La Fonte Musica brengt Orfeo beeldschoon tot leven, na een politiek statement over Podiumkunsten

Museumlezing door Paul Schnabel. L’Orfeo van Monteverdi met Mauro Borgioni als Orfeo. La Fonte Musica o.l.v. Michele Passoti. Gehoord: 31 augustus 2025, Vredenbug Utrecht i.s.m. FOM.
Door Suus Blanke
Podiumkunsten en politiek
Tijdens de weekenden van het Festival Oude Muziek (FOM) te Utrecht vindt er voorafgaand aan het avondconcert een lezing plaats in het kader van het hoofdthema Early Music als -wel of niet? – Museumkunst. Op zondagavond 31 augustus 2025 was het de beurt aan socioloog, politicus en voormalig directeur van het sociaal cultureel planbureau professor Paul Schnabel. Op een projectiescherm kreeg het publiek een zeer helder overzicht inzake in welk politiek klimaat Nederland zich bevindt wat betreft kunst en cultuur. Het werd duidelijk dat klassieke muziekminnende Nederlander alle partijprogramma’s goed moet bestuderen, eer zij hun keuze maken in het stemhokje tijdens de komende verkiezingen op 29 oktober 2025.

Hoewel Winnie Sorgdrager in 2024 nog zei dat Cultuur een regeringszaak is, hangen vandaag de dag een aantal partijen de gedachten uit 1852 van Thorbecke aan ‘dat de regering geen oordelaar van kunst en wetenschap moet zijn’. M.a.w: Ze willen geen geld aan kunst en cultuur besteden. Volgens Paul Schnabel heeft Winnie Sorgdrager een uitstekend boekje geschreven met de titel Zuurstof van de Samenleving waarin ze betoogt dat cultuur wél een regeringszaak moet zijn. Dit boekje is in het laatste nummer van 2024 in De Nieuwe Muze door Paul Janssen besproken en volgens Paul Schnabel zou het boekje van Sorgdrager door heel kunstminnend Nederland gelezen moeten worden. Want Nederland neemt wat betreft het susidiëren van cultuur op dit moment de twintigste plaats in Europa in, met een besteding van 0,7% BBP, en spandeert daarmee nog niet de helft aan Kunst en Cultuur van wat daar in andere Europeese landen aan wordt uitgegeven. Onder cultuur worden ook bijvoorbeeld als de bloemencorso en de fanfare verstaan, waar ook een deel van de subsidie naar toegaat. Natuurlijk krijgen musea veel geld, waardoor er van het totale budget van 600 miljoen voor Kunst en Cultuur nog 90 miljoen op jaarbasis overblijft voor de podiumkunsten, wat evenveel is als de jaarlijkse, door het rijk gefinancierde begroting van ons koningshuis. Daarom zijn gemeentelijke subsidies en fondsen onontbeerlijk geworden voor de podiumkunsten, als b.v. voor Festival Oude Muziek in Utrecht.

Klassieke muziek en het getal
Luisteraars naar klassieke muziek zijn hoger opgeleid, hebben een hoger inkomen, een hogere leeftijd en een hoge waardering voor muziek (8). NPO Klassiek heeft een marktaandeel van 1.6 % tegenover NPO 2 (13%). Een ontdekking was dat er meer wordt geluisterd door mannen dan door vrouwen. Dus het aangenomen idee dat de vrouw alle concerten regelt en de man mee hobbelt kan volgens Paul Schnabel de prullenbak in.
Per jaar worden er 4300 concerten gegeven in de sector, waarvan gemiddeld een kwart in Amsterdam plaatsvindt en de rest in Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Het aantal concerten in de overige delen van ons land leek dus verwaarloosbaar. De podiukunsten spelen zich dus voornamelijk af in de Randstad, wat ik een treurige constatering vond. Deze 4300 klassieke concerten staan tegenover 17.500 popconcerten die gemiddeld 9,2 miljoen bezoekers ontvangen, terwijl 1,8 miljoen bezoekers klassieke muziek beluisteren. Deze 1,8 miljoen lijkt 10% van de bevolking, maar is in werkelijkheid is het veel minder omdat één persoon gemiddeld 4 keer per jaar een klassiek concert bezoekt. U hoeft niet eens te rekenen om te constateren dat een klassiek concert voor de Nederlandse staat heel erg duur is, want 93% van de totale subsie die verdeeld wordt over muziek op het podium is bestemd voor de klassieke muziek en slechts 7% gaat naar de popmuziek, die significant meer bezoekers krijgt. Het meeste geld voor klassieke muziek gaat naar de opera, omdat deze kunstvorm de allerduurste podiumkunst is, i.v.m. lange instudeertijd, decors, kostuums, rekwisieten etc. Terwijl er in Nederland nog slechts drie operagezelschappen bestaan (tegenover gemiddeld veel meer in het buitenland) is opera in Nederland kennelijk zeer geliefd, want er vinden in ons land maar liefst 2500 operavoorstellingen plaats.

