Te aardse Schumann door celliste Julia Hagen en het Residentie Orkest o.l.v. Pablo González

Residentie Orkest o.l.v. Pablo González m.m.v. Julia Hagen, cello. Willem Jeths: Suite uit ‘Ritratto’, Schumann: Celloconcert in a, op. 129, Dvořák: Symfonie nr. 9 in e, op. 95 ‘Uit de Nieuwe Wereld’. Gehoord: 29 november 2025, Concertgebouw, Amsterdam

Door Wenneke Savenije

 

Wisselende indruk

Het kan verkeren…. Deze lijfspreuk van de Nederlandse dichter en toneelschrijver Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1885 -1518), gaat soms ook op in de muziek. Want hoe te verklaren dat ik nog maar een paar maanden geleden heel enthousiast was over de vertolking van Elgars Celloconcert door de jonge Duitse celliste Julia Hagen (1995) met het Concertgebouworkest Young o.l.v. Elim Chan (zie https://denieuwemuze.nl/julia-hagen-is-geboren-voor-de-cello/ ), terwijl ik nu maar matig te spreken ben over haar recente uitvoering van het Celloconcert van Schumann met het Residentie Orkest o.l.v. Pablo González? Beiden concerten vonden plaats in de Grote Zaal van het Concertgebouw, onder leiding van inspirende dirigenten met bevlogen musicerende orkesten. Daar lag het dus niet aan. Heb ik afgelopen zomer niet goed opgelet, of heeft Hagen gewoon meer ‘feeling’ met Elgar dan met Schumann?

 

 

Impact

Omschreven als ‘een van de nieuwe sterren aan het cellofirmament’, heeft Hagen al aardig wat wapenfeiten op haar naam staan. Ze groeide op in Salzburg, waar ze zich als peuter graag verstopte in de cellokist van haar vader Clemens Hagen, cellist van het befaamde Hagen Quartet. Haar moeder is altvioliste, die samen met haar vader speelde in het in 2003 door Claudio Abbado opgerichte Lucerne Festival Orchestra. Zo was ze van jongs af aan omringd door muziek.  Inmiddels won ze de nodige prijzen en deed ze al ervaring op met toporkesten als de Wiener Philharmoniker. Hagens belangrijkste leraar Heinrich Schiff, die overigens ook de leraar van haar vader was, leerde haar op haar cello te zingen én ‘spreken’, waarbij het zoeken naar een optimale balans tussen de muzikale structuur en persoonlijke vrijheid voorop moest staan. Over Hagens uitvoering van Elgars Celloconcert in e, op. 85 (1919) schreef ik in augustus: ‘Hagen heeft Schiff goed begrepen, want elke frase borrelde op uit een organische verbinding tussen Elgars droefgeestige noten en de reflectie daarop van haar eigen gemoed, zodat ze haar unieke persoonlijke verhaal vertelde in de zwaarmoedige geest van de componist die, teleurgesteld over de verscheurde wereld waarin hij leefde vlak na de Eerste Wereldoorlog, in dit concert uiting gaf aan zijn verdriet en verlangen naar schoonheid. Hagens volle cellotoon klonk warm, diepgravend en bezonken, haar gestroomlijnde interpretatie was volkomen oprecht en sprak rechtstreeks tot het hart.’ En nu speelde Hagen met diezelfde warme en volle toon Schumanns Celloconcert in a, op. 129 (1850), geschreven in een koortsachtige inspiratiedrift om uiting te geven aan zijn liefde voor Clara, en het deed me nagenoeg niets. Hoe kan dat?

 

 

Te aardse Schumann

Beide concerten zijn lyrische, diep persoonlijke, autobiografische ‘ontboezemingen in klank.’  Gevoelens van rouw, nostalgie en verlies, onderbroken door emotionele erupties, karakteriseren het net na de Eerste wereldoorlog gecomponeerde Celloconcert van Elgar. Melancholie, tedere lyriek en innerlijke stormen typeren het meer introverte Celloconcert van Schumann. Elgar kijkt terug, Schumann kijkt naar binnen. Elgar schreef ‘een elegie voor een verdwenen wereld’, Schumann verklankte een intieme binnenwereld vol tederheid en breekbaarheid. Om Schumanns verinnerlijkte wereld recht te doen neigen cellisten naar een lyrisch-poëtische benadering met de focus op rubato, zachte overgangen en intimiteit (Jacqueline du Pré, Steven Isserlis, Kian Soltani), of juist naar een dramatisch-symfonische met de focus op meer dramatiek, ritmische scherpte en structurele samenhang van de in elkaar overlopende delen (Rostopovitsj, Heinrich Schiff, Alisa Weilerstein). In navolging van haar voormalige leraar koos Hagen duidelijk voor de tweede optie, met als resultaat dat ze over de hypergevoeligheden van Schumann heen walste, zonder uitdrukking te geven aan zijn innerlijke strijd. Ook nu weer maakte haar spel een organische indruk, zong haar cello met een warme en volle toon en ging ze professioneel en vol vertrouwen in dialoog met het orkest. Maar er ontbrak iets. Haar benadering van Schumann was te aards om recht te kunnen doen aan zijn sensitieve binnenwereld, zijn angstige dromen en onrustige verlangens. Het was een beetje alsof ze als een olifant door de fragiele porseleinkast van Schumanns innerlijke belevingswereld heen denderde.

 

 

Wat ook niet hielp was haar glitterjurk, die als verpakking van een bonbon niet had mistaan. De gouden lovertjes lichtten voortdurend vrolijk op, wat enigszins de aandacht afleidde van Schumanns innerlijke gemoedsbewegingen. Hagen, die ‘liever intens dan perfect’ speelt, verklankte Schumann best knap, welluidend en gestroomlijnd, maar niet sensitief. Mogelijk moet je meer levenservaring hebben of dieper verdriet hebben ervaren, om Schumanns fijnzinnigheid werkelijk te kunnen doorgronden. Tot besluit speelde Hagen virtuoos en met veel plezier een duet voor twee cello’s van Haydn met Gideon den Herder, eerste cellist van het Residentie Orkest, met wie ze samen gestudeerd heeft.

 

 

Jeths en Dvořák

Voorafgaand aan Schumanns Celloconcert gaf het Residentie Orkest een kleurrijke lezing van de theatrale Suite uit de opera Ritratto (2020) van Willem Jeths, een rijkgeschakeerde, filmische en fraai georkestreerde ‘overview’ van de opera, die in zijn eclectische muzikale rijkdom en toegankelijke sensualiteit direct tot de verbeelding spreekt. Handelend over de excentrieke Italiaanse makiezin Luisa Casati – die haar leven als een kunstwerk zag en aan het begin van de 19e eeuw naaktmodellen goud schilderde, met panters flaneerde met halsbanden om vol diamanten en zo nog veel meer – riep de lekker in het gehoor liggende muziek van Jeths in zijn bijna kitscherige decadentie de waanzin en weelde van haar leven op, een leven vol schoonheid, verval, maskerades en extravagantie. Onder leiding van de temperamentvoll Portugeze dirigent Pablo González, die na de pauze een aardig praatje hield over Dvořáks Symfonie nr. 9 (1892), werd ook deze symfonische tophit ‘Uit de Nieuwe Wereld’ kleurrijk, levendig en geanimeerd gespeeld. Ondanks zijn overbekende melodieën, ritmes en harmonieën, klonk deze zoveelste uitvoering van het meesterlijke stuk verrassend en meeslepend. Het Residentie Orkest stelde zich helemaal open voor de enthousiaste en vurige directie van González, zodat de strijkers fonkelden en zinderden, het koper blonk, de houtblazers schitterden en de Engels hoorn ontroerde met zijn melancholieke solopartij. Het klonk prachtig

Wenneke Savenije

 

Info:

www.concertgebouw.nl

https://www.juliahagen.com/kopie-von-home

 

 

 

You May Also Like

Nadja en Sara plusplus zetten het Muziekgebouw op zijn kop

The Academy of St Martin in the Fields en broers Jussen maken indruk met hecht samenspel

Rietveld Ensemble laat het publiek kamermuziek echt beleven

Raphaël Pichon maakt barokmuziek van vlees en bloed bij KCO