Pianist/dirigent Shani in dubbelrol in Prokofiev: muzikaal huzarenstukje van de hoogste orde


Gehoord: De Doelen, Rotterdam, 9 juni 2024

Door Willem Boone

Onheilszwanger

De onbekende Ouverture over Joodse thema’s van Prokofiev werd kort van tevoren vervangen door het nog onbekendere D’un soir triste van Lily Boulanger. De reden hiervoor was naar verluidt dat het orkest twee Prokofievs ‘te ambitieus’ vond. Ik kan me eerlijk programma’s bedenken die nog ambitieuzer geweest waren en volgens mij heeft het orkest die ook vaak genoeg gespeeld tijdens het Gergiev Festival. Hoe dan ook, het was interessant om deze compositie van Boulanger te horen, want die wordt hoogstzelden uitgevoerd. De laatste keer was volgens de programmatoelichting in januari 1937 onder leiding van Eduard Flipse. De keuze voor dit stuk was overigens net zo goed ambitieus te noemen: het is geschreven voor een grote bezetting en direct vanaf het begin is het niet zo zeer ‘triest’ als wel ‘grimmig’ of zelfs ‘onheilszwanger’ van karakter. Opmerkelijk was de voortgaande puls, waarin voor het gehele orkest partijen weggelegd waren: strijkers, blazers en pauken. Fraai was het decrescendo, ongeveer in het midden. Deze componiste heeft een geheel eigen stijl, die trouwens niet heel makkelijk te karakteriseren is.

 

 

Waagstuk

Over het volgende onderdeel, Prokofievs Derde pianoconcert, zei dirigent en pianist Lahav Shani dat een uitvoering ervan in een dubbelrol ‘wellicht het grootste waagstuk is dat ik ooit ondernam.’ Inderdaad, er is behoorlijk wat lef nodig om dit huzarenstukje tot een goed einde te brengen, al is Shani niet de eerste die het aandurft. De Griekse dirigent Dimitri Mitropoulos (1896-1960) die een groot deel van zijn leven in de Verenigde Staten doorbracht zette dit pianoconcert met enige regelmaat op zijn programma, waarbij hij beide rollen voor zijn rekening nam. Een aantal van deze uitvoeringen zijn op YouTube te vinden. Daar staat ook een film waar de Amerikaanse pianist Van Cliburn het in een dubbelrol uitvoert. Pianist en dirigent Vladimir Ashkenazy zei ooit dat je ieder pianoconcert desgewenst als pianist en dirigent kunt uitvoeren, maar dat alles neerkomt op de hoeveelheid repetitietijd die je erin steekt. Daarover vertelde Shani toen ik hem een paar jaar geleden interviewde dat hij dit pianoconcert als dirigent goed kende, omdat hij met het Rotterdams Philharmonisch Orkest een paar keer sterpianiste Martha Argerich in 2019 begeleid had. Verder zei hij in hetzelfde gesprek dat hij het juist met dit orkest goed aandurfde, omdat er zoveel wederzijds vertrouwen bestaat: ‘Ik kan doen wat ik wil, want ze zijn nergens bang voor!’(1)

 

 

Dat geldt net zo goed voor hemzelf, ondanks het ‘waagstuk’ leek hij behoorlijk zeker van zijn zaak. Daar heeft hij ook alle reden voor, want hij kan ongelooflijk goed pianospelen. Je kan je afvragen hoe dat hem lukt en vooral waar hij de tijd vandaan haalt om zulke veeleisende partituren te studeren, naast zo’n drukke carrière als dirigent. Kennelijk luidt het ‘simpele’ antwoord op die vraag dat hij ‘gewoon’ zeer begaafd is en dat hij muziek ademt, of dat nu aan de vleugel of met een baton voor een orkest is. Daarover zei hij in eerdergenoemd interview: ‘Het is geen kwestie van hoeveelheid tijd, maar van hoe diep je in de muziek duikt.’ Hij treedt waarschijnlijk niet zo vaak als pianist op, maar die paar keer dat ik hem dat zag doen, deed hij dat met een natuurlijke autoriteit, eigenlijk alsof hij nooit anders doet. Dat was tijdens een eenmalig recital in Rotterdam met virtuoos repertoire als Prokofievs Zesde pianosonate en Moussorgsky’s Schilderijententoonstelling en tijdens een duorecital met Martha Argerich in al even lastig repertoire als de Tweede suite voor twee piano’s van Rachmaninoff en La Valse van Ravel.

