Dvořáks Stabat Mater doorleefd bij Nederlands Concertkoor en Toonkunstkoor Amsterdam

Antonin Dvořák – Stabat Mater. Nederlands Concertkoor, Toonkunstkoor Amsterdam en RBO Sinfonia o.l.v. Louis Buskens. et Lenneke Ruiten (sopraan), Barbara Kozelj (mezzo-sopraan), Satriya Krisna (tenor), Wiard Witholt (bariton) en leerlingen en docenten van het Vossius Gymnasium. Gehoord: 24 oktober 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam
Door Peter Schlamilch
Antonín Dvořáks Stabat Mater is een die prachtige, monumentale en emotioneel geladen religieuze meesterwerken uit de romantiek – met zijn lengte van maar liefst ruim anderhalf uur is het de langste en meest grootschalige vertolking van deze diepverdrietige middeleeuwse tekst ooit geschreven. Het stuk weerspiegelt niet alleen een eeuwig religieus thema, het lijden van Maria bij het kruis, maar ook Dvořáks onmetelijke, persoonlijke drama.

Leiden en vertrouwen
Het werk is onlosmakelijk verbonden met het onvoorstelbare persoonlijke verlies dat Dvořák en zijn vrouw in korte tijd ondergingen: ze verloren drie van hun kinderen. In 1875 overlijdt hun pasgeboren dochtertje Josefa, en de grote Tsjech begint diep aangedaan aan de eerste schetsen. Twee jaar later sterft hun 11 maanden oude dochter Ružena door een onopzettelijke vergiftiging en een maand later sterft hun oudste zoon Otakar op driejarige leeftijd aan de pokken. Overmand door verdriet en het lijden van zijn vrouw greep Dvořák naar de eeuwenoude Latijnse tekst van het Stabat Mater, over de intense pijn van Maria die toekijkt hoe haar zoon aan het kruis sterft. Het werk vestigde, na een triomfantelijke uitvoering in Londen, definitief zijn naam als wereldberoemd componist.
Voor de uitvoering in het Concertgebouw hadden het Nederlands Concertkoor en het Toonkunstkoor Amsterdam (waarin ik zelf, onder de directie van de bijzondere dirigent Jan Eelkema, mijn eerste schreden zetten als jonge zanger) de krachten gebundeld en het resultaat was een grootse en zuivere uitvoering van Dvořáks prachtwerk, niet in de laatste plaats door de sterke en expressieve leiding van dirigent Louis Buskens, die graag de bekende Britse dirigent Sir Colin Davis aanhaalt: ‘Dirigeren is alsof je een vogel in je hand houdt. Houd je hem te stevig vast, dan gaat hij dood. Houd je hem niet stevig genoeg vast dan vliegt-ie weg.’ En precies zo vindt Buskens moeiteloos de balans tussen sturen en vrij laten, tussen leiden en vertrouwen geven: hij is daar waar hij zijn moet – en dat is met amateurkoren, ook met geschoolde zangers, best vaak – maar laat de muziek voor zich spreken waar het kan.

Ademende en stromende gebaren
Doordat zijn koorzangers prima geprepareerd waren, ontstond er een bijna professionele uitvoering van Dvořáks toch best veeleisende werk, dat uitstekend begeleid werd door RBO Sinfonia, het professionele begeleidingsorkest dat door de orkestmusici zelf professioneel bestuurd en georganiseerd wordt. RBO speelde invoelend, expressief en zuiver, en weet door de jarenlange ervaring precies waar de valkuilen voor elk koor zich bevinden en past altijd, en uit eigen beweging, de dynamiek (volume) van de begeleiding aan aan die van het te begeleiden koor of de solisten – heel knap. Niet dat beide Amsterdamse koren veel last hadden van valkuilen – ook zij zijn uiterst ervaren en dat was goed te horen aan de vlekkeloze tempowisselingen, de gelijkheid van de dictie (de uitspraak mocht af en toe nog wat minder ‘Nederlands’) en vooral de expressie: op elk moment leken de zangers zich de zwaarte van de tekst te beseffen, de heftigheid van het leed en het gewicht van de muziek. Dirigent Buskens speelde hierin een beduidende rol: hij voelt de ernst van de situatie en laat deze volop zien in zijn heldere, maar altijd ademende en stromende gebaren, die door de koren en het orkest direct werden opgepikt – het geheel klonk organisch, sonoor en klankrijk, met veel mooie kleuren en nuances: waar veel amateurkoren grotendeels bezig zijn om ‘er zo goed mogelijk doorheen te komen’, stonden deze koren boven de materie en konden de expressie van tekst en muziek dus volledig tot hun recht laten komen.

Gloedvol
Ook de solisten deden het uitstekend: de sopraan van Lenneke Ruiten klonk mooi en helder (hoewel ze in de tutti nog iets meer had mogen overstralen), Barbara Kozelj’s mezzosopraan was warm, vol en indringend, en de Indonesische tenor Satriya Krisna weerstond gelukkig de verleiding om er een Verdi-requiem van te maken: hij bleef prachtig dicht bij de tekst en zong gloedvol en inlevend. De Nederlandse bas-bariton Wiard Witholt, overigens als vast lid verbonden aan het ensemble van het Staatstheater Augsburg, zong warm, mooi en klankvol. Al met al een prachtige avond, die Dvořáks meesterwerk volledig recht deed.
Peter Schlamilch
Info: nederlandsconcertkoor.nl