Eigentijdse Schubertiade van hoog niveau*

De Klassieke Duif, Schubertiade. Jiaxin Min, piano, Stephen Waarts, viool, Ella van Poucke, cello, Barbara Kozelj, mezzosopraan. Werken van: Schubert: diverse liederen, Fantasie voor viool en piano in C D 935, Pianotrio nr 2 in Es, opus 100, D 929. Gehoord: 25 september 2026, De Duif, Amsterdam. * Deze recensie is door omstandigheden wat later gepibliceerd.

Door Willem Boone

 

Intelligent pianospel

Violist Stephen Waarts en celliste Ella van Poucke weten als doorgewinterde kamermuziekspelers al vier seizoenen lang dito musici aan te trekken. Zo traden ditmaal mezzosopraan Barbara Kozelj en pianiste Jiaxin Min aan. Kozelj is in Nederland een bekende naam, maar voor de Chinese pianiste Jiaxin Min was de eerste keer dat ze in Nederland optrad. Ze gooide een jaar geleden hoge ogen bij het Koningin Elisabeth Concours in Brussel, vooral met haar vertolking van Prokofiev’s Derde pianoconcert. Tot ergernis van velen eindigde zij niet bij de eerste vijf prijswinnaars, terwijl zij daar wel degelijk voor getipt was. Maar in feite is de precieze plaats om het even: als je bij een dergelijk zwaar concours zo hoog eindigt, heb je je klasse ruimschoots bewezen. Dat bleek deze avond al snel: voor Min ging het om een marathon, want zij speelde bij ieder werk mee. Vanaf de eerste noten liet zij intelligent pianospel horen, waaruit grote affiniteit met de muziek van Schubert sprak. Ook zij leek een geboren kamermuziekspeler, die zich moeiteloos in het ensemble voegde. Het is een prestatie van formaat dat je de hele avond op een Steinway met wijdgeopende klep speelt, zonder daarbij een te luide toon te produceren. Zij overstemde geen moment haar ‘tegenspelers’ en dat is een gevaar dat vaak bij de combinatie van piano met strijkers op de loer ligt.

 

 

Barbara Kozelj

Aan het begin van de avond sprak violist Waarts een paar woorden. Het blijft wonderlijk dat Schubert in zijn korte leven slechts één publiek concert met zijn muziek meemaakte. Voor de rest werd deze vooral gespeeld tijdens bijeenkomsten in intieme kring, de zogenoemde ‘Schubertiades’. Allereerst waren dat drie liederen, gezongen door Barbara Kozelj. Zij liet direct haar kwaliteiten horen: een warme stem en een duidelijke dictie. Min ondersteunde haar op ideale wijze met ‘aanwezig’, maar nooit overheersend pianospel. Haar inzet van Suleika I, D 720, was prachtig en raadselachtig van sfeer. Kozelj zong hartstochtelijk: de frase ‘Ach, die wahre Herzenskunde’ kwam recht uit het hart. In het bekende Gretchen am Spinnrade D 118 leefde zij zich opnieuw hoorbaar in de tekst in. Als laatste lied volgde Auf dem Strom D 943, dat van Schubert een obligate rol voor hoorn kreeg. Die werd door Ella van Poucke ditmaal op cello gespeeld. Dat was een goede keuze, want laatstgenoemd instrument benadert de menselijke stem natuurlijk heel dicht. Het zorgde voor een mooie uitvoering, waarbij stem, piano en cello elkaar vonden.

 

 

 

Fantasie

Over dit werk voor viool en piano, dat maar zelden in een concertzaal klinkt, zei de Russische pianist Nikolai Lugansky ooit dat het ‘het moeilijkste werk is wat ik ooit gespeeld heb, moeilijker dan welk van de vier pianoconcerten van Rachmaninoff ook.’ Dat lijkt moeilijk te geloven, maar Min bevestigde dit, toen ik haar eerder die dag interviewde. Lugansky hield het op het de pianistiek van Schubert die hij vaak als ‘onpianistisch’ ervoer, Min benoemde vooral het subtiele karakter van de gelaagde pianopartij. Al luisterend naar dit stuk viel op dat het inderdaad ‘lastig’ is, maar dat er geen sprake is van een ostentatief virtuoze piano (en viool)- partij. Het doet qua vorm en opzet denken aan de bekende Wandererfantasie voor piano solo. Ook deze is opgebouwd rond het thema van een lied dat in alle delen terugkomt.

