De Nationale Opera opent het seizoen met Pagliacci/Cavalleria rusticana- Een Pag/Cav die prangende vragen oproept

De Nationale Opera: Pagliacci/Cavalleria rusticana. Corinne Winters (Nedda), Riccardo Massi (Coanio), Roman Burdenko (Tonio/Alfio), Jacob Abrahamse (Peppe), Hubert Zapiór (Silvio), Raehann Bryce-Davis (Santuzza), Maria Warenberg (Lola), Seok Jong Baek (Turiddu), Enkelejda Shkosa (Mama Lucia), Nederlands Philharmonisch Orkest, Koor van De Nationale Opera, Nieuw Amsterdams Kinderkoor o.l.v. Andrea Battistoni. Regie: Robert Carsen. Gehoord: zaterdag 5 september 2026 in Het Muziektheater, Amsterdam
Door Paul Janssen
Net als in seizoen 2019-2020 opende De Nationale Opera het seizoen afgelopen zaterdag met de fameuze double bill Cavalleria Rusticatan/Pagliacci. De cast was op bariton Roman Burdenko na geheel vernieuwd en het was niet Lorenzo Viotti (die destijds zijn debuut bij de Nationale Opera maakte) die voor het Nederlands Philharmonisch Orkest stond, maar Andrea Battistoni, doch verder was alles bij het oude gebleven. Hoewel het een reprise betreft is het toch weer een duidelijk statement aan het begin van een veelbelovend seizoen dat direct de prangende hamvraag oproept die in de laatste decennia aan de operakunst kleeft. Is de opera het domein van componisten, musici en zangers, of de speeltuin van regisseurs, dramaturgen en kostuum- en decorontwerpers.

Stokpaardjes
Een zeer legitieme vraag die idealiter beantwoord zou moeten worden met de woorden dat de opera het domein van beide groepen is die in eendrachtige samenwerking de bedoeling van de componist en het verhaal van de opera zo pakkend mogelijk naar buiten brengen. En dat hoeft niet per se zo natuurgetrouw te zijn. Een verhaal dat ergens in een boerendorpje uit de tweede helft van de negentiende eeuw speelt mag best verplaatst worden naar een modernere setting. Het gaat vaak mis als een regisseur zich een opera compleet toe-eigent en zijn eigen stokpaardjes er op los laat.

Logica
Nu ga ik niet beweren dat het helemaal mis is met de seizoensopening van De Nationale Opera, integendeel, maar de productie in de regie van Robert Carsen roept nog steeds dezelfde vragen op die het in 2019 opriep. Allereerst draaide hij de volgorde om van het paar dat sinds 1893 doorgaans begint met Cavalleria Rusticana van Pietro Mascagni en eindigt met Pagliacci van Ruggero Leoncavallo. Wat je verder ook van de combinatie vindt – voor mij is het een redelijke opgave om na bijna anderhalf uur de ene opera meteen weer in het nieuwe verhaal en de nieuwe muziek van de andere opera te duiken – die volgorde heeft een zekere logica. De thematiek van jaloezie, bedrog, overspel en wraak in Cavalleria Rusticana, zoomt in Pagliacci verder in, waar de persoonlijke emoties van de protagonisten in verhevigde vorm terugkomen.

Surrealistische dimensie
Het omdraaien van de volgorde diende daarom vooral het stokpaardje van de regisseur. Nu is hij daar heel duidelijk over. Ook in het begeleidende, als altijd zorgvuldig samengestelde en mooi uitgevoerde, programmaboekje spreekt hij zijn fascinatie uit voor het werk van Luigi Pirandello die in zijn theaterwerken als Cosi è (Zo is het – als het u zo lijkt) uit 1917 en Sei personaggi in cerca d’autore (Zes personages op zoek naar een auteur) speelt met de grenzen tussen theater en werkelijkheid. ‘Bij het nadenken over de regie van deze twee stukken, die revolutionair waren voor hun tijd, viel het me op dat wanneer de ‘traditionele’ volgorde van opvoeren zou worden omgekeerd, de uitdaging die schuilgaat in de proloog van Pagliacci niet alleen op deze opera, maar ook op Cavalleria rusticana van toepassing zou zijn. De nieuwe volgorde zou ons niet alleen toelaten de werken opnieuw te bekijken vanuit het perspectief van het realisme, maar ook als een reflectie op dat realisme zelf: hoe theater de werkelijkheid nabootst, vervormt en bevraagt. Uiteindelijk opent zich zo zelfs een surrealistische dimensie.’

