Pearls in Baroque brengt muziek van Leclair, Bach en Vivaldi volgens de etiquette

Soul of Baroque, met Noriko Amano (klavecinbel), Ryo Terakado (barokviool), Pablo Sosa (traverso) e.a. musici en Emily van Baaren (barokdans). Werken van Leclair, Bach en Vivaldi. Gehoord: 28 februari 2026, Kleine Zaal, Concertgebouw, Amsterdam
Door Wenneke Savenije
Grillige schoonheid
De term ‘baroque’ is afkomstig van het Portugese ‘barroco’, waarmee van oudsher een onregelmatig gevormde parel wordt aangeduid. Esthetisch gezien sluit dat mooi aan bij de grillige en overdadige ‘taal’ van de barokke stijl, die van 1600-1750 bepalend werd voor de kunst en muziek uit die periode. Kenmerkend voor de barokmuziek waren o.a. dramatische contrasten, affectenleer, gestileerde dansvornen, instrumentale virtuositeit en grillige, rijkelijk versierde ornamenten. En daarom is Pearls in Baroque een uitstekende naam voor de serie die onder leiding van de Japanse oprichter Noriko Amano ieder jaar drie concerten met ‘pareltjes uit de barokmuziek’ naar de Kleine Zaal van het Concertgebouw brengt, ditmaal met als ondertitel Soul of Baroque. Het publiek voelt zich er duidelijk door aangesproken, want de Kleine Zaal was nagenoeg uitverkocht.
Leclair, Bach en Vivaldi
Op het programma stonden Première Récréation de musique in D op. 6 van Leclair, het Brandenburg Concerto nr. 5 in D BWV 1050a van J.S. Bach en Vivaldi’s Vier Jaargetijden, met als bonus elegante barokdans door Emily van Baaren, de dochter van Noriko Amano, die ook met charme en een uitstekende dictie de sonetten voordroeg waarop Vivaldi zijn Vier Jaargetijden baseerde. Vermoedelijk zijn die gedichten door Vivaldi zelf geschreven. In elk geval vallen ze volmaakt samen met wat er in de muziek gebeurt, oftewel de tekst drukt exact uit wat de muziek laat horen, zoals vogelzang in La Primavera, onweer in L’Estate, jagers in L’Autunno en rillende kou in L’Inverno. Maar het barokensemble van Noriko Amano – met barokviolist Ryo Terakado als aanvoerder, Sayuri Yamagata en Noyuri Hazama als tweede violen, Pablo Sosa op traverso, Maria Garcia Sánchez op altviool, celliste Lucia Swarts en contrabassist Robert Franenberg als basso continuo – stak enthousiast van wal met de briljant gecomponeerde muziek van Leclair, waarin in een vorstelijk, transparant en stijlvol ‘universum’ stijlvolle Franse dansen worden afgewisseld met virtuoos passagewerk voor de viool, waaruit Leclairs diepe bewondering voor de Italiaanse vioolschool valt af te lezen. De acht delen van Leclairs kleurrijke ‘récréation de musique’ werden door deze ‘historisch geinformeerde’ musici met vaart en enthousiasme gespeeld, met levendige articulaties en zorgvuldig ingebedde versieringen, terwijl Emily van Baaren in haar roomkleurige baljurk uit de 17e eeuw met verfijnde danspasjes en blijmoedige sprongetjes om de musici heendanste om de muziek extra aantrekkelijk te maken. Zij was overigens niet de enige met een fraaie jurk. Ook klaveciniste Noriko Amano en violiste Noyuri Hazama hadden schitterende ‘baljurken’ aan, vermoedelijk afkomstig uit het atelier van een Japanse ontwerper. De overige musici waren keurig in het zwart gekleed. In elegante opstelling zag het er even esthetish uit als een Japanse theeceremonie, waarin stilte en ‘zen’ hadden plaatsgemaakt voor klank en ‘expressie’.

