Florian Verweij overtuigend in muziek van eigenzinnige, romantische componisten

Florian Verweij, piano. Henselt: Grande Valse op. 30, Berceuse, Scriabin: Selectie uit Preludes op. 16, Sonate nr. 4 in fis op. 30, Mazurka opus 25 nr. 4 in es, Mazurka op. 40 nr. 2 in fis, Morceau op. 59 nr. 1, Vers la flamme op. 72, Schumann: Sonate nr 1 in fis opus 11. Gehoord: Waalse Kerk, Amsterdam, 10 mei 2026

Door Willem Boone

 

Hofpianist van de tsaar

Het is altijd aardig om tijdens een recital (deels) minder bekende muziek te horen. Het is nog aardiger als die onbekende stukken samen met bekende(re) composities onder een noemer te brengen zijn. ‘Ik wilde muziek van eigenwijze, romantische geesten spelen’, vertelde pianist Florian Verweij na afloop van zijn recital. Vanuit dat perspectief bezien bleken Von Henselt, Scriabin en Schumann aanzienlijk meer raakvlakken met elkaar te hebben dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Het onbekende gedeelte gold in ieder geval de twee stukken van Adolf von Henselt, waarmee het recital opende. Hij werd amper een paar jaar na Mendelssohn, Schumann, Chopin en Liszt geboren en zoals de meesten van hen was hij een uitstekend pianist. Tijdens zijn concertreizen kwam hij in aanraking met de dochter van de Russische tsaar, die hem financieel ondersteunde. In 1838 vestigde hij zich in Sint-Petersburg, op uitnodiging van tsaar Nicolaas 1. Hij werd zelfs benoemd tot hofpianist. Doordat hij werd gekweld door faalangst, trok hij zich terug van het podium en ging hij meer lesgeven.

 

 

In feite legde hij de grondslag voor de beroemde Russische pianoschool en vormde een inspiratiebron voor Anton Rubinstein. Deze speelde een belangrijke rol bij de oprichting van het conservatorium van Sint-Petersburg. Von Henselt had grote handen die ervoor zorgden dat akkoordbrekingen en grote sprongen geen probleem voor hem vormden. Hij heeft veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de (virtuoze) pianotechniek, waar zelfs Liszt bewondering voor had (Informatie ontleend aan de programmatoelichting van Willem Brons). Von Henselt bewonderde op zijn beurt de muziek van Chopin, wat goed hoorbaar was in de Grande Valse op. 30. Ook hier was sprake van romantisch idioom. De Wals was bovendien behoorlijk uitgebreid van structuur, langer dan die van Chopin. In de Berceuse werd duidelijk dat Von Henselt inderdaad een groot virtuoos geweest moet zijn. Het stuk was meerstemmig geschreven en ademde een dromerige sfeer uit. Zo werd het ook gespeeld. Het was in alle opzichten een interessante opening van dit recital.

 

 

Vroege en late Scriabin

In de vroege pianomuziek van Scriabin is eveneens de invloed van Chopin te bespeuren. Op die manier sloot de Mazurka op. 25 nr. 4 goed bij de muziek van Von Henselt aan. Eigenlijk wordt veel pianomuziek van Scriabin ook niet veelvuldig uitgevoerd, zodat er al net zo goed sprake van ‘minder bekende muziek is.’ Dat geldt zeker voor zijn Mazurka’s en Preludes. In zijn vroege muziek heeft Scriabin een herkenbaar romantische, soms bijna ‘bedwelmende’ stijl. In de Prelude op.16 nr. 1 in b trof de mooie, verstilde sfeer. De Prelude op.16 nr. 2 in gis was vol van klank. Vooral in de Prelude opus 16 nr 3 in ges viel het geconcentreerde spel van de pianist op. Stuk voor stuk vormden deze korte composities fraaie miniaturen. De Vierde sonate in fis op. 30 is bekender bij het grote publiek en vormt de grens tussen de drie voorafgaande, romantische en post-Chopiniaanse sonates en de zes volgende sonates, die steeds esoterischer en ijler van karakter worden. Verweij werkte in het Prestissimo volando toe naar een stevige, maar gelukkig niet te luide climax toe. Ten slotte volgden er nog enkele stukken uit Scriabins laatste periode, waar zijn stijl soms bijna ongrijpbaar wordt. Dat gold bijvoorbeeld voor het Morceau op. 59 nr 1 en in nog sterkere mate voor Vers la flamme op. 72. Verweij gaf deze demonische muziek met een fel toucher weer.

 

 

De ‘humeuren’ van Schumann

Lang niet iedereen houdt van Schumann is mij al vaak opgevallen. Veel muziekliefhebbers vinden zijn muziek te fragmentarisch, verbrokkeld en missen de grote lijn. Dat is waar, maar dat bepaalt voor andere liefhebbers juist de charme van deze muziek: de snel wisselende, zeer contrasterende ‘humeuren’ hebben iets onmiskenbaar meeslepends. Daar zijn onder zijn vroege pianowerken voorbeelden te over van: Papillons, de Davidsbündlertänze, Carnaval, Kreisleriana, Humoreske. Soms waagde Schumann zich aan de grote vormen en dat deed hij niet altijd met even veel succes. Bij de Fantasie op. 17 werkte het goed, maar bij zijn drie Strijkkwartetten, Symfonieën, Eerste en Derde pianosonate (de Tweede pianosonate is coherent van structuur!) pakte het minder goed uit. De Eerste pianosonate in fis op. 11 kent een aantal prachtige momenten, maar ook dit stuk komt verbrokkeld over door veel invallen en zeker in het eerste, derde en vierde deel door de nodige herhalingen. Er is dus een pianist voor nodig met een stevige greep op de materie die zoveel mogelijk de wankele structuur bij elkaar moet zien te houden. Daarnaast is het door de weerbarstige pianistiek ook razend moeilijk om uit te voeren. Wat mij betreft lukt het zeker niet elke pianist om op deze sonate zijn of haar stempel te drukken, maar Verweij kwam daarin een heel eind.

 

 

Hij zette de lange introductie van het eerste deel, un poco adagio, met een diepe klank in. Daarbij viel trouwens op dat de bassen van de vleugel soms dof klonken. Het Allegro vivace speelde de pianist in een levendig tempo, met mooie tussenstemmen in de linkerhand. Het korte tweede deel met de intrigerende titel Senza passione, ma espressivo vormde, juist na de hoog oplaaiende hartstocht van het begindeel, een welkom rustpunt. In het derde deel, Scherzo e Intermezzo hield hij de beweging licht. Met twee intermezzo’s is dit deel een voorbeeld van Schumann’s soms redundante stijl. Ook in het lange vierde deel, Allegro un poco maestoso hield hij een overtuigend pleidooi voor deze sonate. Schumann schrijft vaak grote akkoorden voor, wat niet altijd gemakkelijk moet zijn voor deze pianist, die niet over hele grote handen beschikt. Hij loste dit steeds kundig en smaakvol op. Het zorgde voor een overtuigend slot van een origineel recital!

Willem Boone

 

Info:

https://dewaalsekerk.nl/muziek

Op donderdag 14 mei speelt toppianist Paul Lewis in de Waalse Kerk!

You May Also Like

Een Engelse avond met een geweldige Britse altviolist

Pianist Alexander Malofeev is een van de allergrootsten van dit moment

Componiste Martines verliest duidelijk van Moore

Nadja en Sara plusplus zetten het Muziekgebouw op zijn kop