 

 

Hoog niveau

Beide fantasieën zijn gecomponeerd volgens het kiemprincipe, dat wil zeggen beknopt thematisch materiaal, dat in uitgewerkte vorm steeds terugkeert. Andere bekende voorbeelden daarvan zijn de pianosonate in b klein van Liszt en de vioolsonate in a groot van Franck. Deze Fantasie voor viool en piano is als gezegd weinig in concertzalen te horen en dat is jammer. Van de handvol werken die Schubert voor deze combinatie schreef (een Duo, enkele Sonatines en een Rondo brillant), is dit het interessantste en het biedt beide musici de gelegenheid om op hoog niveau te ‘duelleren’ zoals bijvoorbeeld in de ‘Kreutzersonate’van Beethoven. De inzet van Waarts was subtiel en ook hier speelde Min meesterlijk. Zij gingen gezamenlijk op in een eensluidende visie. Het mooie was dat de twee musici echt naar elkaar luisterden. Zeer fraai was het cantabile van Waarts. Hij is wat mij betreft een onderschat violist en als je in zijn biografie leest dat hij regelmatig bij buitenlandse orkesten soleert, kan je je alleen maar met spijt afvragen waarom dat niet eens bij een Nederlands orkest gebeurt! Het spel van beide musici was soms bijna Mozartiaans van eenvoud en helderheid. Het triomfantelijke slot is trouwens het enige moment waarbij vooral de virtuositeit van de viool wat opzichtig overkomt in bepaalde loopjes. Al met al een geslaagde uitvoering van dit bijzondere werk!

 

 

Tweede pianotrio

De avond eindigde met een substantieel werk, het Tweede pianotrio. Ook hier viel de eensgezinde opvatting van de spelers op. Waarts en Van Poucke zijn natuurlijk gepokt en gemazeld als kamermuziekspelers, maar ook Min speelde alsof ze nooit anders doet. Zij lieten mooi horen hoe ‘engelachtig’ deze muziek kan klinken, zoals in de doorwerking van het eerste deel. Aan het begin van het Andante con moto was de cello van Van Poucke ontroerend. Naar ik meen zei Schumann ooit over dit trio dat het vooral ‘mannelijk’ van karakter is, in tegenstelling tot het meer ‘vrouwelijke’ Eerste pianotrio. Desondanks bevat dit Tweede pianotrio ook veel lieflijke momenten. Die kregen het volle pond, evenals de meer ‘heftige’ momenten. In het montere derde deel, Scherzando: allegro moderato namen de spelers mooi gezamenlijk terug om heel delicaat te klinken. Als je een kritische opmerking over dit trio mag maken, dan is het dat Schubert door de ‘hemelse lengte’ soms wat vaak in herhaling vervalt. Dat maakt wat mij betreft het afsluitende Allegro moderato, tot het zwakste deel. Kort na de introductie volgt een melodie die Schubert afwisselend door alle drie de instrumenten laat spelen. Dit wisselt hij af met meer orkestraal klinkende gedeeltes, maar ook die komen net iets te vaak terug en worden dan niet steeds consequent uitgewerkt. Bij dit deel denk ik soms: goed, je mag nu een punt zetten… Dat neemt niet weg dat er ook hier ontroerende momenten waren en dat het slot vurig klonk. Het zorgde voor een passende afsluiting van een prachtige avond!

Willem Boone

 

Info:

https://stadsherstel.nl/nieuws/de-klassieke-duif-seizoen-26-27/

You May Also Like

Amsterdam Sinfonietta: Intieme brieven & het onvervulde verlangen in Reza Namavars Tahanea

Hooglied versus Goudkoorts – Zuidam en Daniel-Lesur bij het Nederlands Kamerkoor*

Vader Borys Fedorov en dochter Anna Fedorova zorgen voor hoog muzikaal en technisch niveau*

Concert voor de vrede: Residentie Orkest speelt Górecki in de Pieterskerk*