Pianist Krystian Zimerman overtuigt ook in ieder miniatuur*

‘Der wohtemperierte Flügel, preludes & co’ Werken van: Statkowski: Collage WK nr. 1 in C, J.S. Bach: Prelude nr. 1 in C, BWV 846, Skrjabin: Prelude nr. 2 in a, op. 11, Debussy: Prelude nr. 6 in F (uit ‘Preludes II’), Szymanowski: Prelude nr. 2 in d, op. 1, Chopin: Prelude nr. 15 in Des en nr 16 in bes, op. 28, Rachmaninoff: Prelude nr. 4 in D, op. 23, Franck: Prelude/Andantino nr. 1 in b, op. 18, Chopin: Prelude nr. 11 in B op. 28, Rachmaninoff: Prelude nr. 12 in gis, op. 32, Schubert: Impromptu nr. 3 in Ges, D 899, Gershwin: Prelude nr. 3 in es, Debussy: Prelude nr. 12 in G (uit ‘Preludes I’), Ravel: Forlane nr. 3 in E (uit ‘Le tombeau de Couperin’), Godowski: The Gardens of Buitenzorg in As (uit ‘Java Suite’),
Bacewicz: Sonate nr. 2 in f, J.S. Bach: Prelude in Bes, BWV 825, Fauré: Prélude nr. 3 in g, op. 103, Debussy: Prelude nr. 11 in Es, Szymanowski: Prelude nr. 7 in c , op. 1, Chopin: Prelude nr. 7 in A, op. 28,
Skrjabin: Prelude nr. 8 in fis, op. 11, Kapustin: Prelude nr. 9 in E, Rachmaninoff: Prelude nr. 2 in cis, op. 3, Schubert: Impromptu nr. 2 in Es D899 Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 19 oktober 2026. * Door omstandgheden wat later gepubliceerd.
Door Willem Boone
Uniek programma
De eminente Poolse meesterpianist Krystian Zimerman wilde voor zijn naderende 70e verjaardag iets bijzonders doen. Hij realiseerde zich hoeveel stukken hij in zijn lange carrière gespeeld heeft (bijna 600 composities!), waarbij je lang niet alles daarvan makkelijk kunt programmeren. Sommige zijn te kort, andere passen niet bij ieder gewenst repertoire, weer andere maken deel uit van een langere compositie. Daarbij speelt het ongetwijfeld ook een rol dat pianisten soms muziek voor zichzelf spelen die niet per se ‘rijp voor de concertzaal’ is. Zimerman heeft een veelzijdig repertoire uitgevoerd tijdens optredens, maar neigde er de laatste tien à vijftien jaar naar om nogal eens stukken te ‘recyclen’. Deze avond maakte duidelijk dat zijn repertoire nog veel groter is dan we tot nog toe van hem gehoord hebben. Hij wilde bovendien bij het programma ‘preludes & co’ een rode lijn aanbrengen: hij speelde als het ware een moderne pendant van Bachs ‘Wohltemperiertes Klavier’ met stukken in alle toonaarden. Ondanks dat hij niet de kwintencirkel volgde, vormde dit recital dat je gemakkelijk zou kunnen afdoen als ‘een potpourri’ toch een soort van samenhangend geheel. En dat is dan weer een knappe prestatie.

Verlangen naar het geheel
Zimerman bood aan het publiek de kans om hem in heel uiteenlopende composities te horen (soms van componisten die ik hem nooit eerder live hoorde spelen, zoals Fauré en Kapustin) en het gaf een verleidelijk, jaloersmakend inkijkje in de keuken van deze grote pianist. Tegelijk was het ook een enigszins frustrerende ervaring, want in plaats van vier losse preludes uit opus 28 van Chopin zou je er natuurlijk de spreekwoordelijke moord voor doen om hem de complete Preludes van deze componist te horen spelen! En hetzelfde gold voor Rachmaninoff, van wie er drie losse preludes klonken, maar je zou het hele opus 23 of 32 willen horen! En bij Ravel was je benieuwd naar de gehele suite Le Tombeau de Couperin.

Onaantastbare kwaliteit
Een andere grote gemene deler was uiteraard het spel van de pianist. Dat is nog steeds boven alle twijfel verheven. In al die jaren dat ik hem ‘ken’, moet ik zijn eerste muzikale blunder nog horen. Altijd is er weer die perfecte stemvoering, het prachtige, sterk plastische toucher en het vermogen om met iedere miniatuur een heel universum op te roepen. Dat resulteerde in een aanvankelijk wat schuchtere Eerste prelude van Bach die beetje bij beetje opbloeide, een gewichtloze, nog sterk door Chopin beïnvloede Scriabin, die volledig niet-percussief klonk. Het deed meer dan eens denken aan wat Debussy ooit zei: ‘Vergeet dat de piano hamers heeft!’ De Preludes nr 15 en 16 uit opus 28 van Chopin maakten duidelijk dan we nog wel wat mogen verwachten als hij ooit de gehele reeks gaat spelen. Zo speelde hij de Regendruppelprelude (nr 15) in een redelijk vlot tempo, met mooie fortes die nooit te luid werden en liet hij heel treffend het slot uitdoven. De daaropvolgende nr 16, een van de meest virtuoze uit de gehele reeks, flitste voorbij in een constant hoog tempo.

Eb-en vloedbewegingen
Er waren momenten van grote schoonheid, zoals Schubert’s Impromptu D 899 nr 3 in ges, of Rachmaninoff’s Prelude opus 23 nr 4 in d. Voor de pauze lukte het mij goed om de componisten thuis te brengen, ondanks dat deze niet gecommuniceerd waren. De bovenstaande lijst van gespeelde werken werd pas daags na het recital op de site van het Concertgebouw gepubliceerd. Na de pauze raakte ik bij een paar stukken het spoor bijster: zo herkende ik de Sonate nr 2 van Bacewicz niet en zat ik achtereenvolgens aan Sjostakovitsj, Prokofiev en Weinberg te denken. De muziek van Kapustin is door zijn jazzy invloeden vaak te herkennen, maar ditmaal was de Prelude nr 9 in e moeilijk te herkennen. Hopelijk gaat Zimerman diens muziek vaker spelen, want behalve dat deze origineel klinkt (door de manier waarop Kapustin jazz en klassiek verbindt), is deze ook uitgesproken pianistisch van karakter. Verder was het interessant om hem Fauré en Franck te horen spelen. Heel geslaagd was ook het laatste ‘nummer’, de overbekende Prelude in cis opus 3 nr 2 van Rachmaninoff, het stuk waar de componist zo’n hekel aan kreeg omdat hij het altijd overal moest spelen. Onder Zimermans handen klonk het niet als een afgezaagde toegift, maar gedragen, geheimzinnig, soms met uit graniet gehouwen fortes en een mooi diminuendo aan het eind. Alleen de wijze waarop de laatste akkoorden uitklonken was al een bijzondere ervaring op zich.

Het publiek toonde zich razend enthousiast en kreeg na lang klappen een toegift in de vorm van de Impromptu opus 90 nr 2 in es van Schubert. Deze speelde hij in een parelend, niet te snel tempo, waarbij hij treffend de eb-en-vloedbeweging van de muziek liet uitkomen.
Willem Boone
Foto’s: Bartek Barczyk e.a.