Nationaltheater Mannheim: een Così om van te smullen

Wolfgang Amadeus Mozart – Così fan tutte. Nationaltheater-Orchester Mannheim o.l.v. Anton Legkii. Seunghee Kho (Fiordiligi), Ruth Häde (Dorabella), Yaara Attias (Despina), Rafael Helbig-Kostka (Ferrando), Ilya Lapich (Guglielmo), Bartosz Urbanowicz (Don Alfonso). Regie: Tatjana Gürbaca. Gehoord: 9 juli 2026, Schlosstheater, Schwetzingen

Door Peter Schlamilch

 

Het hoforkest van Mannheim was in de 18e eeuw het beroemdste en beste orkest van Europa. Onder leiding van keurvorst Carl Theodor (1724-1799) en dirigent Johann Stamitz vernieuwde het orkest de Europese muziek: er kwamen vaste hoorns en klarinetten in het ensemble, het introduceerde crescendo en diminuendo, en de ‘Mannheimer Rakete’, waarbij een melodie snel en krachtig omhoog schiet in een plotseling crescendo. Houtblazers kregen voor het eerst eigen melodische taken in plaats van louter de strijkers te ondersteunen, en de strijkers kregen allen dezelfde streekvoering opgelegd, wat zorgde voor een ongekende discipline, precisie en eenheid in de gezamenlijke speelwijze.

 

 

Mozarts geest

Het orkest werd diep bewonderd door Wolfgang Amadeus Mozart, die er langere tijd verbleef in 1777 – hij bezocht de stad in de hoop op een vaste aanstelling aan het beroemde hof, maar dat mislukte, vreemd genoeg. Mozart was diep onder de indruk van het orkest en de virtuoze blazers, die hem inspireerden tot zijn eigen instrumentaties. Hij schreef er concerten en kamermuziek en gaf les aan lokale adellijke amateurmusici – hij ontmoette er de familie Weber en werd verliefd op de jonge zangeres Aloysia Weber – zij wees hem af; haar zus Constanze zou hij later wel trouwen.

Omdat het Nationaltheater Mannheim wegens een grote en langdurige renovatie gesloten is, werd de Così fan tuttedie ik bezocht in het historische Schlosstheater Schwetzingen opgevoerd, daar waar Mozart meermaals heeft rondgelopen, en waar zijn geest nog steeds in elke uithoek van het schitterende theater, maar zeker op het toneel en in de orkestbak, lijkt rond te waren: zelden hoorde ik een Mozart-opera die zó leek te zijn ‘weggelopen’ uit de 18eeeuw, qua sfeer en qua muzikaliteit.

 

 

Schouderophalend

Niet dat ik veel voorstellingen onder Mozarts leiding heb bezocht, helaas, maar zo moet het ongeveer geklonken hebben: het beroemde orkest speelde werkelijk alle, maar dan ook álle aanwijzingen die de geniale Salzburger in zijn partituur zette: elk boogje, elk dynamisch teken, elk accent en elk staccatopuntje liet het orkest horen, maar altijd op een heel natuurlijke en muzikale manier, alsof er nauwelijks over werd nagedacht – zo hoort het. Kenmerkend was dat de concertmeester mijn compliment in de pauze bijna schouderophalend in ontvangst nam: ‘tja, het staat allemaal gewoon in de partituur’. Ook de Russische dirigent, eerste kapelmeester Anton Legkii, deed alles om deze avond te laten slagen: lekker vlotte tempi, grillige dynamische contrasten en een voluit spelend orkest – zo moet het nou! Zijn slag is behoorlijk basaal, maar hij weet werkelijk alles uit het orkest te halen wat er in zit, inclusief Mozarts talloze aanwijzingen.

