Rossini Opera Festival in Pesaro weer ijzersterk voor Rossini-liefhebbers*

Gioachino Rossini – Le Siège de Corinthe. Orchestra del Teatro Comunale di Bologna o.l.v. Carlo Rizzi. Adrian Sâmpetrean (Mahomet II), Matteo Roma (Cléomène), Vasilisa Berzhanskaya (Pamyra) Maxim Mironov (Néoclès) Simón Orfila (Hiéros) Tianxuefei Sun (Adraste) Giuseppe De Luca (Omar) Anna-Doris Capitelli (Ismène). Regie: Davide Livermore. Gehoord: 17 augustus 2026, Auditorium Scavolini, Pesaro

Gioachino Rossini – L’occasione fa il ladro. Orchestra Sinfonica G. Rossini o.l.v. Alessandro Bonato. Manuel Amati (Don Eusebio), Damiana Mizzi (Berenice), Dave Monaco (Conte Alberto), Matteo Mancini (Don Parmenione), Martiniana Antonie (Ernestina), Giuseppe Toia (Martino). Regie: Jean-Pierre Ponnelle. Gehoord: 15 augustus 2026, Teatro Rossini, Pesaro

Gioachino Rossini – La scala di seta. Orchestra del Teatro Comunale di Bologna o.l.v. Iván López-Reynoso, Enrico Iviglia (Dormont), Hasmik Torosyan (Giulia), Mara Gaudenzi (Lucilla), Alasdair Kent (Dorvil), Iurii Samoilov (Blansac), Paolo Bordogna (Germano), Regie: Damiano Michieletto. Gehoord: 16 augustus 2026, Teatro Rossini, Pesaro

  • Deze recensie is door omstandigheden wat later gepubliceerd dan de bedoeling was.

 

Door Peter Schlamilch

 

 

Het gaat goed met het Rossini Opera Festival (ROF) in Pesaro: 5% meer bezoekers dan vorig jaar, veel bezoekers van over de hele wereld, 157 (!) geaccrediteerde journalisten en drie opera’s live uitgezonden op de Italiaanse radio. Ik snap het wel, want het ROF is bijzonder: niet alleen laat het Rossini’s bekende werken horen, maar ook de minder bekende werken staan regelmatig op het programma, waarmee het Festival het werk levend houdt en daarmee elk jaar weer zijn waarde bewijst.

 

 

La scala di seta

Rossini schreef 39 opera’s, en vooral in 1812, hij was toen 20 jaar, had hij het druk: maar liefst 6 opera’s gingen er toen in première, waarvan er twee tijdens het festival van 2026 gingen: L’occasione fa il ladro (De gelegenheid maakt de dief) en La scala di seta (De zijden ladder), die overigens behoorlijk van kwaliteit verschillen: waar de Gelegenheidsdief vol sprankelende en vindingrijke muziek zit, is de Zijden ladder eigenlijk best middelmatig en soms wat saai, hoewel die mening in het Rossini-hart van de liefhebbers natuurlijk niet algemeen gedeeld wordt. De Ladderwordt dan ook zelden gespeeld, hoewel toevallig nog twee jaar geleden door Opera Zuid, in een niet zo heel afwijkend decor, overigens: een vrij modern interieur met ruime keuken. Maar nogmaals: des te beter dat het ROF ook deze titels blijft programmeren, want de echte liefhebber lust er wel pap van, en er was dan ook veel te genieten, al was het maar om het schitterende Orchestra del Teatro Comunale di Bologna te horen spelen, dat, net als vorig jaar, zijn heerlijke Rossini-cultuur liet horen, ook al is de acoustiek in het prachtige Teatro Rossini verre van ideaal.

 

 

Knappe jonge vrouw

Het decor was leuk en inventief, met een 45-graden spiegelwand boven het toneel waardoor we de vele geheime hoekjes waarin de kluchtige hoofdpersonen zich regelmatig verstopten, van alle kanten konden bekijken: heel slim, ook omdat je zo in de tuin en op het dak kunt gluren, waar de ladder hangt. Helaas had de befaamde regisseur Damiano Michieletto (al in 2009, dit was een reprise) voor een wit, modern interieur gekozen, met een rode IKEA-keuken: natuurlijk verfrissend, maar slecht passend bij een verhaal van een knappe jonge vrouw die in het geheim is getrouwd tegen de wil van haar voogd: in de 19e eeuw misschien heel actueel, maar in onze cultuur ondenkbaar. Ook de running gag met de fictieve deuren was leuk bedacht, maar werd op den duur wat sleets, en sowieso was de voorstelling net te traag om echt hoogkomisch te zijn.

 

 

Energie en spitsvondigheid

De zangers waren wisselend: de voogd Dormont werd geweldig gezongen door de Italiaanse tenor Enrico Iviglia: helder, transparant en altijd pittig en met veel energie. De Armeense sopraan Hasmik Torosyan gaf haar Giulia, het arme, huwbare meisje, veel volume en bijna Tosca-achtige kleuren mee. Ze moest even inkomen, maar voelde zich, naarmate de avond vorderde, steeds beter thuis in haar rol. Het omgekeerde gold voor de knecht Germano, gezongen door de Italiaanse bas-bariton Paolo Bordogna, die duidelijk zijn avond niet had en bij vlagen de noten niet wist te raken. De Australische tenor Alasdair Kent (Dorvil, de geheime minnaar) heeft een mooie maar zeer slanke, wat nasale stem die in het fortissimo maar met moeite boven het orkest uitkomt, maar de Oekraïense bariton Iurii Samoilov zong zijn Blansac, de ‘verkeerde’ echtgenoot, met verve, voluit en sonoor. De Italiaanse mezzo Mara Gaudenzi was een overtuigende en heerlijk zingende Lucilla, het nichtje dat uiteindelijk maar met de bariton trouwt, waardoor alles weer in orde komt. Dirigent Iván López-Reynoso leidde het prachtig spelende Orchestra del Teatro Comunale di Bologna al vanaf de mooie ouverture met raffinement maar ook met de juiste energie en spitsvondigheid, waardoor de avond toch een succes werd.

 

 

L’occasione fa il ladro

Die andere farsa, zoals het korte, luchtige operagenre in het begin van de 19e eeuw heette, L’occasione fa il ladro (hoewel Rossini zijn opera officieel een Burletta per musica noemde), werd een dag eerder opgevoerd, verliep vlotter en had betere vocale kwaliteiten. Ook hier veel liefdesverwarring, met een bruidegom wiens identiteit wordt gestolen en een oplichter die er uiteindelijk achter komt dat de door hem zo zeer begeerde vrouw, die hij slechts kent van een minuscuul portretje, heel iemand anders blijkt te zijn. Rossini’s muziek is hier veel geïnspireerder, vlotter en veel afwisselender dan in La scala, en bovendien zijn overal herinneringen aan Mozarts Figaro, Don Giovanni en Così te horen. Het Orchestra Sinfonica G. Rossini is, hoewel niet van dezelfde kwaliteit als dat van de Bolognezen, goed op dreef en de Veronese dirigent Alessandro Bonato neemt goede, vaak vlotte tempi, heeft een uitstekende timing en is in de lyrische passages vaak heel innig en gevoelig: mooi! Ook alle recitatieven waren spoepel, natuurlijk en grappig – ongetwijfeld mede zijn verdienste.

 

 

Dave Monaco

De jonge, Pesarese bariton Matteo Mancini zong Don Parmenione, de grote oplichter, erg goed, en was zeker in de snelle passages onweerstaanbaar charmant, hoewel hij soms nèt iets achter het orkest aan liep, en in de hoogte zich soms net teveel liet leiden door de taaie acoustiek in het Teatro Rossini. Damiana Mizzi (Berenice) begon wat aarzelend, maar haar moeilijke laatste aria ging uitstekend. De Italiaanse tenor Manuel Amati zong zijn Don Eusebio heel goed en stralend, net als zijn stemgenoot Dave Monaco, die Conte Alberto, de ‘bestolen’ bruidegom, excellent gestalte gaf: zijn stem schittert en flonkert, is slank maar penetrant en sterk en is altijd hoorbaar. Hij heeft geweldige coloraturen maar kan daarnaast ook zeer lyrisch en dolce zingen, zoals in het adembenemend mooi gebrachte liefdesduet. Hij zingt ook intelligent, en houdt zijn zeer lange slotnoten bijvoorbeeld niet ‘gewoon’ fortissimo aan, maar varieert in kleur en maakt dan soms een diminuendo tot slot. Dave Monaco, bijna 30, won de derde prijs in Placido Domingo’s Operalia 2025, en is hard op weg een wereldster te worden: hij beheerst het Belcantorepertoire tot in de perfectie, zoals ook bleek tijdens zijn geweldige solorecital, slechts 2 dagen later. Wàt een zanger.

 

 

Vlot en ongekunsteld

De Roemeense mezzo Martiniana Antonie zong een prachtige en pittige Ernestina, en Giuseppe Toia was een heel mooie en heerlijk spelende Martino, de Leorello-achtige knecht van oplichter Parmenione. De regie van Jean-Pierre Ponnelle was prima: simpel, doeltreffend en gebouwd om snel te kunnen wisselen naar de volgende voorstelling: allerlei doeken gingen omhoog en omlaag, de handeling verliep vlot en ongekunsteld en er werd veel gelachen, zeker om de enorme koffer waar iedereen met gemak in- en uitstapte. Belichting en kleding waren compleet klassiek, wat een dergelijke vergissingsklucht een stuk aannemelijker maakt. Een heerlijke avond.

 

 

Intens en wanhopig

Hoogtepunt van het festival van dit jaar was zonder twijfel de uitvoering van Rossini’s eerste Franstalige opera, Le Siège de Corinthe (hoewel de recitals van Dave Monaco en vooral van Juan Diego Flórez ook grote indruk maakten – zie hieronder). Het Orchestra del Teatro Comunale di Bologna speelde nu op zijn best, gevoelig, retorisch maar ook sterk en intens, met uitstekende individuele prestaties maar ook een mooie, Rossini-achtige strijkersklank – het werd nu sterk geholpen door de prachtige acoustiek van het Auditorium Scavolini, waar de grotere producties van het festival worden gespeeld. De bekende Milanese dirigent Carlo Rizzi, die eigenlijk zijn hele leven in Groot-Brittannië dirigeerde, kon mij echter minder bekoren: zijn hoekige, verticale en frenetieke slag (meestal rechts, soms ook links), met vaak veel te veel onnodige informatie, werd geen moment rond, cantabile of ademend, hoewel hij wel veel energie gaf – hij controleerde het orkest ad extremo en gaf het weinig vrijheid. Gelukkig leken de fantastische zangers er weinig last van te hebben, en ook het openingskoor klonk niet alleen vol en sonoor, maar regisseur Davide Livermore had voor deze nieuwe productie kennelijk ook hoog ingezet op de personenregie: zelden zag ik een koor zo intens en wanhopig kijken als hier: heel mooi.

 

 

Veel volume en tederheid

Ook de decors en kleding waren prachtig en imposant: grote Griekse zuilen vulden het toneel, en op een enorm scherm werden prachtige beelden van Griekse landschappen vertoond: omdat die vrijwel constant zichtbaar waren werd het na verloop van tijd wel wat veel en voorspelbaar, maar echt storen ging het niet omdat ook de protagonisten sterk acteerden en de aandacht naar zich toe trokken. De Italiaanse tenor Matteo Roma vertolkte een uitstekende Cléomène, de gouverneur van Korinthe, en de Russische tenor Maxim Mironov was krachtig en volumineus als Néoclès, de strijder aan wie de gouverneursdochter is beloofd (maar die verliefd is op de vijand): zijn stem is beeldschoon en zijn voordracht meeslepend, met vele spinto-kwaliteiten. Zijn geliefde Pamyra werd sterk en innemend gezongen door de Russische sopraan Vasilisa Berzhanskaya, afgelopen jaar nog expressief en warm te zien in een Amsterdamse I Capuleti e i Montecchi. Ook nu trad ze groots en volumineus op, met een sterke uitstraling en met, inderdaad (Romeo!) een mezzo-achtige, donkere bijklank: prachtig. De aria van Ismène, heerlijk gezongen door de mezzo Anna-Doris Capitelli, afkomstig uit het midden-Italiaanse Sora, was weergaloos, perfect van schoonheid en techniek, met veel volume maar evenzoveel tederheid: wat een stem.

