Händels Flavio voorbeeldig in NTR ZaterdagMatinee

Georg Friedrich Händel: Flavio, re de’ Longobardi, HWV 16. Concerto Köln o.l.v. Benjamin Bayl. Julia Lezhneva (Emilia), Max Emanuel Cenčić (Guido), Rémy Brès-Feuillet (Flavio), Yuriy Mynenko (Vitige), Sonja Runje (Teodata), Zachary Wilson (Lotario), Stefan Sbonnik (Ugone). Gehoord: 8 november 2025, NTR ZaterdagMatinee, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam*
Door Peter Schlamilch
Wat is Händel toch soms een onbeholpen componist, als je heel eerlijk bent: de auteur van de mooiste aria’s en duetten uit de Westerse beschaving, zoals Xerxes’ Ombra mai fu en Son nata a lagrimar uit Giulio Cesare (maar nog veel meer), instrumenteerde zijn orkestwerken vaak zó knullig-traditioneel dat de klank ervan na een uur gaat vervelen, en na twee uur irriteren. Leg Händels partituren eens naast die van Bach en de enorme intellectuele maar ook puur muzikale afstand tussen de twee valt direct op – en dan te bedenken dat als Bach niet toevallig óók geboren was in 1685, net als Händel dus, laatstgenoemde de absolute koning van de barok zou zijn geweest.

Langdradige kwartieren
In Händels partituren valt direct op dat de eerste en tweede violen heel vaak hetzelfde spelen, of in parallelle tertsen of octaven (waarom?), dat de altviool heel vaak zwijgt (waarom?) en dat de houtblazers niet alleen heel spaarzaam bezet zijn, maar ook nog vaak zwijgen, en áls ze dan spelen meestal de strijkers verdubbelen (colla parte). Ik weet het, ik verklap hier geen grote geheimen – Händel volgde de toenmalige norm van Corelli, Vivaldi en Purcell en juist Bach was de grote uitzondering. Bovendien was in Bachs omgeving, Leipzig, de speelcultuur veel verder ontwikkeld dan in Londen, maar toch. En er is nog iets: Händel had niet de gave om van elke aria of duet iets geniaals te maken, en dat wist hij: hij verdeelde zijn genialiteit, heel slim, evenredig binnen zijn werken, zodat er soms ‘heerlijke minuten voorbijkomen, afgewisseld met langdradige kwartieren’, zoals Rossini ooit over Wagner zei.
Simpele harmonieën
Hoe het ook zij, in de uitvoering door Concerto Köln onder leiding van Benjamin Bayl klonk Händels Flavio vrijwel voorbeeldig: veelal uitmuntende zangers en een vlekkeloos orkest, vlotte tempi en goed gezongen recitatieven, hoewel ook daar Händels kracht niet lag. Daarnaast werd er ook nog lekker geacteerd, zodat we het krankzinnige verhaal nog beter konden volgen – krankzinnig, omdat het geen historisch drama is, maar een bijna compleet verzonnen barok liefdesdrama tegen een exotisch-historische achtergrond, zij het gebaseerd op enkele vage historische feiten. Het maakt ook allemaal niet uit, want Händel vormt, zoals bekend, zijn opera’s als eindeloze aaneenschakelingen van aria’s (vrijwel altijd A-B-A), soms afgewisseld met een duet en nog zeldzamer met een koor, en altijd in vrij simpele harmonieën. Het koor was overigens in deze uitvoering weggelaten, misschien om kosten te besparen, maar dat was ook helemaal prima: die ene minuut werd uitstekend en ook zinvol overgenomen door het flinke solistenensemble.
Vrije glans
Dit concert in de NTR ZaterdagMatinee maakt deel uit van een langere serie Flavio’s van Concerto Köln, waarvan de meeste geënsceneerd zijn, en dat is te merken: de zangers acteren ook in deze concertante uitvoering dat het een lust is. Na een felle, goed gespeelde ouverture zong de Kroatische mezzosopraan Sonja Runje (Teodata) een warme en ronde hofdame, ofschoon haar stem maar net over het orkestje heen kwam, hoewel ik moet erkennen dat de Keulenaren vaak op (te) volle kracht speelden, misschien omdat de balans was afgestemd op de theatervoorstellingen die ze dus ook spelen. De Russische coloratuursopraan Julia Lezhneva was een zeer expressieve Emilia, die de grote emotionele stemmingswisselingen van haar personage prachtig weergaf, hoewel dat effect nog versterkt zou zijn geweest door niet steeds te buigen bij het vele applaus dat ze kreeg: dat breekt de rol. Haar stem is meestal beeldschoon, maar soms drukt ze net iets te veel in de hoogte om de vrije glans, die ze daaronder heeft, te behouden, en dan worden sommige noten wat kelig en kaal. Omdat ze vrijwel elke noot van blad las was het contact met het publiek helaas minimaal.
Eindeloos gezeur
De wereldberoemde Kroatische countertenor en toneelregisseur Max Emanuel Cenčić zong een uiterst virtuoze Guido, en kreeg in zijn eerste aria, over de kalme gelukzaligheden van de liefde, een merkwaardige, want uiterst pittige begeleiding mee van Händel, die Cenčić echter uitstekend en rolvast interpreteerde. Hij tekende ook voor de regie, die we weliswaar niet in volle glorie te zien krijgen, maar waarvan de resten in de personenregie van alle zangers erg nieuwsgierig maakten. Zelf speelde hij uitmuntend.
De Amerikaanse bariton Zachary Wilson beviel me het meest: hij bracht zijn Lotario zonder veel overdrijving, met een edel en toch bijtend geluid en een spanning die recht door de zaal sneed, en sterk deed denken aan de woedende Graaf uit Mozarts Nozze. Ik zou graag zijn Don Giovanni horen, die hij 14 november as. in Wuppertal voor het laatst gaat zingen: gaat dat zien, want hij speelt en zingt fenomenaal, en alles uit het hoofd – eigenlijk een must, hoewel helaas lang niet alle zangers dat deden. Wel sterk overdreven acterend, maar daarom juist heel leuk, was de Franse countertenor Rémy Brès-Feuillet die zijn personage, koning Flavio, zo verwijfd en schutterig (maar schitterend gezongen) neerzette dat hij de lachers op zijn hand had, en terecht: Händel moet dit zo bedoeld hebben, want het eindeloze gezeur over al die hofintriges ging waarschijnlijk ook hem vervelen.

