Staatstheater Stuttgart: fantastich gezongen Barbiere di Siviglia

Gioachino Rossini – Il barbiere di Siviglia. Staatsorchester Stuttgart o.l.v. Vlad Iftinca. Alberto Robert (Graaf Almaviva), Giulio Mastrototaro (Bartolo), Claudia Muschio (Rosina), Björn Bürger (Figaro), Jaewoung Lee (Basilio), Laura Orueta (Berta) e.a Regie: Beat Fäh. Gehoord: 6 juli 2026, Staatstheater, Stuttgart
Door Peter Schlamilch
Sommige voorstellingen zijn zo populair dat ze lang blijven lopen, zo ook deze geliefde Barbiere uit 1993 in de regie van Beat Fäh – ik bezocht de 159e voorstelling, en die liep nog behoorlijk soepel, hoewel ik soms het idee had dat het origineel vlotter zal zijn geweest. Veel zangers hebben deze voorstelling de laatste decennia gezongen, onder wie een jonge Jonas Kaufmann, zo rond de eeuwwisseling.

Voortreffelijk zanger
De tempi van dirigent Vlad Iftinca, die pianist aan de Staatsoper is, waren vaak wat aan de trage kant en de orkestklank was eerder zwaar en statisch dan lichtvoetig en snel, zoals je bij Rossini zou verwachten, en een tikje te sterk voor de slanke stem van de Mexicaanse tenor Alberto Robert, die zijn Graaf Almaviva maar met moeite de hoogte in kreeg. Ook de fantastisch zingende Duitse bariton Björn Bürger (Figaro) wilde duidelijk sneller dan de dirigent, maar schikte zich uiteindelijk met zijn prachtige stem en dito hoogte in zijn lot – hij is misschien eerder een Scarpia dan een Rossini-zanger dus had van het fors spelende orkest geen last: hij vulde de zaal met gemak, zeker omdat hij naast een voortreffelijk zanger ook een zeer komische acteur is.

Donderende Basilio
Bij aanvang doet het decor, bestaande uit zwarte doeken, het ergste vrezen, maar Rosina, heerlijk en pittig gezongen door de Italiaanse (dat hoor je meteen) sopraan Claudia Muschio, trekt ze al snel naar beneden, waardoor we zicht krijgen op een eenvoudig, maar suggestief saloninterieur met Escher-achtige verdraaiingen. Muschio zingt prachtig en soepel, speelt heel verleidelijk en komisch, heeft alle coloraturen met gemak op zak en maakt veel en leuk contact met het publiek – een heerlijke zangeres. Ook dr. Bartolo, geweldig gezongen door de Italiaanse (ook dat hoor je meteen) bariton Giulio Mastrototaro, maakte veel indruk: een prachtige, volle en ronde stem, edel en dragend, met veel overwicht en komisch acterend, net als Jaewoung Lee, die een fantastische, donderende Basilio de zaal in slingerde, hoewel de dirigent ook hier weinig vaart maakte. Het slotsextet is wat statisch, de belichting weinig inventief maar de kleding is prachtig.

Articulatieve finesses
Na de pauze lijkt alles soepeler te gaan: de voorstelling komt meer tot leven – de dirigent heeft duidelijk wat verzoekjes van de zangers gekregen. De tempi worden vlotter, de muziek begint te stromen en het orkest ontspant meer en klinkt wat lichtvoetiger dan daarvoor. Toch ontbreken nog steeds Rossini’s kenmerkende dynamische en articulatieve finesses bij de dirigent. De Spaanse mezzo Laura Orueta zingt haar Berta-aria uitstekend: een uitzonderlijk mooi en warm geluid met goede dictie en veel expressiviteit. De regie blijft gelukkig steeds dicht bij het oorspronkelijke verhaal, is soms wat karikaturaal, maar dat hoort wel een beetje bij deze opera – nergens een spoor van regietheater (want dat hadden we in 1993 nog niet): wat een verademing. De finale (met 6 blazers op het toneel) verloopt vlot en soepel en de zang is mooier dan ooit op deze avond, en er werd al zo mooi gezongen! Een geslaagde, heldere voorstelling met allemaal topzangers, die echter een wat vlottere dirigent verdienen.
Peter Schlamilch

Meer info: staatsoper-stuttgart.de