Tiroler Festspiele Erl: Aangrijpende Holländer en klankrijke Suor Angelica

Richard Wagner – Der Fliegende Holländer. Orkest van de Tiroler Festspiele Erl o.l.v. Asher Fisch. Gabor Bretz (Daland), Nina Bezu (Senta), Jamez McCorkle (Erik), Shannon Keegan (Mary), Matthew Newlin (Steuermann), Christopher Maltman (Holländer). Regie: Josef E. Köpplinger. Gehoord: 17 juli 2026, Passionsspielhaus, Erl

Hector Berlioz – Cléopâtre en Giacomo Puccini – Suor Angelica. Orkest van de Tiroler Festspiele Erl en de Schule für Chorkunst München o.l.v. Edward Gardner. Berlioz: Véronique Gens (Cléopâtre). Puccini: Corinne Winters (Angelica), Alice Coote (Prinses), Elena Zilio (moeder-overste). Regie: Deborah Warner.Gehoord: 19 juli 2026, Festspielhaus, Erl

 

Door Peter Schlamilch

Het is even wennen: het piepkleine Tiroler dorpje Erl, zo’n 50 kilometer ten zuiden van München, telt nog geen 1600 inwoners maar heeft twee enorme, modern vormgegeven theaters die een fascinerende combinatie vormen met het prachtige berglandschap eromheen: het Passionsspielhaus (het Passiespeltheater) en het modernere Festspielhaus. Samen vormen ze het toneel voor een unieke en eeuwenoude cultuurtraditie te midden van de Alpen, die een bezoek in de zomer voor elke operaliefhebber zeer aanbevelenswaardig maakt.

 

 

Baardgroei

De theatertraditie in Erl begon rond 1613 met vroege paas- en passiespelen en is daarmee een van de oudste passiespeltradities in het Duitstalige gebied: van oudsher worden deze passiespelen niet door beroepsacteurs gedragen, maar door de lokale bevolking van Erl – honderden boeren, handwerkslieden en bewoners die samen de traditie in ere hielden in een traditioneel, dramatisch toneelstuk dat het lijden, sterven en de opstanding van Jezus Christus uitbeeldt – mij werd verteld dat al weken (soms maanden) voor de opvoeringen de helft van de manlijke bevolking zijn baard laat staan om de rollen zo geloofwaardig mogelijk voor het voetlicht te brengen. Het genre vindt zijn oorsprong in de middeleeuwen, toen het werd ingezet om het vaak ongeletterde volk het evangelie en het kruisigingsverhaal bij te brengen. Na jaren van onderbrekingen en een langere periode waarin geen spelen plaatsvonden, werd in 1959 het kenmerkende witte Passionsspielhaus neergezet om de traditie een permanente en professionele plek te geven, en om het theater beter te benutten in de jaren dat er geen passiespelen zijn (de passiespelen vinden slechts eens in de zes jaar plaats), richtte dirigent Gustav Kuhn in 1997 de Tiroler Festspiele Erl op, die vanaf de zomer van 1998 internationaal aanzien genoten.

 

 

Enorm zeilschip

Omdat het festival bleef groeien en men ook in de winter concerten wilde organiseren (het originele theater is onverwarmd), werd het (zwarte) Festspielhaus in 2012 pal naast het witte Passionsspielhaus gebouwd, en verwierf Erl definitief naam als moderne, internationale muziekhoofdstad van de Alpen. Het is in het originele theater, dat overigens over een prima acoustiek beschikt, dat Richard Wagners Der Fliegende Holländer werd uitgevoerd, en hoe! Een uitstekende cast, een prima koor en orkest en een decor en belichting om van te smullen: regisseur Josef E. Köpplinger, die ook het licht verzorgde, had van het toneel een enorm zeilschip gemaakt, en dat het orkest daar middenin zat te spelen, vaak met de zangers dus achter de rug van de dirigent, stoorde geen seconde, zó overtuigend waren decor en handeling. Met zeer suggestieve beelden werd de storm waarin Daland de Hollander ontmoet uitgebeeld: de matrozen zwalkten over het toneel en de paar wilde zwaluwen die in het vrij open theater rondfladderden maakten de sfeer compleet – een sfeer die Wagner zelf maar al te goed kende: zoals wel vaker op de vlucht voor schuldeisers, zijn paspoort ingenomen, vond hij een kapitein die hem illegaal van Pillau (Königsberg) naar Londen wilde brengen. Wagner belandde in een enorme storm en moest, net als de Holländer, een schuilplaats zoeken in de Noorse fjorden.

