Pianist Illia Ovcharenko speelt 1e Pianoconcert van Brahms zoals het bedoeld is

Youth Symphony Orchestra of Ukraine o.l.v. Oksana Lyniv, m.m.v Illia Ovcharenko, piano. Werken van: Brahms (Eerste pianoconcert), Resatsch (Reflections of hope) en Dvorak (Achtste symfonie). Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 26 juli 2026
Door Willem Boone
Tedere Brahms
De Oekraïense pianist Illia Ovcharenko speelde gisteravond Brahms’ Eerste pianoconcert eigenlijk precies zoals het zou moeten klinken: als een sinfonia concertante, waarin de piano als primus inter pares optreedt, zonder daarbij steeds de aandacht op zich te vestigen. De ontstaansgeschiedenis wijst er al op dat dit stuk niet in eerste instantie als briljant pianoconcert bedoeld was. Brahms overwoog om er een sonate voor twee piano’s van te maken, plande daarna om het om te werken tot symfonie en ten slotte combineerde hij beide opties tot het Eerste pianoconcert. De première in 1858 was bepaald geen succes en het werd toen door critici neergesabeld. Tegenwoordig geldt dit jeugdwerk als een van zijn meesterwerken.

De solist speelde zijn partij in een rustig tempo met veel aandacht voor tederheid. Waar nodig kon hij echter ook fel van leer trekken, zoals in de octavenpassages in het midden en aan het eind van het eerste deel. Dan liet hij horen dat hij wel degelijk ook kon donderen op de piano. De beruchte octaventrillers in het eerste deel speelde hij niet als zodanig, maar als alternerende octaven. Als je dit stuk goed kent, hoor je dat deze trillers wezenlijk anders klinken als je ze als (octaven)trillers speelt. Het Adagio werd uiterst teder en intiem gespeeld en dirigente Oksana Lyniv liet het orkest fluisterzacht spelen. Solist en orkest leken bijna te ‘wedijveren’ om wie het zachtst kon spelen. Ovcharenko kwam ook in het tweede deel heel overtuigend over en zijn forte, halverwege dit deel, was vol en welluidend. Net als na het eerste deel volgde er aan het eind van het Adagioapplaus. De pianist zette het Rondo, allegro ma non troppo in een snel tempo in, wat mij betreft iets te snel voor een ‘allegro ma non troppo.’ Orkest en dirigente volgden hem daarin en zorgden voor een overrompelend en hartstochtelijk gespeeld slot. De intonatie van de hoorns was daarbij niet altijd optimaal. De laatste maten klonken overigens erg snel.

Tijdens de repetitie…
Het publiek reageerde geestdriftig en de pianist speelde als toegift ‘Melodie’ uit ‘Orfeo en Eurydice’ van Gluck, in de bewerking van Sgambati. Dit is een van de meest verraderlijke bewerkingen die er bestaan: het klinkt uiterst simpel, maar het is technisch lastig om te spelen, terwijl je dat er niet aan afhoort. Een mooi, meditatief moment, waarbij het niet helemaal wilde vloeien, doordat de pianist wat aan het ritme ‘trok’.

Eduard Resatsch
De Oekraïense componist en cellist Eduard Resatsch schreef Reflections of hope tijdes de coronapandemie en de première door de Bamberger Symphoniker vormde een hoogstandje. Door de lockdown konden de musici namelijk niet samen spelen en zodoende namen de 85 musici het stuk op afstand van elkaar op. Deze compositie staat niet alleen stil bij de emoties die men tijdens de pandemie ervoer, maar ook bij de Russische bezettingsoorlog in Oekraïne. Daarbij gaat het niet alleen om hoop op vrede, maar ook om verbinding en een betere toekomst. Dat zijn nogal wat gevoelens en die zorgden ervoor dat dit stuk klonk en overkwam als een muzikaal patchwork. Er waren een paar momenten die terugkwamen, zoals de ijl klinkende solo van de eerste violiste en de rol van het slagwerk. Die gaven aan het eind het idee dat de cirkel rond was. Er kwamen echter ook momenten in voor die ik niet begreep, zoals het feit dat de dirigente kort na het begin een voor haar liggende ketting op de grond smeet en musici die tijdens de uitvoering hardop spraken. Het zou interessant geweest zijn om in de toelichting te lezen waarom Resatsch dit in zijn muziek voorgeschreven heeft. Dat, gevoegd bij soms zeer luid slagwerk of schrille timbres van de fluiten, maakte dat deze compositie een onrustige indruk wekte. Aan de andere kant kwamen er ook weer fascinerende momenten in voor, op een bepaald moment klonk het gehele orkest als een machine.

Dvoraks Achtste
Vergeleken met dit moderne stuk, was de Achtste symfonie (veel) vertrouwder repertoire voor de Vriendenloterijconcerten. Kijkend naar dirigente Lyniv vroeg ik mij af of er uit haar slag veel af te leiden viel. Zo dirigeert zij vrijwel steeds met weidse gebaren van haar rechterhand die er stereotiep uitzien. Kennelijk wisten de orkestleden er raad mee, want zij pakten de aanwijzingen van de dirigente enthousiast op en zorgden voor een gespierde uitvoering. In het begindeel, Allegro con brio, waren er mooie solo’s van de fluit, althobo en klarinet. Ook na dit deel klonk er applaus vanuit de zaal. Het tweede deel, Adagio, begon met sonoor speleden strijkers. Lyniv dirigeerde nu zonder baton, met kleinere gebaren, waaruit evenwel nog steeds weinig af te leiden viel. Later gebruikte zij in datzelfde deel toch weer haar baton. Het bekendste deel uit deze symfonie, het Allegretto grazioso, werd elegant gespeeld en in het laatste deel, Allegro ma non troppo ging het orkest vurig van start. Het was hartverwarmend om te zien met hoeveel enthousiasme de jonge musici het triomfantelijke slot speelden. Het leverde een verdiende ovatie op, waarbij de slagwerkers de Oekraïense vlag toonden.
Willem Boone

Info: