Bad Ischl: Hartverwarmend operettefestival in het Salzkammergut

Emmerich Kálmán – Gräfin Mariza. Franz Lehár-Orchester o.l.v. Marius Burkert. Bryony Dwyer (Mariza), Martin Achrainer (Populescu), Lukas Karzel (Kolomán Zsupán), Daniel Pataky (Tassilo), Claudia Goebl (Lisa), Petra Strasser (Božena Guddenstein) e.a. Regie: Angela Schweiger. Gehoord: 22 juli 2026, Kongress & Theaterhaus, Bad Ischl
Franz von Suppè – Boccaccio. Franz Lehár-Orchester o.l.v. Christoph Huber. Maria Ladurner (Fiametta), Christina Sidak (Giovanni Boccaccio), Gerd Vogel (Lotteringhi), Domenica Radlmaier (Isabella), Martin Lechleitner (Pietro), Hans Gröning (Lambertuccio), Miriam Portmann (Peronella), Philip Guirola Paganini (Leonetto) e.a. Regie: Thomas Enzinger. Gehoord: 23 juli 2026, Kongress & Theaterhaus, Bad Ischl
Door Peter Schlamilch
Het prachtig gelegen stadje Bad Ischl, een uurtje ten oosten van Salzburg, is al oeroud, maar kreeg Europese bekendheid in het begin van de 19e eeuw, toen Aartshertogin Sophie en haar man Franz Carl door de warmwaterbronnen aldaar een ‘grote genezing’ ondergingen: iedereen die ertoe deed wilde naar Ischl (de aanduiding ‘Bad’ werd pas 100 jaar later toegevoegd) en er werden hotels en landhuizen gebouwd. Het werd het zomerverblijf van keizer Franz Joseph I en in 1853 verloofde hij er zich met Elisabeth, beter bekend als Sisi. Hij verklaarde er in 1914 de oorlog aan Servië – het begin van de Eerste Wereldoorlog. Naast de keizerlijke familie kozen ook beroemde componisten Ischl als zomerverblijf, zoals Anton Bruckner, Johann Strauß, Johannes Brahms en Franz Lehár, die er zijn grote successen componeerde.

Grappig en intelligent
Naar die laatste is het grote Lehár Festival genoemd dat er vanaf 1961, aanvankelijk onder een andere naam en met alleen concertante uitvoeringen, grote scènische operettevoorstellingen produceert, vanaf 2016 onder leiding van regisseur-intendant Thomas Enzinger. De Boccaccio die ik er meemaakte was onder zijn regie, en die was uiterst komisch: niet alleen ikzelf maar het hele publiek schaterde van het lachen. Zoveel scherpe details, grappige wendingen en komische personenregie – een operettefeest om van te smullen. Ook de belichting en de kleding waren prachtig, net als de effectieve maar eenvoudige decors. De hoofdfiguur, Boccaccio, lijkt de hoofdrolspelers uit het publiek te kiezen en vertelt ze, op het toneel, allemaal wat ze moeten doen – er volgt een uitstekend gespeelde ouverture en een dito gezongen openingskoor waarvan ook hier de regie grappig en intelligent is. Het komische duo Gerd Vogel (Lotteringhi) en Hans Gröning (Lambertuccio) zingt zeer sterk en speelt even goed: ze zijn zó grappig, bijvoorbeeld in hun mimiek, dat het publiek dubbel ligt.

Voortreffelijke zang
Boccaccio werd gezongen door de Weense mezzo Christina Sidak, die de Hosenrolle guitig en overtuigend speelde, maar soms aarzelde in de hoogte, wat ook gold voor de Fiametta van Maria Ladurner, die echter net zo sterk en bovendien liefdevol acteerde. Domenica Radlmaiers Isabella klonk heerlijk: lekker slank en in de hoogte helder, stralend en zuiver. De Peronella van Miriam Portmann was karaktervol en zeer goed gespeeld. Martin Lechleitner zong en speelde een uitstekende Pietro en het orkest klonk prima en werd goed geleid door dirigent Christoph Huber, hoewel zijn tempi bij vlagen wat vlotter en ‘volkser’ hadden gemogen. Na de pauze etaleerde de Duitse bariton Hans Gröning (Lambertuccio) zijn komische talent dusdanig, dat de zaal het uitschaterde: zijn ‘Wie Gott will, ich halt’ still’ was niet alleen zeer mooi gezongen (hij is ook een begenadigd Wagner-zanger), maar ook zo sterk van timing en spelplezier, dat zijn bijdrage bijna het hoogtepunt van de avond werd. Dat was echter de laatste finale, met een uiterst humoristische regie en voortreffelijke zang en in volle vaart. Zoveel speelvreugde en puur operetteplezier: een heerlijke avond!

Welluidende en fijnzinnig
Omdat de congreszaal van het prachtige Kurhaus vooral achterin geen ideale acoustiek heeft, worden de voorstellingen licht versterkt, maar wie, zoals ik bij Boccaccio, in de voorste helft van de zaal zat, hoort een prima balans tussen stemmen en het orkest, dat uit zo’n 40 man bestaat: een typische operettebezetting. Een avond eerder was ik bij Emmerich Kálmáns Gräfin Mariza en zat wat meer achterin, waar de (noodzakelijke) versterking helaas iets wegnam van de originele klank van de vocalisten, maar toch werd al snel duidelijk dat hier heel mooi gezongen werd: de Tasmaanse sopraan Bryony Dwyer zong een hele mooie en aanstekelijke Mariza en Claudia Goebl een overtuigende, helder klinkende en zeer goed acterende Lisa. Lukas Karzel brengt als Kolomán Zsupán veel leven in de brouwerij en zijn duet Komm mit nach Varasdin brengt veel sfeer en wordt meegezongen in de zaal – heel leuk. De Wener Daniel Pataky zingt een welluidende en fijnzinnige Tassilo en Martin Achrainer en Petra Strasser spelen in een lange, komische scène het vorstelijke paar dat de hele handeling opeens de andere kant op stuwt, met veel gelach uit de zaal tot gevolg.

Prachtige berglandschappen
De regie was wisselend: de moderne kleding stoorde mij niet en paste prima in het verder klassieke kader. De slaapkamers van Mariza en Tassilo aan weerszijden van het toneel werkten goed, maar de personenregie was wat onafgewerkt, de dialogen waren soms erg houterig en het gedoe met mobieltjes en selfies hoeft van mij ook niet zo. Wel schitterend was het ballet, dat in een nummer als bijvoorbeeld Ich möchte träumen een sfeervolle en prachtig-klassieke illustratie van het gezongene uitbeeldde. Bad Ischl is een droom van een vakantiebestemming, omgeven door prachtige berglandschappen en zuivere meren. En voor wie van operette houdt, is het hartverwarmende Lehár Festival een absolute aanrader!

Peter Schlamilch
Meer info Gräfin Mariza: leharfestival.at
Meer info Boccaccio: leharfestival.at