Benjamin Bayl
De Nederlands-Australische dirigent Benjamin Bayl leidt helder en overtuigend, maar doet geen poging om Händels wat monochrome partituur te verlevendigen of op te fleuren: hij laat de noten voor zich spreken, wat een nobel uitgangspunt is, hoewel zijn Flavio best wat meer kleurverschillen en dynamische contrasten kan gebruiken. Net als Bach schreef Händel nauwelijks dynamische aanwijzingen op, en die noodzaak was er ook niet: hij leidde immers alle voorstellingen altijd zelf en gaf daarbij de dynamiek zelf aan. Dat betekent echter niet dat er destijds geen volume was – natuurlijk zal Händel in zijn voorstellingen het ‘hard en zacht’ net als Mozart, Verdi en Wagner expressief gebruikt hebben, maar dat kwam er bij Bayl niet helemaal uit. De uitvoering was zeker ‘dieper’ en gelaagder geworden met meer dynamische contrasten, hoewel het ensemble uitstekend speelde, daar niet van. Het continuo, met, naast de cello, maar liefst twee toetseninstrumenten en twee tokkelaars (zag ik daar nou heel even een barokgitaar?), was wél verrassend veelzijdig en expressief – een genot om te horen. De afscheidsaria van Emilia werd wel heel gevoelig begeleid. Yuriy Mynenko (Vitige) en Stefan Sbonnik (Ugone) zongen meesterlijk, waarmee de NTR ZaterdagMatinee het Nederlandse publiek een bijna voorbeeldige uitvoering heeft voorgeschoteld in de vorm die wat mij betreft prima voldoet voor Händel-opera’s: concertant.

Meer info: NTR ZaterdagMatinee
* Deze recensie betreft de live-versie in de zaal. De concertregistratie kan, door de opnametechniek, uiteraard afwijken.