 

 

Waardige toevoeging

Adrian Sâmpetrean, ook al sterk in Amsterdam te horen (Anna Bolena), zong een Amerikaans-maffiose Mahomet II en deed dat overtuigend en indringend, ook al was hij wellicht iets te lyrisch voor deze grote ruimte en Rossini’s lage noten. Het mannenkoor dat hem begeleidde zong zeer sterk en met een inzet die recht uit het hart kwam – de doodenge psychopaat die ertussen stond maakte de scène werkelijk griezelig-overtuigend, hoewel in de rest van de opera opvallend veel gestileerde, melodramatische gebaren voorkwamen, die waarschijnlijk het ‘Griekse’ karakter moesten onderstrepen. Het libretto is vaak wat standaard – de zoveelste dochter die moet kiezen tussen liefde en patriottisme – maar Rossini’s muziek is vanaf de eerste maat meeslepend en dramatisch: wat een verschil met de componist van de vrolijke farse die we eerder hoorden, hoe leuk ook. De regie beviel me goed, en de vele freezes die erin voorkwamen waren uiterst effectief, hoewel we de selfies en de mobiele telefoontjes nu wel zat zijn op het toneel. De zeer lange balletten, destijds een sine qua non voor het Parijse publiek, waren prachtig en de vrouwelijke soliste,Sofia Cagnetti, danste adembenemend – een waardige toevoeging aan deze mooie avond.

 

 

Emotioneel en indrukwekkend

Het Rossini Opera Festival had ook dit jaar natuurlijk nog veel meer te bieden: de studenten van de Accademia Rossiniana brachten hun slotuitvoering op de planken, als elk jaar Rossini’s Il Viaggio a Reims, omdat daar zo lekker veel rollen in zitten – er waren zelfs twee bezettingen, zodat iedereen een kans kreeg. De hierboven genoemde Italiaanse tenor Dave Monaco gaf op 17 augustus een fenomenaal recital waarin hij alle Belcanto-tongbrekers met zoveel perfectie uitvoerde dat er geen twijfel aan bestaat dat hij een enorme carrière tegemoet gaat, zeker omdat hij ook een fantastische acteur is. Zijn stem is helder, wonderschoon en zijn karakter moet ijzersterk zijn, want hij begon zijn programma, om 12.00 uur ’s middags, met de hondsmoeilijke Cavatina Terra amica uit Zelmira: als je dat zo vlekkeloos lukt ben je echt een van de grote jongens – en dat is hij! Moeiteloos doorkliefde hij veel andere Rossini-pareltjes, en sloot af met enkele prachtige toegiften, zoals de diepdroevige Lamento di Federico van Francesco Cilea, dat hij emotioneel en indrukwekkend bracht – een absolute wereldster in wording.

 

 

Iemand die al 30 jaar een wereldster is, is natuurlijk Juan Diego Flórez, niet alleen een wereldberoemde Rossini-tenor maar tevens artistiek leider van het festival. Het is dan ook best dapper om je jubileum in het hol van de leeuw te vieren met een recital met orkest (weer Bologna), bijgewoond door alle leerlingen, collega’s, pers en publiek. Maar wát een spektakel werd het! Lyrische fraseringen, breed legato, glasheldere hoogte en dito coloraturen: alles was er en Flórez, die ik zelf nog in 2002 mocht dirigeren tijdens het Prinsengrachtconcert, vulde de zaal met gemak. Massenet, Gounod, Offenbach, Donizetti en natuurlijk veel Rossini: een vol programma waarvan de liefhebbers volop genoten. Flórez was in topvorm (het orkest iets minder) en iedereen genoot van zijn enorme lange lijnen en technische perfectie van cd-kwaliteit… wow! Het Rossini Opera Festival was ook dit jaar weer zeer de moeite waard!

Peter Schlamilch

 

 

 

Meer info Corinthe: rossinioperafestival.it

Meer info Occasione: rossinioperafestival.it

Meer info Scala: rossinioperafestival.it

Meer info Dave Monaco: rossinioperafestival.it

Meer info Flórez 30: rossinioperafestival.it

You May Also Like

Concert voor de vrede: Residentie Orkest speelt Górecki in de Pieterskerk*

Festival Klassiek achter de Duinen – Een avond met Brahms*

Teatro Filarmonico in Verona opent concertseizoen met groots orkestfestival

Bonte mix van Franse muziek op de seizoensopening in Rotterdam