Vader Borys Fedorov en dochter Anna Fedorova zorgen voor hoog muzikaal en technisch niveau*

Kasteelconcert Geldrop, Anna Fedorova en Borys Fedorov, piano. Werken van: Beethoven: 6 Bagatellen opus 126, Debussy: 2 préludes en l’Isle Joyeuse, Chopin: Mazurka in gis opus 33 nr 1, Nocturne in fis opus 15 nr 2 en Polonaise in as opus 53, Schumann: Carnaval opus 9 en Borys Fedorov Introduction and toccatella. Gehoord: 20 september 2026, Kasteel Geldrop.* Door omstandigheden is deze recensie wat later geplaast.

Door Willem Boone

 

Groot pedagoog en groot pianist

Pianist Borys Fedorov, vader van de bekende pianiste Anna Fedorova, is niet alleen een gezocht pedagoog, maar ook een groot pianist. Het was dan ook een genoegen dat de Stichting Geldropse Kasteelconcerten beide musici had uitgenodigd en dat zij ieder een deel van het recital speelden. Borys Fedorov heeft kwaliteiten waarvan je als amateur zou wensen (en al blij zou zijn) dat je er een van had. Tegelijk gebeurt het bij hem allemaal op een volstrekt organische wijze, zodat je bijna gaat denken dat het ‘normaal’ is dat iemand zoveel kwaliteiten bezit. Om te beginnen is daar zijn toon, die vol van klank is en zeker bij het eerste werk, Beethovens 6 Bagatellen opus 126, een grote menselijkheid uitstraalde. Dat past bij uitstek bij het werk van deze componist, die vooral in de pianowerken aan het eind van zijn leven spiritueel hoog reikte. Het is treffend hoe hij soms in een enkel akkoord een hele wereld aan gevoelens weet te leggen. Bij de Eerste bagatelle, Andante con moto, cantabile e compiacevole viel inderdaad op hoe cantabel zijn toucher klinkt. Het was daarnaast mooi om te horen hoe hij dezelfde frase nooit op dezelfde manier speelde. Daar waar nodig had hij ook gevoel voor de soms barse accenten die Beethoven ook voorschrijft, zonder deze overigens agressief te spelen. Fedorov vertelde bij aanvang dat hij deze Bagatellen voor de eerste keer uitvoerde. In de snelle Vierde bagatelle, presto, klonken een paar minieme misslagen, maar dit deed geen afbreuk aan zijn indrukwekkende uitvoering. Ik bedacht me dat je dit soort pianospel in het Nederlands ‘ouderwets goed’ zou noemen: het heeft een kwaliteit die je niet vaak hoort door het verzorgde spel dat getuigt van een diepe verbintenis met de muziek. Heel bijzonder was in de vijfde bagatelle, quasi allegretto, zijn pedaalgebruik, waarmee hij lange frases op een expressieve manier vormgaf. Het paste eigenlijk meer bij de muziek van Debussy, die hierna volgde, maar het werkte ook bij Beethoven goed. Bij de laatste bagatelle, presto, andante amabile e con moto, viel de aandacht op waarmee hij motieven in de bas speelt.

 

 

Debussy en Chopin

Fedorov vertelde in een korte toelichting hoe gewaagd de harmonieën van de prélude ‘Les sons et parfums tournent dans l’air du soir (uit: boek 1) waren. Dit liet hij treffend in zijn uitvoering naar voren komen. Ook hier trof zijn pedaalgebruik en ook de klank waarmee hij het werk van de Franse componist speelde.  Hij wist prachtige kleuren aan de vleugel te ontlokken. In Des pas sur la neige (uit: boek 1) was de desolate sfeer bijna tastbaar. De pianist schilderde hier met klanken. Weelderige kleuren waren er volop in het extatische l’Isle joyeuse. De vermaarde Chileense pianist Claudio Arrau noemde dit stuk ooit ‘een heidense orgie’ en daar had het zeker aan het eind wel iets van weg.

Ten slotte speelde hij drie stukken van Chopin, allereerst de korte Mazurka in gis opus 33 nr 1. Deze wekte de indruk van een improvisatie en ook hier vond Fedorov de klankkleur die bij deze weer geheel andere muziektaal past. De Nocturne in fis opus 15 nr 2 speelde hij in een voortvarend tempo. Het middengedeelte liet hij anders klinken dan het begin en einde. Zijn Chopin had gevoel, maar was ook stevig en zeker niet alleen ‘dromerig’ van karakter. Als laatste bracht hij de beroemde Polonaise héroique in as opus 53. Gelukkig in een niet te snel tempo en niet te luid. Zijn lezing als geheel had allure en de beruchte linkerhandoctaven in het midden speelde hij soepel. Hij had gevoel voor de poëzie en besloot het stuk op overrompelende wijze.

 

 

Schumann

Na de pauze was het de beurt aan zijn dochter, Anna Fedorova. Zij speelde een van haar persoonlijke favorieten en ook een van de bekendste stukken van Schumann, Carnaval opus 9. Zij ging de muziek op energieke wijze te lijf en had daarbij eveneens gevoel voor de introverte gedeeltes. Schumann’s muziek is berucht om de snel wisselende stemmingen en om zijn twee alter ego’s, de onstuimige Florestan en de introverte Eusebius, die beiden om dezelfde mate van aandacht van de uitvoerende vragen. Dat maakt dat je als pianist muziek moet spelen die vaak van kleur verschiet en waarin een heel scala aan gevoelens en emoties voorbijkomt. Fedorova had hier geen moeite mee, evenmin als met het aartsmoeilijke passagewerk. In ‘Reconnaissance’ was er sprake van een kortstondige geheugenuitval, maar dit loste zij op zo’n professionele manier op dat het nauwelijks opviel. In ‘Paganini’ nam zij een hoog tempo, ‘Aveu’ klonk als een muzikale bekentenis. De afsluitende Marche des Davidsbuender contre les Philistinsmiste ook nu zijn uitwerking niet en werd gespeeld in een steeds versnellend tempo.

 

 

 

Vierhandige toegift

Aan het eind speelden vader en dochter een compositie van Borys Fedorov: Introduction and toccatella, gebaseerd op thema’s van drie Oekraïense liederen. Het klonk melodieus, met hier en daar scherpe randjes en felle forte-uitbarstingen. Er waren gepeperde ritmes en er klonk een verwijzing naar Petrouchka van Stravinsky. Het zorgde voor een geanimeerd slot van een fraai concert!

Willem Boone

 

 

Info:

https://www.davidsbundleracademy.com

You May Also Like

Hooglied versus Goudkoorts – Zuidam en Daniel-Lesur bij het Nederlands Kamerkoor*

Concert voor de vrede: Residentie Orkest speelt Górecki in de Pieterskerk*

Rossini Opera Festival in Pesaro weer ijzersterk voor Rossini-liefhebbers*

Festival Klassiek achter de Duinen – Een avond met Brahms*