 

 

Imponerende stem

In Erl begon de Holländer ook stormachtig, met dirigent Asher Fisch als onverschrokken kapitein tussen alle matrozen, zeilen en prachtige zeeprojecties per video. Hij vuurde het orkest krachtig aan en liet de kwarten en kwinten, waar de ouverture zo kenmerkend mee begint, sterk door het enorme theater schallen, waarbij het orkest steeds uiterst alert en meeslepend reageerde. De Steuermann van de Amerikaanse tenor Matthew Newlin was kernachtig en geprojecteerd, en Gabor Bretz, de Hongaarse bas-bariton die Daland vertolkte, deed dat mooi en geloofwaardig, mooi hinkend tussen de liefde voor zijn dierbare dochter en het vele goud dat hij voor haar uithuwelijking zou ontvangen. Maar het was nog ‘niets’ vergeleken bij de vertolking van de Hollander door Christopher Maltman, die overigens twee jaar geleden nog Christus vertolkte in het Concertgebouw: al zijn eerste inzet donderde door de zaal, en ook de rest van zijn vertolking was zó intens en zo diep in de rol, dat ik het gevoel had dat hij elk moment van het toneel af kon komen om ons bij de keel te grijpen om zijn wanhoop te onderstrepen – wát een zanger en wát een geweldige, imponerende stem, en wat fijn dat hij ooit zijn biochemische studie heeft laten varen! Zijn duetten met Daland, die door intendant Jonas Kaufmann, de wereldberoemde tenor, terecht net iets lichter was bezet, waren steengoed en zetten je op het puntje van je stoel, hoewel het orkest soms iets heftiger had mogen zijn.

 

 

Liefdessprong

De Amerikaanse mezzo Shannon Keegan (Mary) zong wonderbaarlijk mooi en toch ‘streng’ in haar rol van opzieneres: een genot om naar te luisteren: warm, gloedvol en bij vlagen penetrant waar nodig. Ik las dat ze onlangs Charlotte in Massenets Werther zong in het Teatro Municipal de Santiago – daar had ik wel bij willen zijn! Daarna werden alle drie de coupletten van Senta’s Ballade boeiend en heel verschillend – maar steeds indringend – gezongen door de Duitse sopraan Nina Bezu, die mooi zingt maar misschien net een tikje te lyrisch is voor de grote uitdagingen van de rol, die ze overigens uitstekend zong. De Amerikaanse tenor Jamez McCorkle kon mij minder bekoren: Erik moet, als belangrijkste tenor in het stuk, viriel stralen en imponeren, maar daarvoor heeft McCorkle teveel vibrato en klinkt hij te kelig – jammer. Ook zijn Duits is niet toereikend om te overtuigen. Het vrouwenkoor was fantastisch, alert en pittig – prachtig van klank en het bleef steeds goed spelen, ook in het vaak gecoupeerde gedeelte. Asher Fisch dirigeert met veel overwicht en gemak, en weet alle koren, ook die achter zijn rug, perfect gelijk te houden – wel miste ik soms een grote, dramatische opbouw naar een explosief moment. De regie, decors, belichting en kleding waren beeldschoon, en Senta’s liefdessprong was geweldig: zonder enige schroom leek ze de enorme diepte te trotseren, maar er volgde, zeer verrassend in deze toch traditionele regie, helaas geen verlossende vereniging met de Hollander: dat had dit spektakel bijna perfect gemaakt.

 

 

Cléopâtre en Suor Angelica

Twee dagen later was ik bij een prachtige combinatie van Berlioz’ cantate (‘scène lyrique’) voor sopraan, Cléopâtre en Puccini’s Suor Angelica, die in het wat kleinere, moderne Festspielhaus gingen, waar meteen de onbeschrijflijk mooie acoustiek opviel, die ik, die erg veel operahuizen heeft bezocht, zou willen beschrijven als één van de mooiste opera-acoustieken van Europa: helder, transparant, maar ook warm en diep – geweldig! Berlioz’ jeugdwerkje duurt ongeveer 20 minuten en werd in 1829 geschreven als inzending voor de prestigieuze Prix de Rome, die de 25-jarige componist echter niet won: de jury vond de muziek te radicaal, te vreemd en te modern, maar misschien, zoals ik, ook gewoon niet spannend genoeg. Het is een intense monoloog waarin Cleopatra, gevangengenomen door Octavianus, zich voorbereidt op haar zelfgekozen dood door een slangenbeet – ze wil de naderende publieke vernedering niet meemaken. Ze kijkt terug op haar roerige leven, haar verloren macht, haar verloren liefdes en de chaos in haar rijk.

 

 

Vernederend

Véronique Gens (1966) is een gevierde Franse sopraan, die haar carrière in de barokmuziek begon maar uitgroeide tot een wereldwijd geprezen vertolkster van Mozart en de Franse tragédie lyrique op de grootste internationale podia. In Erl nam ze de enige rol van Berlioz’ monoloog voor haar rekening, en dat deed ze prachtig – steeds warm en met volle stem zingend, welluidend en met veel kleuren en nuances, weliswaar met ruim vibrato maar steeds aangrijpend en tragisch… Gens imponeerde volop, mede door de strenge betonnen kerker waarin de Britse regisseur Deborah Warner haar had geplaatst. Jammer dat ze zich al na enkele minuten half moest uitkleden – beetje cliché, inmiddels, en waarom zou Cleopatra dat eigenlijk doen? Is dat niet nóg vernederender? Ik snap het, de kwetsbare mens, maar dit had misschien toch weggelaten kunnen worden of in ieder geval later kunnen plaatsvinden, en ook de simpele, moderne plastic doos waar vermoedelijk de gifslang in zat verbaasde een beetje in de overigens sterke visuele context. Hoe dan ook, Gens redde met haar fenomenale stem en aanwezigheid Berlioz’ eigenlijk best matige werkje, samen met het prachtig klinkende orkest.

 

 

Kille prinses

Ook in Puccini’s Suor Angelica was het orkest op dreef, zeker in de bovenwerelds mooi gespeelde inleiding: zoveel kleuren, zo zacht en indringend… heerlijk, hoewel ik de paukenroffel aan het begin niet helemaal kon thuisbrengen. Het nonnenkoor klonk prachtig, zuiver en volstrekt gelijk (in de prachtige Erlsche acoustiek zou elke ongelijkheid direct opvallen), hoewel soms wat meer tekstexpressie niet had misstaan, en ook de zeer sterke cast, met opmerkelijk mooie stemmen, zong bij vlagen wel wat braaf en hemels. Dat gold gelukkig niet voor de Amerikaanse sopraan Corinne Winters, die haar Angelica veel passie en vooral verdriet meegaf, hoewel ze in de hoogte vaak wat kelig klonk. Dan genoot ik meer van de 85-jarige Italiaanse mezzo Elena Zilio, die van haar moeder-overste een spektakel met gravitas maakte: geweldig sterk en vol. Dirigent Edward Gardner dirigeert helder en beheerst, maar ziet Suor Angelica meer als een etherisch sprookje dan als een hartverscheurend drama over een moeder die wanhopig de dood zoekt. De Britse mezzo Alice Coote zette een magnifieke, ijskoude en kille Prinses neer, die Angelica zonder enig mededogen de dood injaagt, sterk gezongen en gespeeld. Al met al twee voorstellingen om niet snel te vergeten, en een prachtig festival om zeker te bezoeken.

Peter Schlamilch

 

Meer info Holländer: tiroler-festspiele.at

Meer info Berlioz/Puccini: tiroler-festspiele.at

You May Also Like

Anna Federova speelt Chopin met noblesse

Vivaldi en de muzikale weesmeisjes van het Ospedale della Pietà

Pianiste Giorgini beschaafd in virtuoze Tchaikovski, Belgian National Orchestra zeer overtuigend in Rachmaninoff

Festival ‘Autour du piano’ in Cayeux sur mer biedt podium aan meesters en jonge talenten