Bonte mix van Franse muziek op de seizoensopening in Rotterdam

Rotterdams Philharmonisch o.l.v. Bar Avni. Solist: Sheku Kanneh-Mason, cello. Programma: Bizet, Carmen: Prélude; Boulanger, D’un matin de printemps; Saint-Saëns, Eerste celloconcert; Milhaud, Le bœuf sur le toit; Bonis, Ophélie enSalomé (Nederlandse premières); Ravel, Boléro. Gezien: 18.9.2026, De Doelen, Rotterdam.
Door Michael Klier
De Boléro van Ravel en het begin uit Bizets opera Carmen – het zijn twee wereldberoemde melodieën. Je kunt ze als het ware meefluiten. De Franse Mel Bonis en Lili Boulanger daarentegen zijn tamelijk onbekende componisten uit het begin van de vorige eeuw. Hun muziek ademt de sfeer van het laatromantische én het impressionisme. Op het programma stonden van beiden korte, kleurrijke stukken voor orkest. In deze pastelachtige muziekschilderijen was er voor de houtblazers alle ruimte om te excelleren. Het Rotterdams Philharmonisch opende het seizoen met een gelukte mix van populaire en onbekende Franse componisten.

Debuut
Zowel de dirigente als de solist maakten ook nog eens hun debuut bij het orkest. Cellist Sheku Kanneh-Mason werd als wereldcellist groot aangekondigd, dus de verwachtingen waren hooggespannen. Hij begon het Eerste celloconcertvan Camille Saint-Saëns karaktervol en met een mooie lieflijke toon. Onder zijn grote handen leek zijn oude Franse cello fragiel. Kanneh-Mason beschikt bovendien over een fantastische techniek. De vele loopjes speelde hij rap en virtuoos, soms zo snel dat je je afvroeg of je wel alles had kunnen horen. De gebroken akkoorden schudde hij moeiteloos en elegant uit zijn mouw. En toch koos hij er in Rotterdam niet voor om alleen de salonvirtuoos uit te hangen. Kanneh-Mason ging voor diepgang en legde de nadruk op een ingetogen interpretatie.

Toegift
En dat werkte uitstekend. Met zijn eerlijke en fantasievol vertellende toon zong hij indringend de melancholieke thema’s van dit concert en overtuigde met deze gedifferentieerde aanpak de zaal volledig. Als kers op de taart speelde hij een hedendaagse toegift: Lament uit de Suite for Solo Cello van de Britse Natalie Klouda. Heel even leek het begin op Bach, maar daarna celebreerde Kanneh-Mason de langzame glissandi met nu eindelijk de hele zaal vullende ronde klanken. Erg mooi! In november is hij weer in het land. Dan speelt hij op de Cello Biënnale met het Residentie Orkest.

Lili Boulanger
Ook de compositie D’un matin de printemps van Lili Boulanger zal dit seizoen nog eens in Amsterdam te horen zijn. Lili was het jongere zusje van Nadia en overleed in 1918 al op 24-jarige leeftijd. In dit jaar schreef ze D’un matin du printemps, een prachtige klankschilderij met veel licht en schaduw. Helaas was dirigente Bar Avni hier nog te timide in haar slag, waardoor ze weinig specifieke accenten kon zetten. Dat veranderde na de pauze gelukkig.

Mel Bonis
Avni begon de tweede helft van het concert met een toespraak. Ik houd hier wel van. Ze vertelde zeer aanstekelijk over de inhoud van het surrealistische ballet Le bœuf sur le toit van Darius Milhaud. En daarna ook nog over Ophélieen Salomé van Mel (Mélanie Hélène) Bonis. Beide dramatische stukken schreef Bonis in 1909. Ze horen bij het drieluik Trois Femmes de légende. Het Rotterdams speelde zowel de Zuid-Amerikaanse ritmes van Milhaud, als de laatromantische muziek van Bonis met verve. Een fijne kennismaking met deze te zelden geprogrammeerde muziek.

Boléro
Als je je publiek fluitend naar huis wilt laten gaan dan is Ravels beroemdste compositie wel de perfecte uitsmijter. De Rotterdamse blazers lieten om de beurt hun meeslepende versie van het thema horen met als uitblinkers de soli van saxofoon en trombone.
Met dít prachtige staalkaartje van excellent musiceren eindigde deze bonte mix van Franse muziek rond de eeuwwisseling.
Michael Klier
Foto’s: José Real, Julien Mignot, Henri Manuel
De recensie verschijnt ook op https://musicwork.shop/blog/
Info:
https://www.rotterdamsphilharmonisch.nl