Droste-effect
Die proloog van Pagliacci, uitstekend voor een gesloten gordijn voor het voetlicht gebracht door oudgediende Roman Burdenko, kan beschouwd worden als het credo van de veristische stroming waartoe beide opera’s behoren. Kort samengevat: de opera is een greep uit het leven en gaat over echte mensen die zo uit de dagelijkse werkelijkheid geplukt lijken. In Pagliacci is dat expliciet gemaakt doordat de protagonisten in het tweede bedrijf een commedia dell’arte opvoeren die zo dramatisch afloopt. Het Droste-effect van theater in een theater is precies hetgeen dat Carsen volledig heeft uitvergroot en ook op Cavalleria Rusticana heeft geplakt.

Enorme kleedkamer
Beide opera’s spelen in deze regie niet op het platteland waar de componisten en librettisten van dienst hun meesterwerken situeerden, maar in de (repetitie)ruimte van een operastudio met bij Pagliacci het koor en de dansers op de eerste rijen van de zaal als ‘echt’ publiek (bij Cavalleria Rusticana worden deze lege plekken van het koor, dat dan getransformeerd is tot een ‘werkelijk’ on stage koor, ingenomen door studenten die voor gereduceerd tarief eerst Pagliacci elders op een scherm kunnen volgen en vervolgens de tweede opera in de zaal mee kunnen maken). Waar het bij Pagliacci uitstekend werkt, doet de setting van een enorme kleedkamer (met dezelfde opvallende opmaakspiegels als in Pagliacci) en repetitieruimte van een (opera)koor in Cavalleria rusticana nogal geforceerd aan. De door Turiddu zo liefdeloos verstoten Santuzza lijkt opeens een ontslagen koorlid dat wanhopig tracht terug te keren en Mama Lucia, de moeder van Turiddu bij wie ze steun probeert te vinden, lijkt in deze setting een onverzettelijke koorinspiciënt.

Allemaal spel
Hoewel het bij deze double bill logisch is verbanden te zoeken om te legitimeren dat beide opera’s op één avond in één grote boog uitgevoerd worden, doet het uitvergrote spel met theater en werkelijkheid vooral in Cavalleria rusticana wat grotesk aan. Toch is er voor iedereen die vrede sluit met de visie van de regisseur veel te genieten. De vele momenten van beeldrijm in de beide opera’s zijn mooi gevonden – zo is het binnen dit kader een meesterzet om tijdens de ouverture van Cavalleria rusticana het slotbeeld van Pagliacci als een tableau vivant met de twee dodelijke slachtoffers en het complete koor (publiek)nog op het podium te zien. Als zij aan het slot van de ouverture allemaal opstaan en vrolijk richting coulissen lopen benadrukt Carlsen weer even dat het allemaal spel is. Ook het slotbeeld van Cavalleria rusticana vat alles nog eens samen. De grote spiegels op de achterwand van een leeg toneelbeeld laten het publiek in de zaal naar zichzelf kijken…

Geweldig operaorkest
Voor wie zich niet in Carlsens visie kan vinden (en ook voor iedereen die dat wel doet) is er uiteindelijk nog die fenomenale muziek die in handen van de cast, het koor en het orkest grotendeels een dito uitvoering kreeg. Het orkest had in Pagliacci hier en daar wat opstartproblemen, maar in Cavalleria rusticana bewees het Nederlands Philharmonisch Orkest onder de zeer flexibel leidende Battistoni weer wat een geweldig operaorkest het gezelschap kan zijn. Het koor stond vanaf het nog steeds verrassende begin van Pagliacci direct op scherp en zorgde in Cavalleria rusticana met Regina coeli voor een van de muzikale hoogtepunten van de avond.

Sensueel liefdesduet
De solisten van dienst presteerden wisselend, al lag dat niet zozeer aan hun kwaliteiten, maar vooral aan de regie. Zo kon Riccardo Massi in een relatief ingetogen Vesti la giubba schitteren en Corinne Winters (Nedda) de show stelen met Hubert Sapiór (Silvio) in een sensueel liefdesduet omdat de regie meer op de individualiteit van de personages gericht was in Pagliacci en viel het kibbelduet van Seck Jong Baek (Turiddu) en Raehann Bryce-Davis (Santuzza) net als de karakters van Maria Warenberg (Lola) en Enkelejda Shkosa (Mama Lucia) enigszins in het water door de nadruk op de (koor)menigte en het geforceerde ‘theater in een theater’-spel. Maar wat uiteindelijk onder de streep overblijft is een productie die het, ook met alle vragen die het oproept, zeker verdient gezien en gehoord te worden.
Paul Janssen
Foto’s: Bart Grietens
Info:
Voor 11, 14, 17 en 23 september zijn er nog kaarten.
Zie: www.operaballet.nl