Borodin Quartet hervindt zijn legendarische vorm van weleer

Gehoord: Tivoli Vredenburg, Utrecht, 15 januari 2024

Door Willem Boone

 

Dertig jaar geleden hoorde ik in de Kleine Zaal van het Concertgebouw het Borodin Quartet muziek van Tchaikovski spelen en dat blijft tot op heden het mooiste strijkkwartet dat ik ooit live hoorde. Het was in de tijd met Mikhail Kopelman als primarius (die later zijn eigen ensemble oprichtte) en Valentin Berlinski als cellist. Ze speelden het relatief onbekende Derde strijkkwartet en samen met twee andere strijkers de originele versie van het Sextet Souvenirs de Florence. Het spel van de vier musici klonk orkestraal en zelfs simpele pizzicati bezorgden me kippenvel. Niet lang daarna hoorde ik het ensemble nogmaals in muziek van Schubert, inmiddels met een andere primarius: Ruben Aharonian, en de magie was weg, het leek in niets meer op het kwartet dat zo’n overweldigende indruk had gemaakt. Het blijft altijd de grote vraag bij strijkkwartetten: wat gebeurt er met de klank en opvattingen als er een of meer leden opstappen? Voegen nieuwe musici zich naadloos in het ensemble en gaat alles door zoals daarvoor? Het Borodin Quartet zoals het gisteravond in de uitverkochte Hertz-zaal van Tivoli Vredenburg speelde bestaat uit vier geheel andere musici. Net als bij het Concertgebouworkest waarin op dit moment ook geheel andere musici spelen dan dertig jaar geleden wierp zich de vraag op: is er iets van de legendarische klankcultuur van weleer behouden? In het geval van dit kwartet is die met recht ‘legendarisch’ te noemen, want het werkte bijvoorbeeld nauw samen met componist Dmitri Sjostakovitsj, maar ook met musici als Richter, Rostropovitsj, Gutman en Bashmet. Welnu, de eerste indrukken waren positief: of het nog dezelfde klank heeft als dertig jaar geleden, is moeilijk te zeggen, maar wat direct vanaf het begin van Shostakovitsj Eerste strijkkwartet opviel was het mooie samenspel, waarbij de musici naar elkaar luisterden en er nooit iemand domineerde. Het eerste deel, moderato klonk raadselachtig en vluchtig, het tweede deel, Moderato juist smartelijk, onder meer door het spel van altist Igor Naidin. In het derde deel, dat etherisch en ongrijpbaar als een zeepbel klonk, viel de rijke klankcultuur van het ensemble op. Het afsluitende Allegro was fel van karakter en het was voorbij voor het eenmaal begonnen was. Als wel vaker bij deze componist maakte de muziek een raadselachtige indruk: wat wilde hij nu eigenlijk met dit stuk zeggen?

 

 

Met het beroemde Tweede strijkkwartet van Borodin stapte het kwartet in een andere klankwereld: warm en romantisch, waarin de instrumenten versmolten: de cello van Vladimr Balshin was vervoerend en het spel van primarius Nikolai Sachenko verdient een compliment: hij voegde zich steeds in het ensemble zonder op een hinderlijke wijze letterlijk de ‘eerste viool’ te spelen. Het spel was zeer verfijnd en in het lyrische scherzo viel nogmaals de zeer eensgezinde opvatting van de vier musici op. Het deed denken aan een briesje dat opstak en in het publiek waren na afloop zuchten van bewondering te horen. In het beroemdste deel, Notturno dat veelvuldig door strijkersensembles gespeeld wordt, was het prachtig om te horen hoe de partijen in elkaar grepen, bijvoorbeeld hoe de eerste viool en de cello een duo speelden tegen de wiegende begeleiding van de tweede viool en de altviool. Hoe vaak dit deel ook bewerkt is (het is ook een aantal malen als filmmuziek gebruikt!), in deze originele vorm klonk de muziek op zijn puurst. De Finale volgde zonder onderbreking: de musici zetten daarin de Russische traditie op de best denkbare wijze voort. In de programmatoelichting stond overigens nog een aardig weetje: de componist zag zichzelf in de eerste plaats als scheikundige, de muziek was slechts een ‘hobby’. Een standbeeld van hem in St Petersburg stond er dan ook om de chemicus te herdenken!

 

 

Als laatste in dit Russische programma werd het Tweede strijkkwartet van Tchaikovski uitgevoerd. Zijn drieStrijkkwartetten behoren bepaald niet tot zijn bekendste stukken en zijn ook niet overal even geïnspireerd, al bevatten ze prachtige gedeeltes, zoals het Andante semplice uit het Eerste strijkkwartet. Het stuk dat vanavond gespeeld werd, is wat mij betreft geen sterke compositie, maar het is in zoverre interessant dat het wederom de gelegenheid bood om een andere klankwereld te betreden: die van orkestraal spel. Bij de première werd al vastgesteld dat deze kamermuziek orkestraal van karakter was en (zo stelde de toelichting) dat werd destijds als compliment opgevat. Direct in het eerste deel, adagiomoderato assai, was er een volle klank en in het tweede deel, Scherzo – Allegro giusto, was het een feest om de vier musici zo’n simpel wijsje te horen spelen. In het langzame deel, Andante ma non tanto, lieten ze prachtig de klank opbloeien. Tsjaikovski legt hier zijn ziel bloot, maar dat moet er niet te dik bovenop liggen, omdat de muziek anders in sentimentaliteit ontaardt. Dat wisten de musici te voorkomen met hun intense spel. De Finale was compositorisch niet sterk, maar werd met verve uitgevoerd. Als toegift volgde een Romance van Rachmaninoff. Het was een interessante keuze, want diens Strijkkwartetten klinken vrijwel nooit op concerten of cd. Het kwartet speelde het met uiterst raffinement: prachtig van toon en verleidelijk. Als ik lang geleden al bedenkingen over dit ensemble had, dan zijn die als sneeuw voor de zon verdwenen: dit was een avond muziek op het allerhoogste niveau!

Willlem Boone

 

Info:

https://www.tivolivredenburg.nl/agenda/borodin-quartet-15-01-2024/

 

You May Also Like

Nicolas van Poucke speelt Chopin in Concertgebouw

Soltani en Bartlett: subliem en eensgezind

Muziek stijgt over alles uit tijdens uniek recital door Lucie Horsch en Ton Koopman

Succesvolle afsluiting tournee Nederlands Studentenorkest in Het Concertgebouw