Gedacht vanuit de zang
Na Leclair had ik wat meer moeite met Bachs Brandenburg Concerto nr. 5, omdat in dit werk de individualiteit van de verschillende stemmen veel sterker naar voren komt. De stijlvolle parade van Leclair ruimde nu het veld voor drie muzikale ‘samenscholingen’ in A-B-A-vorm, waarin solistische partijen voor de klavecimbel, de viool en de fluit sterk de aandacht trekken. Bach vereist een genuanceerdere en gedifferentieerdere manier van musiceren, waarin niet alleen de vorm maar ook de inhoud van wezenlijk belang is. En die inhoud vraagt om een expressieve toonvorming, die veel verder en dieper reikt dan de vereisten van de authentieke regelgeving in de muziek. Bij Bach draait niet alles om artculatie, ornamentatie, accenten en tempi, zijn expressieve muziek vraagt ook om een overtuigende en persoonlijk toonvorming op de verschillende instrumenten. Pablo Sosa bleek daar op zijn traverso een ware meester in, omdat hij instinctief aanvoelt dat de muziek van Bach om méér vraagt dan om ‘sprekende articulatie’, een uitgekiend vibrato, goed gedoseerde ornamentiek en allerlei andere cerebrale barokregels, namelijk ook om de schoonheid van de klank. Bach dacht vanuit de zang en wie vanuit zijn innerlijke gehoor en verbeeldingskracht geen mooie en natuurlijk ‘zingende’ klank kan produceren, doet vaak geen recht aan de melodieën die zijn ingenieuze stemmenweefsel bevolken. Dat probleem speelde violist Ryo Terakado enigszins parten, die zeker een 10 verdient voor het volmaakt uitvoeren van alle barokregels, maar tekort schiet op het gebied van toonvorming. Noriko Amano voelde de essentie van Bachs muziek wel weer goed aan en toverde organisch en ‘Bachiaans’ een stortvloed aan noten uit haar klavecimel. Dat er af en toe wel eens een nootje uit de bocht viel deed nauwelijks terzake. De andere musici speelden mooi en degelijk en balanceerden de verschillen tussen de ‘solisten’ op stijlvolle wijze uit.

De Vier Jaargetijden
Daarna volgde een bevlogen en kleurrijke uitvoering van Vivaldi’s Vier Jaargetijden, waarin cellist Lucia Swarts en contrabassist Rovert Franenberg vanuit hun basso continuo parttijen de muziek met fantasie, schwung en barokke kennis van zaken opstuwden tot iets wat prachtig had kunnen worden, mits de held in deze feitelijk als vioolconcerten opgezette muziek maar een klein beetje meer gevoel zou hebben gehad voor klankkleur en toonvoring Solist Ryo Terakado deed zijn uiterste best om, op de voet gevolgd door zijn allert volgende collega’s, Vivaldi’s Vier Jaargetijden in snellle tempi en met soms doldrieste articulaties en versieringen tot de verbeelding te laten spreken, als ging het om een theatrale voorstelling over de natuur, die goddelijke schepping waarin wij mensen mogen genieten van de seizoenen, waarvan we alle bedwelmende geuren en schitterende kleuren kunnen opsnuiven. Terakado probeerde in overeenstemming met de onderliggende teksten geen enkel verhaalelement aan zijn aandacht te laten ontsnappen, maar zocht het daarbij helaas vooral in barokke stijl- en speelprincipes en in authentieke regelgevingen, met als resultaat dat zijn deels virtuoze vioolspel op veel momenten wat mij betreft qua klank niet om aan te horen was, omdat zijn toon op veel momenten zo schel en zielloos snerpte in plaats van expressief en subtiel te spreken, zingen, kleuren en verdiepen. Dat kan ook met een barokstok en met weinig vibrato.

En hoewel het best grappig was dat hij naarmate de weersomstandigheden grimmiger werden letterlijk (en een beetje te lang) een dronkeman ging nadoen, verhielp zelfs dat niet het probleem van de betekenisloosheid van zijn viooltoon an sich. Dat lag ook niet aan de darmsnaren waarop hij en de andere strijkers speelden, waarbij altvioliste Garcia Sánchez bijvoorbeeld warme klanken aan haar instrument ontlokte en ook met succes een blaffende hond nabootste. Het echte probleem was in mijn optiek dat Terakado zich dermate vereenzelvigd heeft met alle formele voorschriften uit de authentieke muziekpraktijk, dat hij door eenzijdige focus op tempi, streken, articulatie en versieringen volgens de ‘barokleer’, zijn gevoel voor de schoonheid en expressie van de klank als de basis van alles nooit echt heeft ontwikkeld. En wat een musicus van binnenuit niet hóórt, kan hij ook niet manifesteren. Het klinkt misschien een beetje aanmatigend, maar zou Terakado zich een tijdlang concentreren op het veelvuldig beoefenen van eindeloos langzaam gestreken losse noten, die alleen wezenlijke betekenis kunnen krijgen als daar van binnenuit toonkwaliteit, kleur en expressie aan wordt gegeven, ongeacht de context, dan zou zijn gedreven vioolspel niet alleen ‘spreken’ maar wellicht ook gaan ‘zingen’ en daardoor veel overtuigender zijn. Nu verstierde hij het, met alle respect voor zijn grote inzet, virtuoze capriolen en ambachtelijkheid, een beetje voor de rest van het ensemble, wat niet wegnam dat Vivaldi in zijn geheel toch de moeite van het beluisteren waard was, evenals de andere werken op het aardige programma.
Wenneke Savenije

Info:
www.concertgebouw.nl