 

 

Tovertuin

Het Derde Pianoconcert van Prokofiev voerde hij al een aantal keren met het Rotterdams Philharmonisch Orkest in 2021 uit. Solist/dirigent en orkest moeten het behoorlijk intensief geoefend hebben en dat was hoorbaar tijdens deze uitvoering. Shani gaf de inzet van het eerste deel, Andante, aan en gaf hier en daar een enkele aanwijzing, voor de rest had hij zijn handen vol aan de halsbrekend moeilijke solopartij, waarbij Prokofiev de solist vrijwel doorlopend ‘iets’ te doen geeft. Het orkest reageerde uiterst alert en de tempowisselingen (waarvan Shani tijdens het interview zei dat deze het grootste risico tijdens een uitvoering in een dubbelrol vormden) verliepen zonder problemen. Hij speelde zijn partij pianistisch ijzersterk met waar nodig gespierd spel en levendige tempi. Daarnaast had hij oog voor de lyriek die in elk deel om de hoek komt kijken. In de toelichting stond te lezen dat Stravinsky zijn collega hoog achtte voor ‘de vreemde, bipolaire mix van instrumentale razernij en neoklassieke koketterie.’ Je kunt je afvragen wat hij met dat laatste bedoelde. Prokofiev zelf vertelde over de ontstaansgeschiedenis dat hij ‘al jaren een paar simpele, maar pakkende motiefjes voor de ‘witte toetsen van de piano’ had liggen.’ Die breidde hij uit met ideeën die hij tijdens zijn concertreizen in notitieblokjes opschreef. Dat wekt ten onrechte de indruk dat een gecompliceerd stuk als dit Derde pianoconcert schrijven bijna een eenvoudige aangelegenheid was. Maar zoals de toelichting terecht stelde wist Prokofiev het toch tot een hechte eenheid te smeden, die nergens overkomt als een samenraapsel van eerdere invallen (een kwalificatie die meer op een stuk als het Vierde pianoconcert van Rachmaninoff van toepassing is). Dit pianoconcert is het meest klassieke dat de componist schreef, maar tegelijkertijd wijkt het ook weer af van een traditioneel pianoconcert. Dat komt doordat Prokofiev in de hoekdelen ook lyrische gedeeltes en in het langzame deel ook snelle variaties schrijft. Shani’s inzet van het tweede deel deed aan een tovertuin denken, vooral door zijn pianissimospel. Ook dit deel speelde hij met enorme flair, maar hij was des te indrukwekkender in de bijna gewichtloze vierde variatie, Andantino meditativo,  waar hij alle tijd nam. In het derde deel, Allegro ma non troppo, viel nog eens op hoe transparant het orkest speelde. De balans tussen solist en orkest was uitstekend. Het eind was als te verwachte spectaculair: de glissando’s klonken als ‘shockwaves’ en de laatste maten waren ronduit elektriserend. Shani leverde een meer dan bewonderenswaardige prestatie, waarbij hij in niets onderdeed voor welke gerenommeerde pianosolist dan ook.

 

 

Meesterlijke verhalen

Na de pauze besloot het orkest met Don Quichote van Richard Strauss. Ik hoorde ooit zeggen dat ‘een componist goed is als je hem herkent’. Naar die maatstaf gemeten zou Richard Strauss een goede componist moeten zijn, want zijn weelderige idioom is direct herkenbaar. Dat gebeurde ook nu in de Inleiding, die overigens ook enigszins wijdlopig was. Pas in het Thema kwamen de twee solisten, cellist Emanuele Silvestri en altist Roman Spitzer aan bod. De cello beeldt daarbij Don Quichote en de altviool zijn knecht, Sancho Panza, uit. Daarbij viel op dat de cellist, hoewel hij over een mooie toon beschikt, tamelijk ingehouden speelde. Hij was daardoor ook niet altijd even goed te horen. De altviolist overtuigde met zijn warme toonvorming en levendige spel. Het was overigens prettig dat de afzonderlijke delen op de grote schermen achter het podium aangekondigd werden, want deze stonden niet in de toelichting vermeld. Sommige delen als Ridder houdt de wacht (nr. 5) klonken als kamermuziek, waarbij het orkest mooi pianissimo speelde.  In Rit door de lucht (nr. 7) liet Shani het orkest juist voluit spelen. De opbouw van het laatste deel, Duel met de ridder van de Blauwe Maan was meesterlijk. Heel mooi was ook het eind van de Finale, die werkelijk klonk als het eind van een verhaal.

Tijdens de ovatie aan het eind kregen enkele orkestleden en de orkestbode bloemen. Het werd niet helemaal duidelijk waarom, maar het toonde eens te meer de sterke onderlinge verbondenheid van de orkestleden met elkaar.

Willem Boone

  • Zie https://www.pianistique.com/home/english-interviews/15-interviews/89-lahav-shani

You May Also Like

Orchestre Philharmonique Royal de Liège en pianist Nelson Goerner ideaal in Frans repertoire

Armeense Romantiek in Luther Museum Amsterdam

Topviolist Marc Bouchkov laat Mendelssohn tot de verbeelding spreken

Geweldig slotconcert De Klassieke Duif