Mahlers mysterie niet ontrafeld in Zevende symfonie bij Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Klaus Mäkela. Gustav Mahler – Zevende symfonie. Gehoord: 28 oktober 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam*

Door Peter Schlamilch

 

De Zevende symfonie is een van zijn meest onbekende symfonieën, hoewel Mahler het zijn ‘beste werk’ vond. Het stuk is vrij opgewekt van aard, anders dan zijn Zesde, en heeft geen duidelijk ‘programma’ (verhaal), anders dan bijna al zijn andere werk, waardoor het van eminent belang is dat de dirigent de toehoorder bij de hand neemt en hem of haar zijn interpretatie, zijn duiding van dit omvangrijke klankwerk toevertrouwt. En hoe kundig, briljant en flitsend Mäkelä zijn toekomstige Concertgebouworkest ook leidde – het raadsel van de Zevende werd niet geopenbaard.

 

 

Streven naar perfectie

Het KCO speelde voortreffelijk, en veel details werden, vaak op aangeven van de dirigent, die werkelijk overal bij was, pregnant, soms haast opzichtig uitgevoerd – prima natuurlijk, want zonder details komt een muziekstuk niet tot leven. Maar zonder grote lijnen, vergezichten en ‘magische momenten’, wat die ook mogen zijn, lukt dat ook niet, en daar moet de Finse dirigent, die vanaf september volgend jaar start als de nieuwe chef-dirigent in Amsterdam, nog in groeien. Want wat was nu eigenlijk zijn specifieke stempel op het van nature altijd al geweldig spelende KCO? Wat was zijn klankvoorstelling, en welke opbouw hanteerde hij nu eigenlijk? Dat eerste bleef een beetje onduidelijk – of het moet het streven naar perfectie en transparantie zijn waarvan je je kunt afvragen of die wel bij Mahlers muziek past – en Mäkelä bleef te veel in het hier en nu om grote vergezichten te schilderen en nachtelijke dromen te schetsen. Het hoe is bij hem in uitstekende handen, maar het grote waarom komt niet altijd uit de verf, terwijl Mahler – ik herhaal het nog maar eens – toch altijd herhaalde dat ‘het belangrijkste niet in de noten’ stond.

 

 

Mahlers zachte kanten

Een prachtige tenorhoorn-solo opende het eerste deel, dat weliswaar stemmingsvol en angstaanjagend begon, maar daarna over het algemeen bij vlagen veel te luid klonk en weinig recht deed aan de enorme dynamische rijkdom van het stuk: vooral de zachte passages waren te weinig suggestief en mysterieus. Het tweede deel werd geopend met niet minder geweldige soli in de eerste en derde hoorn, gevolgd door indrukwekkend gespeelde hobo-, althobo- en klarinetsolo’s – heel fraai – maar ook hier kwamen Mahlers zachte kanten nauwelijks tot hun recht. Het orkest speelde uiterst geconcentreerd, briljant en met prachtige homogene strijkers, maar waar was Mahlers weemoed? Ook in het derde deel toonde Mäkelä zich een fenomenale organisator: hij gaf iedereen houvast in deze toch grillige symfonie, was werkelijk overal bij en hield alles perfect onder controle, waardoor er een knappe, spatgelijke maar niet zo spannende uitvoering ontstond.

 

 

De kracht van de partituur

Spanning was ook in het vierde deel ver te zoeken, en hoewel Mahlers aanwijzing Amoroso natuurlijk zoetigheid impliceert, gaat de liefde, naar wij allen weten, niet alleen over rozen: geladenheid blijft altijd een voorwaarde, al is die maar onderhuids. Ook hier was het orkest helder en in een prachtige balans, het publiek opvallend muisstil en de klarinetsolo aan het eind voorbeeldig. Het nogal Mahler-vreemde slotdeel (veel optimistisch trompetgeschal) was energiek en fris: dat is Mäkelä uiteraard volop toevertrouwd, maar ook hier bleef Mahlers verhaal, welk dat ook moge zijn, aan de oppervlakte en werd niet diep genoeg om werkelijk meeslepend te worden. Mäkelä vertrouwt op de kracht van de partituur, en dat is lovenswaardig, maar bij Mahler vaak niet genoeg, hoewel de slotminuten, met al hun geweld en geschetter, volledig overtuigend waren, en ovationeel applaus zijn deel was.

Peter Schlamilch

Foto’s: Eduardus Lee, Marco Borggreve  e.a.

 

* Deze recensie betreft de live-versie in de zaal. De concertregistratie kan, door de opnametechniek, uiteraard afwijken.

Meer info: concertgebouw.nl

You May Also Like

Dvořáks Stabat Mater doorleefd bij Nederlands Concertkoor en Toonkunstkoor Amsterdam

Met Virtuositeit en Eenvoud verklankt Alexander Gavrylyuk Oorlog en Onschuld

Van Baerle Trio en Isabelle van Keulen spelen kamermuziek in optima forma

Omvergeblazen door NDT 2 met Kylián, Soulier en Goecke