Tenebrae: Engelse klankexplosies uit de zestiende eeuw

Tenebrae o.l.v. Nigel Short. Programma: Robert White, Christe qui lux es III en IV, Exaudiat te Dominus; William Byrd, Mass for four voices; Thomas Tallis, Sancte Deus, If ye love me; William Mundy, Vox Patris caelestis. Gezien: 16.10. 2026, Muziekgebouw, Amsterdam.
Door Michael Klier
De zaal zat afgeladen vol. En dat voor een programma met Engelse kerkmuziek uit de zestiende eeuw. Hoe dan? Bij nader inzien is dat eenvoudig te verklaren. Ten eerste is daar de enorme amateurkoorscene die Nederland heeft. Tallis’ If ye love me en Byrds mis zingen veel koren zelf, dus dan wil je wel het eens op topniveau horen. En ten tweede speelt ook de reputatie van het Engelse koor Tenebrae zelf zeker een rol. Tenebrae heeft een Grammy-nominatie (2018) en een Opus Klassik (2025) op zijn naam staan. De pers spreekt van ‘phenomenal’ en ‘devastatingly beautiful’. En het gaat zeker ook om de rust en schoonheid die a capella koormuziek uitstraalt. Ook publiek dat zelden naar klassieke concerten gaat, is op zoek naar contemplatie als tegenwicht voor ons haastig bestaan.

Mij trekt Renaissancemuziek net zoals de hedendaagse vanwege het onbekende: ik kom er steeds weer nieuwe componisten tegen. Bij het Tenebrae concert stonden Robert White (ca. 1538–1574) en William Mundy (ca. 1529–1591) op het programma. Van beiden had ik nooit eerder gehoord en de kennismaking met hun werk was uitermate aangenaam.
Tenebrae en Nigel Short
Dirigent Nigel Short was ooit zanger bij The Tallis Scholars en The King’s Singers voordat hij in 2001 Tenebrae oprichtte. Tenebrae is Latijn voor ‘duisternis’ én de naam van de nachtelijke diensten in de Goede Week waarin de kaarsen één voor één worden gedoofd. Short zijn doel was het om de ‘passionate sounds’ van een groter koor te combineren met de precisie van een klein ensemble. En dat is hem gelukt: het klankvolume van Tenebrae is enorm! ‘Hoe werden de stemmen tijdens het concert eigenlijk versterkt?’ hoorde ik een concertbezoeker zich hardop afvragen. Hij wilde maar niet geloven dat de eruptieve klankexplosies puur en alleen uit de kelen van de elf zangers kwamen.

White
Het concert begon met Christe qui lux es III van White. In deze avondhymne wisselen gregoriaanse en meerstemmige verzen elkaar af. White gaat op gedurfde wijze om met de melodische lijnen en ritmes en is daarmee zeer modern voor zijn tijd. White zette de tekst vier keer op muziek. Na de mis van Byrd zong Tenebrae ook nog de vierde versie. In het vijfstemmige Exaudiat te Dominus (psalm 20) zijn er ‘gymels’ te horen: passages waarin een stempartij zich splitst in twee.

Byrd
William Byrd (ca. 1540–1623) was katholiek in het protestantse Engeland en werd herhaaldelijk beboet wegens ‘recusancy’ (wegblijven uit de anglicaanse kerkdienst). Zijn Mass for four voices is een van zijn drie missen (voor vier, drie en vijf stemmen) en was bedoeld voor kleine, geheime huisdiensten. Elk stemboekje was één gevouwen vel: makkelijk te verbergen, want katholieke muziek bezitten was gevaarlijk. Deze vierstemmige mis is waarschijnlijk de eerste van de drie en deels gemodelleerd op de Mean Mass van John Taverner, die Byrd als koorknaap gezongen zal hebben. Het laatste deel, het Agnus Dei, eindigt met ‘dona nobis pacem’ op schrijnende dissonanten. Het klinkt als een hulpkreet van de onderdrukte katholieke gemeenschap.

Tallis
Thomas Tallis (ca. 1505–1585) diende aan het Engelse hof onder vier verschillende vorsten: Hendrik VIII, Edward VI, Mary I en Elizabeth I, en paste zijn stijl telkens aan de religieuze koers aan. Tijdens zijn leven brak Hendrik VIII met Rome. In 1575 kregen Tallis en zijn leerling Byrd van Elizabeth I een monopolie van 21 jaar op het drukken van meerstemmige muziek. Er bestaat geen portret uit zijn eigen tijd; de bekende gravure is zo’n 150 jaar na zijn dood gemaakt en geldt niet als betrouwbare gelijkenis. If ye love me is Engelstalig: een anthem uit de tijd van Edward VI, toen de liturgie Engelstalig werd en de muziek eenvoudig en woordverstaanbaar moest zijn. Het was een verrassend en mooi contrast met de overige Latijnse motetten.

Mundy
Het 70 minuten durende concert eindigde met Vox Patris caelestis van William Mundy. Dit is een antifoon op de Hemelvaart van Maria, met teksten uit het Hooglied. Het wordt meestal gedateerd in de katholieke regering van Mary I (1553–1558), mogelijk 1556; er wordt gesuggereerd dat het voor haar troonsbestijging of kroning was. Interessant waren de voortdurende stemsplitsingen. Het zesstemmige werk (SATTBB) begint met twee stemmen, groeit via trio’s naar het volle koor, en culmineert in een ‘gymel’ van twee hoge sopranen boven het koor. Tenebrae liet de zaal baden in orgastisch in elkaar kronkelende vocale lijnen. Werkelijk virtuoos was het dynamische bereik van bijna fluisterend zacht tot een orkestraal volume.
Als toegift zong Tenebrae Byrds Ave verum corpus uit het hoofd. Een waardige afsluiter van een subliem renaissancemuziekfestijn.
Michiel Klier
Foto’s: Sim Canetty-Clarke

De recensie verschijnt ook op https://musicwork.shop/blog/