Hartverscheurende Traviata in de Scala van Milaan*

Giuseppe Verdi – La traviata. Orkest en koor van het Teatro alla Scala o.l.v. Michele Gamba. Nadine Sierra (Violetta Valéry), Carlotta Vichi (Flora Bervoix), Mariapaola Di Carlo (Annina), Piero Pretti (Alfredo Germont), Boris Pinkhasovich (Giorgio Germont) e.a. Regie: Liliana Cavani. Gehoord: 28 september 2026, Teatro alla Scala, Milaan. * Verlate publicatie door omstandigheden.

 

Door Peter Schlamilch

 

Ik hoorde de Amerikaanse sopraan Nadine Sierra deze zomer maar liefst twee keer zingen: de eerste keer in juli in een prachtige Rigoletto in München, en onlangs in een aangrijpende Traviata in de Scala van Milaan. Weer werd ik gegrepen door haar artistieke meesterschap en haar betoverend mooie stem, en begon me te realiseren dat ze tot de grote zangers van onze tijd behoort.

 

 

Nadine Sierra

Ik heb geruime tijd nagedacht wat haar vertolkingen dan zo fascinerend maakt, want de eenvoudig hoorbare zaken had ik na Rigoletto al uitgebreid benoemd: mooi en intiem, heerlijk van klank, met een schier eindeloos legato met eindeloze lijnen – dan weer piepklein en sprookjesachtig, dan weer groots en onvermoeibaar, zijdezacht maar ook stralend en met een fabelachtige techniek. Het zijn allemaal steekwoorden die ik ook nu weer opschreef (ja, ik maak veel aantekeningen tijdens de voorstellingen, hoewel ik ze later bijna nooit gebruik), aangevuld met ‘professioneel’ (ze reageert feilloos op de geringste hapering van tegenspeler of rekwisiet), ‘wonderschoon’ en ‘zo natuurlijk in al Verdi’s vele voordrachtsaanwijzingen’ (denk daarbij aan legato, staccato, fraseringen en dynamiek). Ook haar prachtige acteerprestaties schreef ik nogmaals op, hoewel ik echt niet blind ben voor haar lichte hang naar overdrijving, maar die zijn slechts sporadisch.

 

 


Edel en gecultiveerd

Nog meer schreef ik op: Sierra’s dictie en frasering zijn onberispelijk en haar stem is kernachtig, helder en warm tegelijk, en zeer gelijkmatig in alle registers. Haar coloraturen zijn niet alleen perfect maar vooral heel expressief, en daarmee komen we nog dichter bij de kern van haar meesterschap – ze laat niet alleen het hóe van de noten horen (toonhoogte, tijdsduur etc.), maar vooral het waaróm: Sierra heeft het vermogen om elke noot, elk woord en elke frase zin en betekenis mee te geven, die ook nog eens werkelijk boeien. Sierra voorzag bijvoorbeeld haar aria Ah, fors’è luivan de ernstige ondertoon van de eenzame, teleurgestelde vrouw die naar liefde hunkert, haar hart en gevoelens bevraagt of zij wel in het avontuur met Alfredo moet stappen… zodoende ontstijgt ze het verhaal van Violetta Valéry en maakt ons deelgenoot van het universele verhaal van alle vrouwen. Sierra weet op elk moment wat ze zingt en laat dat intelligent, edel en gecultiveerd horen – een zeldzaam talent dat, verrassend genoeg, dun gezaaid is in operaland.

 

 

Ingehouden, huilend zingen

Ook haar tegenspelers waren van grote klasse. De Sardijnse tenor Piero Pretti was een geweldige Alfredo: helder, vurig en romantisch, maar steeds nobel van klank – het Drinklied in de eerste akte was verleidelijk en overtuigend. De Russisch-Oostenrijkse bariton Boris Pinkhasovich, vorig jaar nog in het Concertgebouw te horen in Rachmaninoffs cantate De Lente, vertolkte Giorgio Germont soeverein, vol en krachtig – de aria Di Provenza klonk in prachtige eikenhouten kleuren, met vele genuanceerde ook zachte klanken. Het duet met Violetta was hartverscheurend: ze leek zich steeds beter te beseffen wat haar opoffering van haar grote liefde ging betekenen en sleepte ons mee in haar wanhoop – ze huilde bijna echt, in een ingehouden, huilend zingen, zó intens verdrietig en soms zelfs peinzend zacht… ze wòrdt Violetta, en heeft zich duidelijk een jarenlange voorstelling van haar personage gemaakt. Ook buit Sierra haar stilten geweldig uit, gaat dan weer uit zichzelf verder zonder naar de dirigent te hoeven kijken, in het vertrouwen dat ze op de voet wordt gevolgd door het geweldig spelende orkest. Dat vertrouwen geeft de Milanese dirigent Michele Gamba volop: hij is een vaste en graag geziene gastdirigent bij La Scala, die de rijke orkestklank van de Milanezen de vrije loop laat, uitstekende tempi kiest en betekenisvolle stilten laat vallen. De strijkers klonken weergaloos en er waren prachtige solo’s in de houtblazers, hoewel het geheel op gezette tijden ruw werd verstoord door consequent te luid spelende trompetten. Het koor was opwindend van klank en inzet, en de regie was prachtig, hoewel oeroud: ze is uit 1980 en ik zag de 100e voorstelling, die rechtstreeks werd uitgezonden door de RAI (die maand was er ook de 300e voorstelling überhaupt).

Ze is traditioneel, elegant en weelderig en heeft schitterende kostuums, decors en belichting, vaak ontworpen door Oscarwinnaars.

 

 

Tosca-achtige lading

Deze regie is erg geliefd, en is de eerste door het publiek geaccepteerde enscenering sinds de beroemde ’zesentwintig jaar stilte’ na de memorabele vertolking, in mei 1955, door Maria Callas in de legendarische productie met film- en toneelregisseur Luchino Visconti en dirigent Carlo Maria Giulini – een eerdere poging met Mirella Freni werd genadeloos weggehoond door de beruchte operafans op de hoogste balkons, de loggionisti: Freni werd tijdens de première in 1964 door hen zó hard uitgejouwd en uitgefloten, dat ze in tranen het podium verliet. Er was nog een moderne reeks in 2017, maar die onderging hetzelfde lot en werd schielijk beëindigd. De huidige, door Riccardo Muti uiteindelijk verordonneerde productie wordt dus geliefd en gekoesterd in Milaan en is misschien zelfs voor mij – traditionalist – iets te overdadig, maar alles beter dan het hedendaagse minimalisme dat we vaak te zien krijgen.

 

 

Het toneelbeeld doet het verhaal werkelijk recht en geeft de zangers de mogelijkheid zich in te leven in hun personages, ze te doorgronden en betekenis mee te geven. En dat gebeurde volop, ook in de aangrijpende slotscène die een haast Tosca-achtige lading meekreeg: Sierra, die inmiddels tien jaar geleden haar droomdebuut in de Scala maakte (waarbij het publiek haar enthousiast dwong met Leo Nucci een hondsmoeilijk duet te herhalen – sinds Toscanini niet meer vertoond) speelt niet verdrietig, ze ìs het, uit naam van alle vrouwen. En mannen natuurlijk. Een waarlijk memorabele avond.

Peter Schlamilch

 

Meer info: teatroallascala.org

You May Also Like

Warrige regie blok aan het been bij Fledermaus in Zürich*

Torre del Lago Puccini in de ban van Plácido Domingo*

Pianiste Reinild Mees op de bres voor het complete liedrepertoire van Joseph Marx

Wang realiseert huzarenstukje met beide Brahms-concerten op een avond