Orfeo
Eén van deze 2500 opera-uitvoeringen werd tot stand gebracht op de derde avond van het Festival Oude Muziek (FOM) in de uitverkochte grote zaal van Vredenburg te Utrecht. In het kader van de Museumkunst was gekozen voor één van de allereerste opera’s die geschreven zijn: L’Orfeo (1607) van Claudio Monteverdi (1567-1643). Het Griekse mythologische verhaal over Orfeo et Euridice is in de eeuwen na Monteverdi vaker op muziek gezet, want het verhaal heeft een eeuwigheidswaarde en past daardoor prima in de museumgedachte, waarin mythologieën én oude muziek gezien (kunnen) worden als waardevol cultureel erfgoed. Gelukkig doet de kwaliteit van de muziek van Monteverdi niet onder voor de kwaliteit van de mythologie, dus pastten beiden prima in het thema van het Festival.

Het fantastische van muziek en (de dure podiumkunst) opera is, dat dit tragische liefdesverhaal altijd weer op een nieuwe manier tot leven kan worden gewekt. Hiervoor was het ensemble La Fonte Musica o.l.v. Michele Pasotti uitgenodigd, die vooral zijn gespecialiceerd in laat middeleeuwsemuziek, waarvoor zij liedteksten nauwkeurig analyseren en in hun historische context bestuderen. Monteverdi is voor dit ensemble dus zeer modern, maar zij wisten deze opera verfijnd en boeiend uit te voeren. Het ensemble had voor dit gebeuren een keur aan zangers aangetrokken, die zowel solistenrollen zongen als, wanneer ze geen solopartij hadden, zich voegden bij het koor. Dat zorgde er wel voor dat de éne zanger nu eenmaal wat beter met zijn of haar solorol uit de voeten kon, dan de ander.

Omdat de zangers alle partijen uit hun hoofd zongen bleef er ruimte over voor (soms grappige) mimiek en enig acteer werk. Er werd heen er weer gelopen, het podium op- en afgegaan, op de grond geknield en over stoelen gehangen. Net genoeg om geen stijve concertante uitvoering te zijn. Helaas was de minste acteur de hoofdrolspeler Orfeo, die als een stijve hark, zonder lier maar met goudgestikte ornamenten op zijn zwarte vestjasje, over het podium bewoog. Waarschijnlijk had Mauro Borgioni last van zenuwen, want na de pauze kwam hij, gedragen door het publiek, helemaal los. Misschien ook omdat hij in het laatste uur de langste partijen moest zingen, maar na afloop was Borgioni zeer geroerd en nam met zijn hand op zijn hart afscheid van het publiek dat langdurig applaudiseerde en hun waardering bevestigde met veel geroep en gefluit.

Eeuwigheidwaarde en toch altijd nieuw
Orfeo werd begeleid door strijkers, theorbe, een tripple harp, klavecimbel, orgel en percussie, terwijl er werd geblazen op blokfluiten, zink, trompet, trombone en dulciaan. Allen kopieën van instrumenten uit vroegere tijden, waarop opvallend zuiver werd gespeeld. Het was geen authentiek groot orkest zoals bij de Nederlandse Opera (DNO), die in het verleden een prachtige L ‘Orfeo heeft gecreëerd in de bezielende regie van de onlangs overleden Pierre Audi. Het is niet eerlijk hier een vergelijking mee te maken, aangezien DNO waarschijnlijk veel meer subsidie krijgt en een andere werkmethode heeft. Bovendien kende Monteverdi in zijn tijd helemaal geen concertzalen en opera-instellingen, en waarschijnlijk ook geen grote orkesten. Zijn opera L’Orfeo op een libtretto van Alessandro Striggio werd voor het eerst uitgevoerd op 24 februari 1607 door Accademia degli Invaghiti in het hertogelijk paleis van Mantua.

Aan het begin van de zeventiende eeuw stelden jonge componisten als Monteverdi het woord (oratione) boven de muziek (armonia), oftewel de poëzie en zijn metrum boven de muzikale compositie, waarmee het ideaal ontstond dat muziek voortkomt uit de structuur en de emoties in de tekst. Het interessante is dat Monteverdi in zijn tijd niet voor een Bijbelse tekst koos, maar voor een veel ouder verhaal uit de Griekse mythologie, waarbij ook aan het verhaal gesleuteld werd om de opera aangenamer te kunnen laten eindigen omwille van de betalende broodheer en toeschouwer. Anno 2025 kennen wij geen operauitvoeringen meer in paleizen, maar als we de opera L’Orfeo als een museumstuk met eeuwigheidswaarde willen zien (inclusief de aangepaste tekst van de originele Griekse mythe), dan is het mooi dat dit oeroude liefdesverhaal telkens weer op een andere (muzikale) wijze tot leven kan worden gewekt, afhankelijk door wie en in welke tijd het op een podium wordt gebracht.
Suus Blanke

Info:
De uitvoering van L’Ofeo door La Fonte Musica kan worden teruggekeken via EMTV:
La Fonte Musica is Artist in residence bij het FOM en zal op zondag 7 september 2025 om 15.00 een concert geven in de Pieterskerk te Utrecht:
Website Festival Oude Muziek:
Website La Fonte Musica:
https://lafontemusica.com/en/ensemble-2/
Website Mauro Borgioni: