
Het is elk jaar weer een belevenis om in de Arena van Verona te zijn: de gefascineerde mensenmassa’s (alle 15.000 plaatsen waren uitverkocht voor deze ‘première’ van Aida), de adembenemend mooie decors en kostuums, de indrukwekkende gebouwen (uit de eerste eeuw!) van de arena zelf en natuurlijk de grote namen die de organisatie elk jaar weer weet te strikken voor de voorstellingen: heb ze niet gehoord, maar een maand na deze ‘première’, waarmee ik de eerste voorstelling van een nieuwe reeks bedoel (de voorstelling stamt uit 2002) werden de hoofdrollen gezongen door Anna Netrebko, Jonas Kaufmann, Roberto Alagna en Ludovic Tézier, om maar eens wat te noemen.

Luchtpijpontsteking
Ook de cast van de ‘première’ mocht er wezen, zoals de Italiaanse bas Abramo Rosalen, die de rol van Koning vertolkte en die alle grote operahuizen van binnen en van buiten kent – hij zong zijn noten met inzet en passie, ondanks dat het een warme avond was na een uitputtend hete dag met 40 graden op de thermometer: een mega-inspanning voor koor, orkest en solisten, maar ook in het publiek moesten enkelen de voorstelling noodgedwongen vroegtijdig verlaten. Dirigent Francesco Ommassini leek er echter niet onder te lijden, want hij leidde helder en gestructureerd, hoewel veel van zijn tempi aan de trage kant waren, wat in de enorme Arena – waarin de onversterkte musici het toch al heel zwaar hebben – beslist geen goed idee is: zangers moeten dan vaker gaan ademen en de steeds langer wordende frasen dreigen te verbrokkelen. Vooral de, ook heel bekende, Poolse sopraan Aleksandra Kurzak leek daar last van te hebben, want haar aria Ritorna Vincitor vermocht niet te overtuigen – haar stem klonk klein en soms wat onzuiver, waarbij niet vergeten mocht worden dat ze nog maar een week tevoren een Aida in Rome had moeten afzeggen wegens een luchtpijpontsteking. Dus wie zal het haar euvel duiden dat ze misschien minder in vorm was dan gebruikelijk?

Onheilstijding
Voor de Zuid-Koreaanse tenor SeokJong Baek was deze première, opvallend, zijn enige voorstelling in de reeks; met zijn slanke stem wist hij de enorme Arena niet altijd te vullen, maar dit debuut in Verona was toch mooi en lyrisch, met een enorm lange, krachtige slotnoot in zijn Celeste Aida, met fraaie, ‘staalachtige’ kwaliteiten, hoewel verre van het pianissimo dat Verdi ooit in gedachten had gehad. Amneris, gezongen door de Franse mezzo Clémentine Margaine, was mooi, sterk, rond en warm, hoewel in het vrouwenkoor wat onzuiver, maar ze herstelde zich snel. Ze zong haar noten dramatisch en overtuigend, ondanks de grote hitte. In de grote Finale II leidde dirigent Ommassini koor en orkest helaas eerder symfonisch dan dramatisch, waardoor het geheel wat ‘mild’ klonk, toch niet helemaal Verdi’s bedoeling. Gelukkig was daar de Zuid-Koreaanse bariton Youngjun Park, die met zijn krachtige, edele en warme stemgeluid en indrukwekkende podiumaanwezigheid Aida’s vader Amonasro zo geloofwaardig vertolkte dat hij de hele tweede helft van de finale ‘droeg’, vorm en richting gaf, met veel ‘oerkracht’ en gravitas. Een speciale vermelding voor de Boodschapper van Carlo Bosi, die zijn onheilstijding glashelder maar dreigend overbracht.

Magisch
Na de pauze wordt Zeffirelli’s prachtige, maar soms wat plechtstatige regie magisch – door de belichting, de romantische kleding en decors en natuurlijk vooral omdat dan steevast de maan opkomt achter het toneel, in mijn geval zelfs de volle maan. Aida’s aria werd begeleid door een mooie hobosolo en een prachtig spelend orkest: in dergelijke zachte passages is dirigent Ommassini op zijn best, terwijl Kurzak eigenlijk te lyrisch zong om te overtuigen – ze speelde gelukkig beeldschoon en indringend. Het vluchtduet was prachtig, maar te langzaam om echt spannend te worden, en het weerzien in de grafkelder, een akte later, leek weinig vreugdevol bij de tenor. De slotscène was prachtig, intiem, klein en vooral intens verdrietig: waarom, zo vraagt de toeschouwer zich af, waarom toch is het menselijk lot vaak zo tragisch en diep triest? Aleksandra Kurzak leek zich hervonden te hebben en zong een wonderschoon afscheid van het leven. Een magische avond in Verona.
Peter Schlamilch

Meer info: https://www.arena.it/en/arena-verona-opera-festival/aida/