Quatuor Van Kuijck en harpiste Anneleen Lenaerts exquise in muziek van Franse impressionisten

Quatuor Van Kuijck en Anneleen Lenaerts, harp. Werken van: Ravel, Fauré, Debussy en Caplet. Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, Kleine Zaal, 18 oktober 2025

Door Willem Boone

 

Strijkers met variatie

Bij het optreden van deze musici ging het met recht om ‘strijkers met variatie’. Dat is de naam van de serie waarin ze optraden, maar het gold ook voor de minder gebruikelijke samenstelling van strijkkwartet en harp. Verder was het van toepassing op het programma met muziek van Franse componisten: het Quatuor Van Kuijck speelde van hen bewerkingen van liederen en stukken voor piano vierhandig, zoals ze dat ook deden op hun CD ‘Impressions Parisiennes.’ Een laatste variatie betrof de samenstelling van het kwartet: voor aanvang van het concert kondigde een programmeur van het Concertgebouw aan dat de primarius, Nicolas Van Kuijck, ieder moment vader kon worden. Zijn collega’s hadden besloten dat hij thuis zou blijven en hij werd vervangen door Da-Min Kim, de concertmeester van het Orchestre Philharmonique de Marseille. Hoewel laatstgenoemde al eerder met het kwartet gespeeld had, was hier sprake van een bewonderenswaardige prestatie. Strijkkwartet spelen in een vaste formatie geldt al als een van de moeilijkste opgaven binnen de kamermuziek, maar om te elfder ure in te stappen in een bestaand ensemble en alsnog te zorgen voor homogene uitvoeringen is helemaal een uitdaging van formaat. Die pakte Kim met het grootste gemak op en hij speelde binnen het Quatuor Van Kuijck alsof hij nooit anders gedaan had. Dat deed hij met spaarzaam vibrato en een nergens ‘opdringerige’ toon. Als eerste speelden zij de overbekende suite Ma mère l’oie van Ravel in de bewerking van Gildas Guillon. Deze was ook in de versie voor strijkkwartet idiomatisch en opnieuw raakte de intimiteit van de muziek, net als in het origineel voor piano vierhandig. De musici troffen goed het delicate karakter van deze stukken en in Petit poucet klonken de hoge noten suggestief door glissandi van de eerste viool. In Laideronnette, impératrice des pagodes was te horen hoe eensgezind het kwartet de pizzicati uitvoerde. In Les entretiens de la Belle et de la Bête was het passend om ‘het beest’ op de cello te laten klinken. In Le Jardin féerique was de toon van het kwartet vol in tegenstelling tot de voorafgaande delen waarbij zij sourdines gebruikt hadden. Ook in deze bewerking behield deze magische muziek haar betovering.

 

 

Fauré en Debussy

Het kwartet vervolgde met een van de mooiste liederen van Fauré, Clair de lune opus 46. Het kreeg er een dimensie bij door de meerstemmigheid en de pizzicati van de cello zorgden ervoor dat het een echt ‘strijkersstuk’ werd. In de Danse sacrée et danse profane, oorspronkelijk geschreven voor harp en orkest, kreeg het kwartet versterking van de Belgische harpiste Anneleen Lenaerts. Deze musicienne die al jarenlang eerste harpiste bij de Wiener Philharmoniker is, speelde met veel gevoel voor présence op een nieuw uitziende harp. Haar interpretatie straalde direct vanaf het begin autoriteit en naturel uit, terwijl het kwartet haar uiterst delicaat begeleidde. De Danse profane was virtuozer van karakter, evenals het spel van de harpiste.

 

 

Fauré en Caplet

Na dit misschien wat korte eerste deel en de pauze keerde Lenaerts alleen terug om van Fauré diens Impromptu in des opus 86 voor harp uit te voeren. Het ging daarbij om een substantiële compositie die de indruk van een lange improvisatie wekte. Daarin toonde zij dezelfde kwaliteiten als voor de pauze: door haar concentratie kwam de muziek als vanzelfsprekend over. Het Quatuor Van Kuijck vervolgde met drie fijnzinnige liedbewerkingen van Fauré: Les berceaux opus 23, waarbij de melodie afwisselend op tedere wijze door de eerste en tweede viool gespeeld werd. In de mooie bewerking van Après un rêve opus 7 vielen de mooie solo’s van de cello en de eerste viool op. In Mandoline opus 58 speelden respectievelijk de cello, altviool en eerste viool de melodie. Het klonk vooral heel ‘Frans’, waarbij je je met recht kunt afvragen wat dat concreet betekent. Daarbij gaat het vooral om de evocatieve sfeer van lichtheid en verfijning, maar met een beetje verbeelding zag je ook de lome hitte van de zomer en een tafereel zoals in de schilderijen van Monet voor je.

 

 

Het laatste werk, Conte fantastique d’après Edgar Poe ‘Le masque de la mort rouge voor harp en strijkkwartet van Caplet was goed gekozen. Bij deze titel verwacht je niet in de eerste plaats verfijning, zoals die daarvoor geklonken had. Inderdaad, direct vanaf de eerste maten had de muziek een dreigend karakter met een aanzwellende toon op de cello en een prominente rol voor de harp. De muziek was fel en de uitvoering spannend om naar te luisteren. Zoals in de toelichting in Preludium te lezen stond heeft Caplet er alles aan gedaan om de harp te bevrijden van het stigma ‘engelachtig, feeëriek, en bucolisch, maar nimmer demonisch.’ Hij baseerde zich op Edgar Allen Poe’s gothic griezelverhalen. In een land dat wordt geteisterd door de pest sluit prins Prospero zich op in een onneembare burcht met duizend vrienden. Hij houdt een decadent en gemaskerd bal. Elk uur herinnert de grote klok aan het genadeloos verstrijken van de tijd. Om twaalf uur verschijnt er een ongenode gast: de Rode Dood. Allen sterven, de toortsen doven en de duisternis neemt bezit van de burcht. Het Quatuor Van Kuijck en Lenaerts zorgden voor een spannende uitvoering van dit behoorlijk lange muzikale verhaal. Zij lieten op treffende wijze de voor die tijd innovatieve speltechnieken van Caplet horen, zoals flageoletten, glissandi, het spelen op de kam en het slaan met de strijkstokken op de snaren. Al net zo bijzonder was het naargeestige kloppen van de harpist op het klankbord van het instrument, voor de fatale twaalf klokslagen.

 

 

Het zorgde ervoor dat een avond vol verfijning toch met een scherp randje eindigde, wat dit programma een heel compleet karakter gaf.

Willem Boone

Info:

www.concertgebouw.nl

https://www.quatuorvankuijk.com

You May Also Like

Te aardse Schumann door celliste Julia Hagen en het Residentie Orkest o.l.v. Pablo González

Semyon Bychkov dirigeert lyrische Beethoven en Schubert, Kissin fenomenaal in Prokofjev

Aimard brengt intelligente en menselijke Bach

Radio Filharmonisch Orkest overtuigend in Messiaens Turangalîla-symfonie