 

 

Intiem en fragiel

De regie van Tatjana Gürbaca, die in januari 2024 nog een vreselijke Traviata in Amsterdam regisseerde, is ontzettend leuk, grappig, vol levensvreugde en energie – de handeling is wel gemoderniseerd, maar op een zo intelligente en onopvallende wijze dat dat nergens stoorde; muzikaal, zinvol en vol leuke details. Belichting en kostuums waren van hoog niveau. De beide ‘naïeve jongens’, vertolkt door de allebei uitstekend zingende en acterende Rafael Helbig-Kostka (Ferrando) en Ilya Lapich (Guglielmo), zijn daarom geen tennissers maar badmintonners, en gebruiken hun rackets voor alles behalve hun spelletje: als degens, blaasinstrumenten en microfoons, maar nooit voor badminton. Ferrando’s Un’aura amorosa was mooi, intiem en fragiel: alle personages komen vertederd om hem heen zitten luisteren – een prachtig beeld. De voordracht van de Poolse bas-bariton Bartosz Urbanowicz is ronduit fenomenaal: zijn fraaie en indrukwekkende Don Alfonso klinkt niet alleen als een klok, maar ook zijn acteerprestaties zijn zo dolkomisch dat ik meermaals hardop moest lachen – wat een geweldig podiumdier is dit: een humoristisch natuurtalent!

 

 

Onmogelijke aanduiding

De dames deden het zeker niet minder: de Duitse mezzo Ruth Häde klonk heerlijk, rond en vol als Dorabella, de Israëlische sopraan Yaara Attias zong én speelde een mooie en pittige Despina, en de Zuid-Koreaanse sopraan Seunghee Kho’s Fiordiligi was meer dan uitstekend.

Na de pauze was de flirtscène ronduit hilarisch, ook omdat alle zangers echt elk woord van hun tekst lijken te begrijpen en de regie volop meehelpt – jammer: de speciale maat ‘Senza tempo’ (zonder tijd) – die unieke, natuurkundig onmogelijke aanduiding, die Mozart gebruikt om aan te duiden dat Ferrando’s wereld instort bij het vernemen van de ontrouw van zijn geliefde – had betekenisvoller gekund: het is voor Mozart de spil van het hele werk. De liefdesscène van Guglielmo is beeldschoon, net als zijn indrukwekkende Donne mie en Ferrando’s Tradito, schernito. De recitatieven verlopen uitzonderlijk organisch, mede dankzij fortepianist Ugo D’Orazio: vlot, soepel en in prachtig en natuurlijk Italiaans.

 

 

Orkest als echte ster

Er waren vele sterren van de avond, daar in dat Schwetzinger Schlosstheater vlakbij  Mannheim, maar misschien was de echte ster wel het orkest, dat de hele avond voluit Mozarts prachtige partituur had gespeeld, of liever: geliefkoosd. Alle syncopen karaktervol op hun plek, prachtige houtsoli, alle subito piano’s en sforzati gespeeld: alsof Mozart in een hoekje stond mee te

dirigeren – geweldig, want natuurlijk was hij de echte ster van de avond.

Mijn licht cynische theorieleraar aan het conservatorium, de onlangs overleden Wim Witteman, zei me ooit met tranen in de ogen tijdens het horen van Così fan tutte: ‘wat een ongelooflijk meesterwerk is dit toch, het lijkt op een oneindige fontein waar de ene na de andere beeldschone melodie uit spuit’, en ook ik was weer getroffen door de oneindige schoonheid van deze geweldige opera, en ook ik trof mezelf tijdens de slotmaten aan met tranen in de ogen van zoveel pracht en genie, zeker in deze fantastische regie en door deze fantastische zangers en orkest.

Peter Schlamilch

 

Meer info: nationaltheater-mannheim.de

You May Also Like

Eric Lu: begaafd pianist met niet altijd even fraaie fortes

Kings Return: a-cappella swing van Schubert tot Sade

Daniel Lozakovich dringt door tot in de diepste vezels van Sibelius’ Vioolconcert

Staatstheater am Gärtnerplatz München: Elegantie en klasse in Verdi en Strauss is een feest