Daniel Lozakovich dingt door tot in de diepste vezels van Sibelius’ Vioolconcert

Vriendenloterij Zomerconcerten. Luzerner Sinfonieorchester o.l.v. Michael Sanderling, m.m.v. Daniel Lozakovich, viool. Gehoord: 14 augustus 2026, Concertgebouw Amsterdam.

Door Wenneke Savenije

 

Demonen

‘Als de duivel je van binnen verschroeit, betekent dat dat er engelen in je wonen’. Volgens het Zweedse vioolfenomeen Daniel Lozakovich (2001), die deze zin toeschrijft aan de Russische dichter Sergej Jesenin (1895-1925), illustreert dit beeld de getroubleerde gemoedstoestand waarin Jean Sibelius (1865-1957) zijn beroemde Vioolconcert schreef. In zijn ogen is het stuk een strijd, tegen de wereld, tegen het orkest en tegen zichzelf. Met het componeren ervan probeerde Sibelius te ontsnappen uit zijn depressieve toestand door de duivel te verjagen met het gezang van de engelen. Sibelius was van huis uit violist en kende het instrument door en door. Maar een professionele carrière als violist bleek voor de Finse componist niet haalbaar, omdat hij bij ieder optreden stierf van de zenuwen. Daarom legde hij zich toe op componeren en dirigeren, zodat hij ondermeer zeven schitterende symfonieën heeft nagelaten, waarvan de eerste twee in 1899 en 1902 in première gingen. Maar in 1904 probeerde hij een werk te schrijven waarin hij de viool alles laat doen wat hijzelf als jonge violist had willen doen in een wereld die hem omringde met angsten en demonen, eenzaamheid en duisternis, melancholie en zwaarte, de mysterieuze oerkrachten van de natuur en het menselijke verlangen naar warmte en liefde. Ondanks zijn geslaagde huwelijk met Aino Järnefelt, met wie hij zes dochters zou krijgen, was Sibelius als kunstenaar gefrustreerd. Hij had geldproblemen en neigde naar drankzucht. Hij zocht naar een way out en hoopte met zijn Vioolconcert zijn naam als gezaghebbend componist definitief te vestigen, zodat het magistrale werk -dat overigens aanvankelijk flopte tijdens de première in 1904 en pas na de herziening in 1905 succes oogstte – zich laat beluisteren als een persoonlijke stijd tussen hoop en wanhoop, licht en donker. Een zielestrijd, die in de hoekige, agressieve en ritmisch obsessieve finale bijna geweldadige trekjes krijgt.

 

 

Passie en abstractie

De filosofisch ingestede Lozakovich, geboren uit een Wit-Russsche vader en een moeder uit Kirgizië, bleek bij uitstek geschikt om diep door te dringen in de beladen materie van Sibelius’ Vioolconcert, waarin romantische passie, grote emoties en virtuositeit worden afgewisseld met abstractie en duisternis. Alleen al de subtiele manier waarop hij beter dan wie ook de pianissimo inzet van de viool wist te laten klinken als een eenzame stem diep uit de kosmos, was ongeëvenaard. Lozakovich speelde Sibelius ondermeer in 2024 in Hong Kong (in de originele versie, die nog moeilijker is dan de latere versie, met de jonge Finse dirgent Tarmo Peltokoski), in 2025 in Sydney (met de Tsjechische dirigent Netopil) en nu de herziene, meestal gespeelde versie in Amsterdam. Hij koos daarbij, getuige de opnames die ik hoorde, steeds andere invalshoeken, die een logisch gevolg lijken te zijn van zijn artistieke ontwikkeling: 1) Sibelius als landschap (de viool zweeft boven het orkest met veel transparantie, mysterie, schoonheid) en 2) Sibelius als psychologisch drama (meer agressie, donkerte, innerlijke strijd) naar 3) Sibelius als synthese (de schoonheid staat onder enorme psychologische spanning met cellist/dirigent Michael Sanderling en het Luzerner Sinfonieorchester in Amsterdam). Lozakovich is zondermeer een verbluffend vioolvirtuoos, met een weergaloos verfijnde en soepele streek en een uiterst subtiel en genuanceerd opererende linkerhand, maar virtuositeit is wel het laatste dat hem interesseert. Techniek is voor hem het gevolg van muziek en niet andersom. Hij wil de structuur en de inhoud van de muziek volledig begrijpen en zo waarachtig mogelijk de ziel ervan blootleggen, in de hoop zijn publiek te raken.

 

 

Overtuiginskracht

In Amsterdam, waar Sanderling en zijn orkest zorgden voor zwaarte door middel van donkergetinte orkestrale klankmassa’s, kreeg Lozakovich de kans om als een wijze op te stijgen naar metafysische hoogten, van waaruit hij afwisselend geheimzinnig en ijl of juist onstuimig en fel, maar altijd nobel, elegant en integer, betekenis gaf aan de veeleisende noten van Sibelius. Zowel Lozakovich als Sanderling hadden goed nagedacht over structuur, timing en spanningsopbouw. Ze begrepen elkaar, maar omdat het orkest neigde naar het produceren van soms nogal ongenuanceerde en explosieve geluidsmassa’s, kwam de ultieme fijnzinnigheid van Lozakovich helaas niet altijd optimaal tot zijn recht. Prachtig was zijn zangerige, warme en doorleefde toonvorming tijdens het lyrische Adagio en tijdens de woeste Finale liet de tengere violist zijn spierballen zien om de boze en getergde dramatiek van dit deel optimaal tot uiting te laten komen. De violist positioneerde zich niet allleen als de fenomenale instrumentalist die hij is, maar vooral ook als een originele, bevlogen en enerverende verhalenverteller, die de noten van Sibelius werkelijk tot de verbeelding liet spreken. ‘Voor mij telt alleen muziek die het hart raakt’, verklaarde Lozakovich in een recent interview met The Strad. Dat bleek niet alleen uit zijn bezielde Sibelius, maar ook uit de magische toegift die hij, nadat hij opvallend veel tijd nam om zijn ‘Baron Rouse-Boughton’ Stradivarius (1711) loepzuiver te stemmen, uit de hemel leek te pukken: de Sarabande uit Bachs Tweede partita in d, BWV 1004 van J.S. Bach, in zijn ogen bij uitstek de componist die naar buiten kan brengen wat voor een musicus iemand werkelijk is. Lozakovich: ‘Als je Bach speelt, moet je alles wat er in je leeft naar buiten brengen.’ Dat lukte en het klonk schitterend. Wie op zijn 25e al met zoveel innerlijke overtuigingskracht en verfijnde expressie musiceert kan alleen nog maar steeds beter gaan spelen, dus hopelijk gaan we Lozakovich nog vaak terughoren in het Concertgebouw.

 

 

 

Na de pauze volgde nog een gedreven lezing van Tsjaikovski’s Zesde symfonie in b, ‘Pathétique, waarin Sanderling nu met meer energie, drive en samenhang het muzikale heft in handen nam, zodat het orkest opbloeide in heldere en organische structuren en Tsjaikovki’s muziek op kleurrijke wijze tot leven kwam.

Wenneke Savenije

Foto’s: Eduardus Lee, Jouke Kromkamp

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Info:

www.concertgebouw.nl

You May Also Like

Tiroler Festspiele Erl: Aangrijpende Holländer en klankrijke Suor Angelica

Anna Federova speelt Chopin met noblesse

Vivaldi en de muzikale weesmeisjes van het Ospedale della Pietà

Pianiste Giorgini beschaafd in virtuoze Tchaikovski, Belgian National Orchestra zeer overtuigend in Rachmaninoff